Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

DOENJA-directeur: 'Achterstanden bestrijden, daar gaat het om'

Ondanks miljoeneninvesteringen is er op Kanaleneiland (Utrecht) weinig verbeterd, zei Heinz Schiller in de Volkskrant (10 mei 2009). Ard Sprinkhuizen en Margot Scholte van MOVISIE reageerden fel en wezen op het belang van buurtbarbecues. Ook belangrijk, maar juist het welzijnswerk kan volgens de DOENJA-directeur bijdragen aan het doorbreken van de armoedespiraal.
DOENJA-directeur: 'Achterstanden bestrijden, daar gaat het om'

Door Heinz Schiller - ‘Het is de hoogste tijd dat er nieuwe welzijnsdirecteuren opstaan. Types met meer kennis, kunde en elan. Die nou eindelijk duidelijk maken dat er tegen geringe investeringen relatief grote baten kunnen worden behaald. Om duidelijk te maken dat tweehonderd euro voor een straatfeest misschien wel evenveel oplevert als tweehonderd miljoen voor een herstructureringsplannetje.’ Dit schreven twee senior beleidsadviseurs van MOVISIE in het juninummer van Zorg + Welzijn (2010, nummer 6, pag. 24 e.v.) in  reactie op het interview dat de Volkskrant had met mij.

Ik heb een zeer hoge pet op van de inzet en kwaliteit van de diensten die veel welzijnswerkers leveren. Bij DOENJA zijn we erin geslaagd betrokkenheid bij problemen van burgers te ver-binden aan goede inzet van onze professionaliteit. En als bewoners gezamenlijk een stukje vlees willen roosteren is dat prima. Maar laten we deze gezelligheid nou niet verwarren met bestrijding van achterstand. Met de aanpak van diepgewortelde mechanismen die worden gekenmerkt door uitsluiting, laaggeletterdheid, onafgemaakte school, werkloosheid en armoede. Mechanismen die ervoor zorgen dat achterstand dagelijks wordt gereproduceerd.

Mijn commentaar had dan ook vooral betrekking op de inzet van middelen . En niet, zoals de MOVISIE-medewerkers suggereren, op de waarde van het welzijnswerk in algemene zin. Los daarvan heb ik in de Volkskrant aangegeven dat het ook aan het welzijnswerk zelf te wijten is dat het vaak speelbal is van de politieke conjunctuur. Veel van wat we doen is matig onderbouwd. Ook dat welzijnsorganisaties niet in staat zijn om landelijk tot eenduidige aanpakken en methodieken te komen, spreekt niet in het voordeel van de sector.

Niets veranderd
Mijn beschouwing heeft betrekking op Kanaleneiland. Over deze wijk heb ik gezegd dat er op grote schaal achterstand wordt gereproduceerd. En dat er over de jaren heen, ondanks miljoenen investeringen, weinig tot niets is veranderd. De miljoenen Vogelaar-investeringen in het sociale domein zullen daar ook niets aan veranderen. Dat alles blijkt uit de cijfers van de Utrecht Monitor. In 2004 ontving 24 procent van de Kanaleneilanders een uitkering, in 2008 23,6 procent. In dezelfde periode groeide het percentage bewoners dat behoort tot de lage inkomensgroepen van 20 naar 25 procent. Het algemene buurtoordeel daalde van een 5,4 in 2004 naar een 4,7 in 2007.
Het meest in het oog springend is echter de schoolprestatie van kinderen in het basisonderwijs. Uit het monitoronderzoek blijkt dat hun Cito-score in Zuidwest, waar Kanaleneiland on-derdeel van is, de afgelopen tien jaar onveranderd fors lager is dan het stedelijke gemiddelde. Blijkbaar reproduceert een wijk als Kanaleneiland haar eigen achterstand.

Internationaal onderzoek bevestigt dat in Nederland de meest kwetsbare leerlingen op de meest kwetsbare scholen terechtkomen. Wij selecteren veel te vroeg. Daar komt bij dat leerkrachten op basisscholen vaak – onbewust – lagere verwachtingen hebben van allochtone dan van autochtone leerlingen. Op scholen van Kanaleneiland-Noord, waar 90 procent van de leerlingen een achterstandsscore heeft en van allochtone afkomst is, kun je dan ook het verdere verloop van de schoolloopbaan uittekenen. De leerlingen gaan vrijwel allemaal naar het vmbo. We weten allemaal hoeveel scholieren er zonder startkwalificatie het beroepsonderwijs verlaten. Uit recente monitorgegevens blijkt dat de woordenschat van een deel van de vmbo-leerlingen gedurende hun schoolloopbaan kleiner wordt. Dat zegt genoeg.

Homogene wijk
Hoe kun je de vicieuze cirkel van achterstandsreproductie in wijken als Kanaleneiland doorbreken? Wat betekent dat voor investeringen van gemeenten en woningcorporaties en de inzet van onderwijs en welzijnswerk? Ingrepen in de infrastructuur kunnen gevolgen hebben voor de samenstelling. Zo kan diversiteit van woonmilieus ervoor zorgen dat de middenklasse voor Kanaleneiland behouden blijft.
Onderzoek laat zien dat alle burgers van dit land een gemengde wijk prefereren. Kanaleneiland, en dan zeker Kanaleneiland-Noord, is een zeer homogene wijk, zowel in sociaal-economisch opzicht als qua etnische samenstelling. Bewoners zien nauwelijks inspirerende voorbeelden. Er is weinig waar ze zich aan kunnen optrekken of trots op kunnen zijn. Essentiële voorwaarden om stapjes te zetten op de maatschappelijke ladder zijn nauwelijks voorhan-den.

Sociale stijging
Welzijnsorganisaties en hun partners moeten de sociale stijging van bewoners van achterstandswijken stimuleren. Dit om ‘de ontwikkelingskansen van kinderen en volwassenen te vergroten door het versterken van hun economisch kapitaal, hun sociaal kapitaal, hun cultureel kapitaal en hun symbolisch kapitaal’, zoals onderzoeker Joke van der Zwaard dat formuleert.
Sociale stijging is per definitie een individuele aangelegenheid. Een buurt- of wijkbenadering, zoals we die van de Vogelaaraanpak kennen, gaat daar voor een belangrijk deel aan voorbij. Het versterken van de buurt leidt echter niet per definitie tot verbetering van de positie van individuele burgers. De aandacht voor sociale cohesie is in sommige opzichten zelfs contra-productief. Een voorbeeld. Wetenschappelijk is aangetoond dat het opleidings- en werkniveau van moeders één van de belangrijkste voorspellers is van de schoolprestaties van hun kinderen. In een buurtaanpak domineert echter veelal de verbetering van de opvoedingskwaliteiten en onderwijsondersteunende capaciteiten. Joke van der Zwaard zegt hierover: ‘de hardnekkige gewoonte van beleidsmakers en professionals om laagopgeleide en immigrantenvrouwen vooral als moeders te benaderen, benadeelt hun ontwikkelingskansen en die voor hun kinderen.’

Kinderopvang
Woningcorporaties kunnen het economisch kapitaal versterken van alleenstaande moeder zonder werk die moeite hebben om de huur te betalen. Bijvoorbeeld door hen banen, opleidingen, bedrijfsruimten of startkapitaal te verlenen. Daarbij kunnen corporaties gebruik de professionele kwaliteiten van het welzijnswerk inzetten. Brede scholen (dagscholen) kunnen sociale stijging bevorderen als onderwijs, kinderopvang en welzijnswerk talentontwikkeling en verbetering van schoolprestaties centraal stellen. In Kanaleneiland pleit ik om die reden al jaren voor één school, één team en één programma.
Juist in een benadering die het individu centraal stelt, uiteraard in de context van woon- en leefomgeving, zit de betekenis van het welzijnswerk. Welzijnsorganisaties die sociale stijging willen realiseren, moeten kiezen voor activiteiten die aantoonbaar bijdragen aan het vergroten van de zelfredzaamheid en het concreet bestrijden van achterstanden. In aandachtswijken moeten we streven naar een sluitend net dat ervoor zorgt dat de kansen van kinderen op een succesvolle (school)loopbaan toenemen. Als we zo werken, consequent en consistent, met goed opgeleide en professionele werkers, dan is dat de beste dienst die wij burgers kunnen bewijzen.

Heinz Schiller, directeur-bestuurder DOENJA Dienstverlening, Utrecht

Dit artikel staat in Zorg + Welzijn Magazine nummer 11, november 2009.

Bron: Foto: ANP/Robin Utrecht

Heinz Schiller (DOENJA Dienstverlening)

2 reacties

  • no-profile-image

    milton

    De kinderen groeien op in een buurt waar er nogal veel diversen van problematiek heerst.
    Na school worden zij geconfronteerd met de situatie op straat.Het lijkt mij heel moeilijk voor een kind om op het rechte pad te blijven.De stichtingen werken niet samen,daar ligt nou de kracht om wat te kunnen bereiken.EN wat betreft het toezicht op straat,het helpt niet veel er wordt namelijk niet met de juiste intentie gewerkt.Ik weet waar ik over praat, heb het zelf meegemaakt.

  • no-profile-image

    Ruth

    en laat die school dan een continu-rooster invoeren zodat de, meestal toch, moeders geen verknipte dag hebben en meer tijd om zich te richten op hun eigen ontwikkeling.
    Wat betreft school, zet leraren in die geloven in de potentie van de kinderen en veel van ze verwachten en vragen. De leerkrachten moeten tijd krijgen om te focussenhet goed les geven, dus KLEINE!!!!! klassen

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden