Amerikaanse werkgelegenheidsaanpak vindt steeds meer navolging in Nederland: Werkt Wisconsin?

Wisconsin Works, zo heet de Amerikaanse begeleidingmethode voor langdurig werklozen die in Nederland steeds meer navolging krijgt. Het programma slaagde erin het aantal bijstandscliënten sinds 1996 met vijfentachtig procent te verminderen. Maar uit de bijstand of uit de armoede, dat zijn twee verschillende zaken.

De naam van de Amerikaanse staat Wisconsin is voor

Nederlandse gemeente-ambtenaren en arbeidstoeleiders welhaast synoniem voor een

model voor de aanpak van langdurige werkloosheid. Het programma Wisconsin Works

(W2) is gestoeld op de gedachte dat je werklozen moet beetpakken en niet meer

moet loslaten voordat ze een baan hebben. Daarbij is veel mogelijk. Krijgt

iemand geen baan omdat hij geen goede kleding heeft om te solliciteren, dan

krijgt hij die. Geen kinderopvang? Dan wordt daar voor gezorgd. Amerikaanse

werklozen beginnen met een twee weken durende training die hen leert wennen aan

het ritme van een baan en het omgaan met arbeidsverhoudingen. Daarna doen ze

ervaring op met vrijwilligerswerk, zonodig aangevuld met scholing. Kern van het

model is dat de uitkeringsverstrekking en de arbeidstoeleiding in bij één

organisatie wordt ondergebracht. Hoe verder de werkloze in het traject komt, des

te meer hij gaat verdienen. Hoe eerder een werkloze aan de bak wordt geholpen,

des te meer geld dat anders aan uitkeringen besteed zou moeten worden de

bemiddelende organisatie eraan overhoudt.

Groningse leest

Nederlandse beleidsmakers lopen de deur plat bij dit Amerikaanse programma.

Het enthousiasme is groot. Van Amsterdam tot Groningen, van Tilburg tot

Stadskanaal en van Emmen tot Leiden zijn experimenten met de W2 aanpak gestart.

Vorig jaar bracht ook de bijna voltallige raadscommissie van Groningen een

bezoek aan Wisconsin. Naar aanleiding daarvan start deze gemeente een experiment

met drieduizend werklozen uit de Korrewegwijk en de Oosterparkwijk. ‘Maar dat

wordt dan wel een Wisconsin-methode op Groningse leest,’ zegt wethouder van

sociale zaken Tjerk Bruinsma. ‘In de Verenigde Staten geldt een aantal regels

die wij zeker niet zullen hanteren. In Wisconsin krijgen mensen die aan het

programma deelnemen geen bijstand meer, maar een salaris. Verschijnt iemand niet

op zijn cursus of werk, dan volgt een korting. Daarbij moet je binnen twee jaar

werk hebben gevonden, anders krijg je alleen nog voedselbonnen. Dergelijke zaken

passen niet in de Nederlandse systematiek.’Het in één hand leggen van de

uitkeringsverstrekking en de arbeidstoeleiding wordt daarentegen wel overgenomen

van het Amerikaanse model. ‘De claimbeoordeling wordt gecombineerd met afspraken

over de uitstroom uit de bijstand. We zoeken de mensen actief op en leggen in

een contract vast welke inspanningen wij voor hen gaan verrichten. Daar staan

inspanningen van de werkzoekende tegenover. Als men zich daar niet aan houdt,

verbinden we daar consequenties aan.’ Momenteel bestudeert de gemeente Groningen

of het mogelijk is de mensen van de sociale dienst die met de werklozen aan de

slag gaan te belonen voor succesvolle reïntegratietrajecten. ‘Een weekendje uit

is natuurlijk mogelijk. Daarnaast denken we ook aan toeslagen, maar daar zijn de

vakbonden echter tegen,’ aldus Bruinsma.

Geen weg terug

Het enthousiasme onder Nederlandse gemeenteambtenaren voor de

Wisconsinmethode is zoals gezegd groot. Maar zijn alle jubelverhalen ook

terecht? Op het eerste gezicht lijkt er weinig af te dingen op het succes van

Wisconsin. Het aantal bijstandsafhankelijken in deze staat daalde sinds 1996 met

85 procent, tegen 29 procent elders in de Verenigde Staten. Om echter het succes

van de W2-aanpak te beoordelen, moet eerst duidelijk zijn op welke vraag de

Wisconsin-methode nu precies een antwoord wil geven.In het voorstel voor het

model, dat in 1996 door de federale regering van deze staat werd goedgekeurd,

was als hoofddoel geformuleerd dat de aanpak moest leiden tot een betere

inkomenspositie en meer economische zelfstandigheid van families met een inkomen

op of rond de armoedegrens. Als bijkomend doel, dat overigens pas twee jaar na

aanvang van Wisconsin Works aan de doelstellingen werd toegevoegd, werd gesteld

dat het programma moest leiden tot een vermindering van de

uitkeringsafhankelijkheid. Op dit tweede punt is het W2-programma dus zeer

succesvol. Van het hoofddoel kan dat echter niet worden gezegd, zo blijkt uit

verschillende Amerikaanse onderzoeken. ‘Als vermindering van het aantal mensen

in de bijstand de enige barometer voor succes is,’ zo stelt onderzoeker Michael

Wiseman, die in opdracht van het Wisconsin Works Management and Evaluation

Project de methode evalueerde, ‘dan zou het beter zijn iedere vorm van sociale

ondersteuning helemaal te schrappen. Dat zou de caseload immers maximaal

reduceren.’

Voordat het W2-programma van kracht werd, waren veel Amerikaanse

families aangewezen op het zogenaamde AFDC-programma, de bijstand voor families

met kinderen. Uit onderzoek is gebleken dat de helft tot driekwart van hen

binnen twee jaar nadat ze werkloos werden weer een baan vonden. Veelal ging het

daarbij echter om tijdelijk werk. Na een wachtperiode van dertig dagen konden ze

zich opnieuw voor aanmelden bij de bijstand. De W2 methode gaat er echter vanuit

dat mensen die werk vinden, dat ook behouden en na verloop van tijd naar beter

betaalde banen doorstromen. ‘Dat is echter niet het geval,’ laat Pat DeLessio,

medewerker van een bureau voor rechtshulp in Wisconsin, via Internet weten. ‘Het

is onze ervaring dat de meerderheid van deze mensen hetzelfde soort tijdelijke

banen krijgt als toen ze nog een AFDC-uitkering hadden. Laag betaald, part-time,

tijdelijk en seizoensgebonden. Veel mensen springen op die manier van klus naar

klus, met steeds een maand ertussenin waarin ze geen uitkering krijgen. Ze zijn

financieel slechter af dan in de bijstand, maar er is geen weg terug.’

Negatieve effecten

Ook The Hunger Task Force of Milwaukee, een samenwerkingsverband van een

honderdtal instanties voor maatschappelijke opvang in de hoofdstad van

Wisconsin, plaatst in een recent onderzoek naar het W2-programma vraagtekens bij

de fixatie op de uitstroom uit de bijstand. Uit dit onderzoek blijkt dat slechts

zeventien procent van de deelnemers een baan heeft gekregen met een salaris ter

hoogte van het minimumloon. De overigen verdienen met tijdelijk, ambulant of

seizoenswerk niet voldoende om een gezin te onderhouden en zijn nog steeds

aangewezen op ondersteuning in de vorm van voedselbonnen. En maar liefst

vijfenvijftig procent van de mensen die zijn overgeheveld uit de bijstand naar

het W2-programma heeft momenteel geen werk. Zij zitten in de wachtperiode tussen

verschillende banen of zijn aangewezen op ondersteuning van familie en vrienden

of inkomsten uit ‘niet-reguliere activiteiten’, een eufemisme voor diefstal en

drugshandel.

Wethouder Bruinsma kent deze onderzoeken. Hij heeft ook over deze

bevindingen met politici in Wisconsin gesproken. ‘Zij geven deze negatieve

effecten ruiterlijk toe. Ik heb zelfs begrepen dat er mensen zijn die uit de

staat verhuizen of onderduiken bij familie of in de illegaliteit om onder het

juk van het Wisconsinprogramma uit te komen. Er zitten duidelijk elementen in de

methode die wij niet willen. In de Verenigde Staten word je hoe dan ook uit de

bijstand gegooid, tenzij je kleine kinderen hebt. Wij accepteren dat er mensen

zijn die nu eenmaal nooit aan de bak zullen komen. Misschien dat we ten aanzien

van deze groep iets kunnen met sociale activering en verplicht

vrijwilligerswerk. Maar ze blijven gewoon een uitkering ontvangen.’

De Amerikaanse onderzoekers willen niet de conclusie voor hun rekening

nemen dat het Wisconsin-programma niet werkt. Wel maken ze duidelijk dat het

succes ervan niet kan worden afgemeten aan aantallen uitstromers uit de

bijstand. Of het programma succesvol is verbeteren van de inkomenspositie en

economische zelfstandigheid is in ieder geval nog te weinig onderzocht om daar

harde conclusies aan te kunnen verbinden. Voor het op grote schaal navolgen van

deze Amerikaanse aanpak is vooralsnog geen reden. Want, zoals de aartsbisschop

van Milwaukee, Rembert G. Weakland, op de internetsite van het Hunger Action

Team verklaart: ‘Je kunt niet van een succes spreken zolang mensen moeten werken

voor inkomens die hen niet in staat stellen voor zichzelf en hun gezinnen te

zorgen. Het programma is erin geslaagd veel mensen uit de bijstand te halen,

maar niet uit de armoede.’/Eric de Kluis

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.