Ab van Eijbergen schrijft over zijn ervaringen als verstandelijk en visueel gehandicapte: ‘Ik wil graag net als iedereen keuzes maken’

Al vanaf zijn vijfde jaar woont Ab van Eijbergen, verstandelijk en visueel gehandicapt, in diverse instellingen. Pas de laatste drie jaar heeft hij het gevoel dat hij aan kan geven welke wensen hij heeft en welke keuzes hij in zijn leven wil maken. Daarna voelde hij zich als mens pas serieus genomen. Daarvoor werd er vooral ver hem gepraat en werden beslissingen voor hem genomen. Maar Ab was eigenwijs en gaf de moed niet op. In het boek 'Zo zie ik het' vertelt hij over zijn leven en de ervaringen binnen instellingen: 'Ik wil, ondanks mijn beperkingen, gewoon kunnen doen wat iedere Nederlander ook kan doen. En mensen zouden hun eigen zorgcoördinator moeten kunnen kiezen.'

Zelf regelmatig kunnen bepalen wat je wilt eten, niet

eerder gaan slapen dan dat je moe bent, een keer naar de stad of een concert,

kiezen met wie je wilt wonen, werk hebben waarin je je prettig voel en, omgaan

met een zorgcoördinator waarmee het klikt. Voor iedere Nederlander zijn het

basiswaarden in het leven die tevens heel gewoon zijn. Maar voor Ab van

Eijbergen en de vele andere bewoners van instellingen voor gehandicapten is dit

niet zo vanzelfsprekend. Noorderhaven, de instelling waar hij nu woont, werkt

sinds een aantal jaren hard om bewoners wel die vrijheid te bieden in een

huiselijke woonomgeving. Ab is er zielsgelukkig mee, maar het heeft hem

jarenlange strijd gekost.

‘Begeleiden is prima, maar men moet zich niet overal mee bemoeien. Daarover

heb ik een voorbeeld. Ik kon een keer niet slapen en toen ben ik even in de gang

gaan zitten. Een nachtdienst die mij helemaal niet kende, kwam toevallig langs

en zei dat ik naar mijn kamer moest. Dat vond ik echt belachelijk. Als hij zelf

niet kan slapen, gaat hij toch ook even zijn bed uit? Dat is toch niet

verboden?’

Ab vertelt dit in het boek ‘Zo zie ik het’, dat hij samen met zijn vriend

en ex-dagbegeleider John Sijnke in 1999 schreef. Over het verblijf in de

instellingen in de jaren vijftig kan hij in zijn boek met verve vertellen,

sommige anekdotes zijn schrijnend. Groepsleidsters gebruikten onorthodoxe

methodes om kattekwaad van zeer jonge kinderen te straffen: ‘Ik woonde in

Barthimehs in Zeist, een instelling voor visueel gehandicapten. Ik was zes jaar

en had iets onbenulligs uitgehaald. Voor straf zetten ze mij op zolder en ze

dreigden dat de ratten me zouden opvreten. Ik moest er heel lang staan en het

was pikdonker. Ik was heel bang. Ik snap nog steeds niet hoe die meiden dat nou

konden doen bij zulke kleine kindertjes.’

Ab van Eijbergen is in zijn leven zes keer verhuisd, maar op

Noorderhaven wil hij blijven. Hij verblijft er op een groot wooncomplex, waar

groepen van zes bewoners in eigen huizen wonen, zo’n 10 km onder Den Helder.

Vanaf 1992 was hij er mede-voorzitter van de Bewonersraad, een functie die hij

eind vorig jaar heeft neergelegd omdat het hem ‘allemaal wat te veel werd’.

Sinds het uitkomen van zijn boek heeft hij een aantal interviews gegeven voor de

radio en de lokale krant. Trots toont hij het artikel dat op een kast in de gang

van ‘zijn’ woonhuis is geplakt. Later toont hij zijn kamer, gezellig ingericht

met een zitje, een kast die hij zelf heeft uitgekozen, een ‘lekker elektrisch

bed’ en een radio plus CD-speler.

Ab van Eijbergen hoeft niet lang na te denken over de vraag wat hij zo

prettig vindt aan het wonen op Noorderhaven: ‘Hier krijg je tenminste geen pap

over je aardappelen als je niet snel genoeg dooreet, wat ik ergens anders wel

meegemaakt heb. Hier koken we zelf en dan moet je je ook wel aanpassen aan de

andere bewoners, maar we krijgen ook regelmatig iets lekkers. Een gebakken

eitje, bitterballen, een slaatje, een tosti. Dat vind ik nou gezellig. Bovendien

is het een gezellig paviljoen, leuk ingericht en de omgeving is lekker ruim, we

kunnen hier wandelen en fietsen. Dat kon in de stad niet. Ik heb een tijdje bij

een mevrouw in Amsterdam gewoond, maar daar kon ik de straat niet op. Dat was

veel te gevaarlijk, want ik kan het verkeer niet goed zien. En ik ben blij met

mijn werk. Ik haal met m’n omgebouwde skelter zo’n drie keer per week het

oudpapier op en ik breng folders rond. Dat zijn de folders van het restaurant

van Noorderhaven, met het menu erin. Eerst haalde ik bij onze instelling de

vuilniszakken op, maar toen kwamen er containers en raakte ik mijn baan

kwijt.’

Door het hele boek heen zeg je steeds: er werd in instellingen geen

rekening met mijn mening gehouden. Waarom kon jij niet thuis blijven

wonen?’Dat ging gewoon niet. Mijn vader is al vroeg overleden, toen ik

19 was. En ik kreeg wat problemen met mijn moeder. Ze was wel heel goed voor me

hoor, maar het ging niet. Later ben ik nog een paar keer met haar op vakantie

geweest en dan ging het wel goed. Ze is inmiddels overleden. Maar om nog een

voorbeeld te noemen van dat er over je beslist werd: als ik ’s avonds in mijn

kamer naar buiten wilde kijken, omdat het sneeuwde, dan mocht het niet. Dan

mest je slapen, of je nou wilde of niet. Dan wordt je toch geleefd? Wat is er

nou erg aan om naar buiten te kijken als het sneeuwt?’

Sinds wanneer heb jij echt het gevoel dat je wel eigen keuzes kunt

maken?’Vanaf 1997, toen ik hier kwam wonen. De bewoners moesten op een

gegeven moment naar andere groepen verhuizen, ook het personeel. Ik had geen

aansluiting meer. Ik zat in bad en Anja (een begeleider, red.) vroeg aan mij

waar ik graag heen wilde. Dat was deze groep, maar het paviljoen moest nog

verbouwd worden. Toen het klaar was, mocht ik hier naar toe. Het was mijn eigen

keuze en daar was ik erg blij mee. Sjaak (zijn zorgcoördiator, red.) weet dat

wel.’

Je wil ook dat je een eigen zorgcoördinator kan kiezen, staat in je

boek. Waarom is dat zo belangrijk voor jou?’Er zijn al heel veel dingen

verbeterd, maar waarom zou je dan ook niet je eigen zorgcoördinator mogen

kiezen? Dat kan nu helaas niet, maar je trekt heel veel met die mensen op en dan

moet het klikken. Het personeel voelt me hier trouwens wel goed aan, hoor. Ze

merken wanneer het goed met me gaat, wanneer ik te druk ben. We kunnen hier ook

wel eens lekker dollen, lekker stangen.’

Het liefst wil je in een zo gewoon mogelijk wonen, in een gewone wijk.

Maar je bent het niet eens met de minister die vindt dat zoveel mogelijk grote

instellingen moeten verdwijnen. Waarom?’Ik kan niet in een gewone wijk

wonen, want dan kan ik niet naar buiten. Met al dat verkeer is dat te link. Als

ik wel goed zou kunnen zien, zou ik wel in een gewoon huis willen wonen. Dus de

bewoners moeten zelf kunnen kiezen. En de minister moet goed onderzoeken of

mensen wel zelfstandig kunnen wonen. Er is hier een bewoner naar Texel verhuist,

maar die is weer teruggekomen omdat het niet ging. Ze hebben Noorderhaven ook

eerst voor een groot deel willen opdoeken, maar dat is gelukkig niet doorgegaan.

Dan worden bewoners weer gedwongen om buiten te gaan wonen, terwijl ze dat niet

willen. Dat heeft natuurlijk ook weer met geld te maken, omdat het te duur

werd.’

Maar als je eens uit wilt, moet je wel weer een eind reizen. Is dat

niet vervelend?’Ja dat wel, ik kan niet alleen naar een film toe of zo.

Ik ga wel alleen met de bus naar Alkmaar, naar m’n oudere broer Han. Ik stap

vlakbij op de bus en dan komt hij me in Alkmaar ophalen. Hij brengt me dan naar

Rotterdam, waar hij woont. Maar ik zou wel wat meer weg willen, ja. Dan moet er

een begeleider mee en dat kan niet altijd. Daar hebben ze geen tijd voor. Ik heb

ook een vrijwilliger, maar die moet ook werken en kan niet altijd met me mee. Ik

ben wel de laatste jaren regelmatig op reis geweest naar het buitenland. Met m’n

broer Han naar Spitsbergen, de Noordkaap en Zweden en met m’n moeder naar Parijs

en met de gehandicaptenorganisatie Tendens naar Duitsland. De laatste keer ben

ik alleen met een vreemde groep meegeweest naar Ameland. Dat was een mooie

ervaring, het is goed bevallen.’

Als jij minister was, wat zou je dan nog willen

veranderen?’Meer geld voor het personeel in de zorg, ze moeten meer

verdienen. Het is leuk om hier te werken hoor, we hebben leuk contact, we

genieten, maar ze verdienen te weinig. Ik zag laatst op tv dat Melkert ook meer

geld voor de zorg wil, een aardige man. Het is wel een goede partij. En er zou

ook nog wel wat geld mogen komen voor leuke dingen, zoals het Sinterklaasfeest.

Vroeger kregen we dan een cadeautje, maar dat kan door de bezuinigingen niet

meer. Dat is jammer.

Tot slot: wat is je liefste wens?’Dat ik hier tot mijn dood

mag blijven wonen, want het is hartstikke fijn hier. Ze zorgen goed voor ons en

af en toe in het weekend krijg ik ontbijt op bed van Sjaak. Dat vind ik

gezellig, net als thuis.’/Mariëtte Seysener

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.