Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Gemeenten hebben weinig zicht op behoeften Wmo-doelgroepen

Gemeenten hebben – naar eigen zeggen - nog te weinig zicht op de behoeften van specifieke Wmo-doelgroepen als mantelzorgers, vrijwilligers, cliënten en kwetsbare groepen. Toch betrekken ze hun bewoners steeds meer bij de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Dit blijkt uit de ‘Benchmark Wmo 2009. Resultaten over het jaar 2008’ van onderzoeksinstituut SGBO.
Gemeenten hebben weinig zicht op behoeften Wmo-doelgroepen

Aan de Benchmark Wmo over 2008 namen 189 gemeenten deel. Het is een prestatiemeting die door de Vereniging Nederlandse Gemeenten is gekeurmerkt en waarmee gemeenten inzicht krijgen in de uitvoering van hun eigen Wmo-diensten. De begeleidende jaarpublicatie schetst de algemene trends die zich bij de deelnemers aftekenen.

Breed Wmo-loket
Hoewel gemeenten nog te weinig inzicht hebben in de specifieke Wmo-doelgroepen, constateert SGBO dat ze wel werken aan ‘contacten met en informatie aan' de doelgroepen. Driekwart heeft nu een breed Wmo-loket waar inwoners terecht kunnen met vragen over het Wmo-aanbod. In de helft van de gemeenten maakt het Wmo-loket deel uit van het ‘gemeentebrede’ loket.

Beste score
De gemeente Houten behaalde de beste score in de benchmark, vertelt Barbara Wapstra, projectleider van de benchmark. ‘Houten heeft goed op alle prestatievelden, en heeft op specifieke gebieden ook beleid ontwikkeld, zoals ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers, vertelt Barbara Wapstra, projectleider van de benchmark. 'Bovendien heeft houten ook goed zicht op wat er speelt onder bewoners, bijvoorbeeld op onderwerpen als huiselijk geweld.’

Mantelzorg
Veel mensen die mantelzorger zijn, beschouwen zichzelf niet als zodanig, zo blijkt. Daardoor is het voor gemeenten moeilijker om ze bereiken en blijft ook onvoldoende bekend aan welke ondersteuning en voorzieningen ze behoefte hebben. 88 Procent van de gemeenten geeft aan dat ze in 2008 geprobeerd heeft deze groep te bereiken. Mantelzorgers hebben vooral behoefte aan financiële en materiele ondersteuning, stelt SGBO, terwijl gemeenten vooral informatie, advies en begeleiding aanbieden.

Maatschappelijke opvang en GGZ
Ook op prestatievelden als maatschappelijke opvang, GGZ en verslavingszorg weten gemeenten steeds beter wat er speelt, vertelt Wapstra. ‘Ook kleinere regiogemeenten zien dit steeds meer als hun taak en kijken daarvoor niet alleen naar de grotere kerngemeenten.’ Deelnemende gemeenten hebben in 2008 minder vaak een wachtlijst voor hulp in het huishouden. De trend uit 2007 om onderscheid te maken tussen eenvoudigere en duurdere hulp, zette zich in 2008 door. Steeds meer gemeenten doen zelf de indicatie voor hulp bij het huishouden.

Opvoedingsondersteuning
De helft van de deelnemers had in 2008 zicht op vragen van burgers rondom opvoedingsondersteuning. Gemeenten weten ook beter dan in 2007 hoeveel jongeren van opvoedingsondersteuning gebruik maken: 43 op de 1000 kinderen tot 20 jaar. De meeste gemeenten werkten in 2008 nog aan de opzet van een Centrum voor Jeugd en Gezin en ze verwachten dat het in 2010 operationeel zal zijn. 73 Procent van de gemeenten was bezig met de voorbereidingen van de maatschappelijke stage, 87 procent van hen overlegt hierover met organisaties die stages kunnen aan bieden.

SGBO: ‘Benchmark Wmo 2009. Resultaten over het jaar 2008’

Meer weten? Lees dan ook de gratis Zorg + Welzijn Nieuwsbrief. Daarvoor kunt u zich hier aanmelden.


Martin Zuithof

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden