Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Prinsjesdag: Hoe oprecht is de oproep tot participatie eigenlijk?

De overheid doet een steeds groter beroep op de zelfredzaamheid en participatie van de burger. De reden daarvan lijkt niet zozeer ideologisch, maar vooral financieel. Zelfs een lokaal programma voor de ondersteuning van kwetsbare burgers in het Wmo-beleid wordt stopgezet.
Prinsjesdag: Hoe oprecht is de oproep tot participatie eigenlijk?

 Door Martin Zuithof - Terwijl het kabinet de arbeidsparticipatie wil doen groeien naar tachtig procent, moet de vrijwillige inzet van de burger ook op alle fronten omhoog. Staatssecretaris Jet Bussemaker (Volksgezondheid Welzijn en Sport) wil het aantal mantelzorgers op peil houden en het aantal vrijwilligers laten groeien. Ella Vogelaar, minister van Wonen, wijken en inburgering, wil bewoners een grote rol geven bij de wijkaanpak. Bij de inburgering wil ze tienduizend vrijwillige taal-maatjes betrekken. Scholieren moeten aan de bak in maatschappelijke stages en jongeren tot 27 jaar krijgen geen uitkering meer, maar een leerwerkplicht. Ouderen, niet-werkenden, gehandicapte jongeren moeten aan de slag en parttimers moeten bij voorkeur hun arbeidstijd uitbreiden.

Steeds groter beroep
Kortom, we moeten allemaal participeren tot we er bij neervallen. Dat ga je denken als je alle beleidsvoornemens overziet die het kabinet Balkenende IV bij Prinsjesdag presenteerde. De overheid doet een groter beroep op de zelfverantwoordelijkheid van de burger, zo heet het. De grootste reden daarvan is natuurlijk niet zozeer ideologisch, maar financieel. Zo groeien de kosten voor bijvoorbeeld de AWBZ naar ruim 25 miljard. Om de kosten in de hand te houden bezuinigt Bussemaker op de ondersteunende begeleiding die ervoor bedoeld was kwetsbare burgers weer te laten meedoen in de samenleving. Ook in de tegemoetkoming buitengewone uitgaven, de belastingaftrek voor ziektekosten, gaat ze flink snijden omdat die tegemoetkoming vooral bij niet-chronisch zieken terechtkomt.

Weinig ondersteuningHoe oprecht is de oproep tot participatie van burgers door het ministerie van VWS eigenlijk? De subsidies om de groepen mantelzor-gers en vrijwilligers te laten groeien, blijven op peil. Maar het ondersteuningsprogramma Lokaal Centraal – bedoeld om kwetsbare clienten als gehandicapten, chronisch zieken en ouderen mee te laten praten bij het lokale Wmo-beleid – stopt Bussemaker zelfs helemaal. En van enige ondersteuning voor welzijnsprofessionals die al die actieve burgers kunnen bijstaan bij hun vrijwillige inzet, is vanuit VWS geen sprake meer.

‘Het sleetse welzijnswerk‘
In een interview met het tijdschrift TSS vertelt de staatssecretaris deze maand dat ze meer sturing wil geven aan de Wmo-aanpak van gemeenten (‘management by speech’) en meer aandacht aan ‘het sleetse welzijnswerk’. ‘Ik maak me daar hele grote zorgen over’, zegt ze. Opvallend is dat Bussemaker bij de presentatie van de VWS-begroting niets over deze voornemens vertelde. Aan daadwerkelijke investeringen in het welzijnswerk doet het ministerie voor Welzijn niet meer, behalve in krachtwijken waar tien instellingen meedoen aan een versterkingsprogramma.

Wat doet welzijn eigenlijk?
Uit het voorbeeld dat Bussemaker geeft, blijkt dat ze de sector ook helemaal niet goed kent. ‘In veel buurten biedt het opbouwwerk een set activiteiten in het buurtcentrum aan: van 2 tot 4 voor peuters, van 7 tot 10 voor pubers.’ Typerend voor het opbouwwerk is nu juist dat het helemaal niets aanbiedt, maar inspeelt op de vraag van bewoners en zeker geen activiteiten organiseert voor peuters en pubers. Wie nodigt de staatssecretaris eens uit om uit te leggen wat de welzijnssector eigenlijk doet en presteert?

Dit artikel verscheen in z'n geheel in Zorg + Welzijn Magazine nummer 10, oktober 2008



 

Martin Zuithof

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden