Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Etnische achtergrond geen factor in criminaliteit

Etnische achtergrond is niet bepalend voor de criminaliteit van jongeren. Dat blijkt uit een langlopend onderzoek onder 680 Rotterdamse jongeren tussen 12 en 18 jaar. Foute vrienden en psychische gesteldheid zijn wel cruciaal voor crimineel gedrag, ongeacht of het om migrante of autochtone jongeren gaat.
Etnische achtergrond geen factor in criminaliteit
Foto: ANP XTRA

Foute vrienden leiden vooral tot crimineel gedrag en criminaliteit versterkt het contact met foute vrienden. Maar wat nu de oorzaak is van contact met foute vrienden, komt niet duidelijk uit het onderzoek. Wel blijkt dat ouders eigenlijk weinig invloed hebben op de omstandigheden dat hun kind met foute vrienden in aanraking komt. 'Een belangrijke factor voor minder criminaliteit onder jongeren is wel dat ouders van hun kinderen houden, en andersom,' aldus Frans Driessen, van Bureau Driessen die het onderzoek uitvoerde.

Crimineel gedrag

Het bureau volgde 680 jongeren met verschillende etnische achtergrond zes jaar lang, van hun twaalfde tot hun achttiende jaar. De conclusie: etnische verschillen zijn niet relevant voor de aanpak van de jeugdcriminaliteit in stadswijken door de politie. Want etnische herkomst is nauwelijks een factor bij jeugdcriminaliteit. De geconstateerde verschillen tussen criminaliteit in etnische groepen zijn klein en niet stabiel. Verkeerde vrienden hebben de grootste invloed op de ontwikkeling van crimineel gedrag, aldus het onderzoek. "Brave" vrienden maken het risico op crimineel gedrag bij alle etnische groepen veel kleiner.

Lees ook het artikel over dalende criminaliteit onder jongeren

Hulpverleners

Karaktereigenschappen als agressie en hyperactiviteit geven een groter risico voor crimineel gedrag op langere termijn met zich mee te brengen. Jongeren die met 12 jaar hyperactief zijn, blijken met 18 jaar crimineler dan niet-hyperactieve jongeren. 'Dat maakt het zeker belangrijk dat kinderen vroegtijdig worden doorgestuurd naar hulpverleners,' zegt onderzoeker Driessen.

Allochtone jongeren met een lichte verstandelijke beperking lopen een risico om in het criminele circuit terecht te komen, zo beweren experts van het Verwey-Jonker instituut. Ondersteuning voor deze jongeren en hun ouders is daarom belangrijk.  Lees hier 9 tips om allochtone jongeren met een LVB te ondersteunen >>

Vroeg signaleren

Politie en jongerenwerkers moeten nauw betrokken zijn bij de jongerengroepen in de wijk, aldus Driessen. 'Politie kan in principe niets doen zolang er geen strafbare feiten worden gepleegd. Wel kan zij regulerend optreden. Jongerenwerkers en politie moeten de vinger aan de pols houden en zo vroeg mogelijk signaleren als zich iets in de groep voordoet.

Steunende ouder

Volgens Driessen is niet specifiek onderzocht hoe jongeren aan foute vrienden komen. Duidelijk is volgens hem wel dat de invloed van ouders op het criminele gedrag van hun kinderen vrij zwak is: 'De "steunende ouder" heeft weinig effect op het gedrag van het kind. 'De controle die ouders over hun kind weten te houden, heeft op het moment zelf wellicht invloed, niet op de langere termijn,' aldus de onderzoeker.

Carolien Stam

Eén reactie

  • JHM Rensen

    Ik vind het fijn dat het onderzoek duidelijkheid geeft over de relatie tussen de etnische achtergrond en criminaliteit. Voor mij spreekt het als vanzelf dat daar geen relatie tussen is.
    Verbaasd ben ik dat de onderzoekers stellen dat ouders nauwelijks invloed hebben op het criminele gedrag. Misschien geldt dat als hun kind reeds crimineel gedrag vertoont.

    Maar ouders hebben veel invloed op het ontwikkelen van moreel besef bij kinderen totdat ze 9 zijn. Dat wil zeggen dat ouders liefst negen jaar lang alles uit de kast kunnen trekken om hun kinderen aan te sturen op goed gedrag. Dat is een zeer lange tijd dat in principe genoeg is. Vanaf hun 9e jaar trekken jongens zich steeds minder aan van hun ouders. Dat is niet erg zolang ze maar terug kunnen vallen op de hopelijk stevige basis van moreel besef en fatsoenlijke omgangsvormen die hun ouders hen hebben aangeleerd.

    De religieuze boeken (van de bijbel tot aan de koran) staan vol van de zogenoemde 10 geboden en iedereen, zelfs kinderen in athëistische gezinnen, krijgt dat mee in hun opvoeding. Het is aan de ouders te bepalen in welke mate. Deze normen en waarden geven houvast aan de kinderen bij het maken van de keuzes voor vrienden en dergelijke.

    Natuurlijk zijn er karaktereigenschappen / levensomstandigheden die de keuzes versterken, zoals: 'de neiging hebben mee te lopen', behoefte aan bevestiging, geleerd hebben hun eigen mening te vormen, stabiliteit in gezin en ouders die geïnteresseerd zijn in hun kind.

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden