Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

‘Als je als sociaal werker een duidelijke positie inneemt, heb je meer invloed’

Als een boom met vele takken, zo wordt de rijkheid van het sociaal werk wel eens verbeeld. Maar de versnippering door de grote hoeveelheid takken belemmert een krachtige positionering van het vak. Sonja Liefhebber van Movisie en sociaal werker Ruth Hooiveld van Civic geven praktische tips om een stevigere positie in te nemen.
© ThitareeSarmkasat / Getty Images / iStock

‘Mijn functie heet participatiemedewerker, maar ik noem mezelf meestal buurtwerker en soms ook opbouwwerker.’ In die ene zin vat sociaal werker Ruth Hooiveld van Civic in Amsterdam een belangrijke uitkomst uit de Grote Raadpleging samen. Sonja Liefhebber was als projectleider betrokken bij de Grote Raadpleging en zij wijst de versnippering van het werk aan als een van de mogelijke oorzaken van de verslechtering van de positie die veel sociaal werkers ervaren. ‘Ruim 1000 sociaal werkers beantwoordden de vraag naar hun functienaam, en daar kwamen 520 verschillende antwoorden op. Dat zijn er nog meer dan bij de vorige Grote Raadpleging vijf jaar geleden.’

Zonder omscholing

Waar blijft op deze manier het gemeenschappelijke van het werk, vraagt de onderzoeker zich af. ‘Hoe herkenbaar ben jij en herken jij je collega? Sociaal werkers hebben zo veel verschillende achtergronden, ook qua opleiding. En er komen ook steeds meer zij-instromers, zonder dat die omscholing krijgen.’ Als positieve ontwikkeling wat dit laatste betreft noemt Liefhebber dat de BPSW (beroepsvereniging voor professionals in sociaal werk) vrij recent een onboarding programma voor zij-instromers heeft ontwikkeld.

Meer invloed

Een betere herkenbaarheid van het vak en meer gevoel van gemeenschappelijkheid helpt het sociaal werk op individueel, organisatie- en sectorniveau. ‘Als je een duidelijk positie inneemt, heb je meer invloed’, zegt Liefhebber. ‘Positie en zeggenschap gaan hand in hand.’

Een sterkere positie innemen begint voor de individuele sociaal werker met kort en bondig kunnen verwoorden wat je eigen werk inhoudt, stelt ze. Zorg dat je weet op welke sociale vraagstukken jij een antwoord bent. Dat kan verder gaan dan de instrumentele opdracht waar de gemeente je voor inzet.

Pitch formuleren

Een goed hulpmiddel om je eigen pitch te formuleren is het beroepsprofiel van de BPSW. Kijk bijvoorbeeld naar de internationale definitie van sociaal werk die daarin staat, en naar de vijftien bekwaamheden die worden opgesomd. ‘Houd die definitie als basis’, raadt Liefhebber aan, ‘en maak die passend voor jou, zodat die jouw waarden goed verwoordt.’

Verder valt er volgens haar veel te leren uit België, door de manier waarop Sterk Sociaal Werk en Departement Zorg daar de positie en arbeidsmarktkrapte, specifiek voor het sociaal werk, onderzoeken en willen aanpakken. Daarover is een rapport verschenen met zestig aanbevelingen en tien prioriteiten.

Scherp beeld

Hooiveld heeft scherp in beeld wat haar werk inhoudt en welke positie zij inneemt. Ze maakt dat duidelijk door het sociaal werk als geheel voor te stellen als een brede schaal. Aan de linkerkant van die schaal zit de individuele hulpverlening, met werk als 75+-huisbezoeken, Welzijn op Recept en toeleiding naar (vrijwilligers)werk. Ze plaatst zichzelf aan de rechterkant van de schaal, waar het opbouwwerk zit, mensen helpen bij het vinden van hun stem en hun eigenaarschap, en het versterken van de kracht en de energie die er is in een buurt.

Eenzijdige overheidsbenadering

‘Het is allemaal relevant werk’, zegt Hooiveld. ‘Links en rechts zijn allebei nodig, het vult elkaar aan. Neem het voorbeeld van een oudere vrouw die geïsoleerd leeft. Als zij eerst één-op-één hulp krijgt om weer naar buiten te kunnen voor een boodschapje, dan kan ze daarna misschien iets vinden in het buurthuis waarbij ze kan aansluiten.’ Hooiveld maakt zich zorgen over de eenzijdige benadering vanuit de overheid, die maakt dat er vooral financiering is voor hulpverlening, dus voor het oplossen van problemen.

De waarde

Daarom is het belangrijk om duidelijk te kunnen maken wat de waarde is van het werk aan de rechterkant. Een avond gamen voor jongeren in het buurthuis is veel meer dan dat, zegt Hooiveld: ‘Doordat ze onder begeleiding samenkomen, ontstaat er meer. Ze kunnen samen ontdekken wat er speelt in de wereld. Ze kunnen leren hun mening te vormen en daarover uit te wisselen.’

Vlaggenavond

Een voorbeeld dat de waarde van het werk ook goed laat zien, maakte Hooiveld onlangs mee toen ze een dialoogavond over vlaggen organiseerde. Directe aanleiding was de regenboogvlag die wappert bij het buurthuis in haar wijk. Ze wist dat die best controversieel was. Daarom nodigde ze buurtgenoten uit om hun favoriete vlag mee te brengen en te vertellen waar die voor staat en wat de emotionele lading is. ‘We hadden vooraf gezegd dat de verschillen benoemd mochten worden. En er waren ook zeer verschillende vlaggen: een Marokkaanse bijvoorbeeld, een vlag van een studentenvereniging, en eentje van de wijkvereniging. Maar omdat er voor iedereen ruimte en aandacht was, werd het een prachtig verbindend gesprek.’

Structureel werken

Hooiveld benadrukt verder de link tussen een krachtige positionering en structureel werken. Neem het vraagstuk van eenzaamheid. Een veelvoorkomende aanpak is om ontmoetingsgelegenheden te organiseren. Maar dat zijn slechts pleisters volgens haar. ‘Eenzaamheid kent ook structurele oorzaken. Wat dacht je bijvoorbeeld van de ontwikkeling dat vooral appartementen op de begane grond, dus met tuin, verkocht zijn door de woningcorporaties. De minder draagkrachtige mensen zijn hierdoor op de hogere etages aangewezen. Dat maakt het voor hen lastiger om naar buiten te gaan. Dat los je niet op met een buurtsoep. Dat is een politieke kwestie waarin wij een rechtvaardige positie in moeten nemen, bijvoorbeeld door in gesprek te gaan met de stadsdeelraad.’

Vakkennis

Het sociaal werk verdient volgens Hooiveld een sterkere en meer gelijkwaardige positie in de samenwerking met de overheid. ‘Wij zijn geen uitvoerders van beleid. Wij hebben vakkennis over hoe gemeenschappen en wijken werken en over wat goed preventief werken is. De overheid maakt beleid over welke kant ze op willen. Daarbij hebben ze sociaal werkorganisaties nodig om dat in te vullen en daarin moeten we gelijkwaardige gesprekspartners zijn.’

Outcomegericht

Liefhebber onderschrijft dit van harte. Ze wijst op het groeiende aantal gemeenten dat outcomegericht werkt en daarin de samenwerking opzoekt met de aanbieders, om samen de beoogde doelen en resultaten te formuleren voor beleid én uitvoering. ‘En vervolgens laten ze de invulling van de activiteiten die daarvoor nodig over aan de aanbieders.’

Boom met vele takken

Hooiveld keert terug naar het punt van de herkenbaarheid. ‘Daarbij helpt het als je het gemeenschappelijke dat álle sociaal werkers bindt ziet en kunt benoemen.’ De BPSW gebruikt de metafoor van een boom met vele takken en één stam om de beroepsgroep als geheel en de vele werksoorten weer te geven. Voor Hooiveld bestaat de stam uit het kenmerk dat elke sociaal werker dichtbij de inwoner staat. ‘En dat is dus niet een zorgbehoevende cliënt, het is gewoon de inwoner. Elke sociaal werker weet wat er speelt in het leven en in de buurt van de inwoner.’

In teamverband

Behalve op individueel niveau kun je ook in teamverband werken aan een sterkere positie. Liefhebber noemt het voorbeeld van het verminderen van de administratieve last. Als je daar als team niet in berust maar je uitspreekt, dan kun je ermee aan de slag. ‘Zeg niet alleen dat jullie het anders willen, maar bedenk samen hoe het anders kan en benoem dat, kom met een voorstel. Dan neem je een krachtige positie in.’ Wat hierbij verder kan helpen, is als team bekijken waar ieders sterkste kanten zitten. De een is heel goed in het vinden van relevante onderzoeken, de ander heeft misschien een groter netwerk en weer een ander kan standpunten krachtig verwoorden.

Enthousiast

Hooiveld werkt binnen en buiten haar eigen organisatie aan de positionering van het opbouwwerk. Ze organiseert in het voorjaar van 2026 bijvoorbeeld samen met andere sociaalwerkorganisaties een inspiratiemiddag om structureel werken sterker te positioneren. En ze raadt tot slot alle opbouwwerkers aan lid te worden van Krachtproef. ‘Wat zij doen maakt mij heel enthousiast.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.