Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Subsidies stimuleren zelfstandigheid AWBZ-doelgroepen: Dienstenregeling Wonen en Zorg rond

De subsidieregeling Diensten bij Wonen en Zorg is rond. Vanuit deze tijdelijke regeling kunnen activiteiten worden betaald die het mogelijk maken dat ouderen, gehandicapten en psychiatrische patiënten zelfstandig blijven wonen. Het College voor Zorgverzekeringen noemt de regeling ‘teleurstellend’.

Staatssecretaris Clémence Ross van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eind maart de nieuwe subsidieregeling Diensten bij Wonen en Zorg bekendgemaakt. De regeling vervangt de subsidieregeling extramurale dienstverlening, van waaruit diensten voor zelfstandig wonende ouderen werden betaald die niet onder de AWBZ vielen. De nieuwe regeling gaat met terugwerkende kracht per 1 januari 2004 in.

Met de subsidieregeling Diensten bij Wonen en Zorg worden zaken betaald die niet onder de AWBZ vergoeding vallen, zoals alarmering, maaltijdverstrekking, hand- en spandiensten, sociaal culturele activiteiten en ondersteuning. Deze vallen voor ouderen die in een verzorgingshuis allemaal onder de AWBZ. Voor zelfstandig wonende ouderen is dat niet het geval. Tot nu toe konden verzorgingshuizen deze diensten aan zelfstandig wonende ouderen verhalen op de subsidieregeling extramurale diensten. Die pot bevatte dertig miljoen euro.

De nieuwe regeling Diensten bij Wonen en Zorg is echter veel breder. De regeling geldt niet alleen voor de ouderenzorg, maar voor de hele AWBZ-doelgroep, dus ook gehandicapten en psychiatrische patiënten. Het College voor Zorgverzekeringen krijgt een kleine vijftig miljoen euro. Zij verdeelt dit geld over de zorgkantoren, die het op hun beurt weer beschikbaar stellen voor projecten in hun regio. Instellingen kunnen projecten hiervoor indienen bij het zorgkantoor. Daarbij gaat het niet langer uitsluitend om instellingen voor ouderenzorg. De projectvoorstellen kunnen ook worden ingediend door andere zorginstellingen, woningcorporaties, gemeenten en welzijnsorganisaties. De staatssecretaris onderscheidt twee typen projecten die voor financiering in aanmerking komen: initiatieven gericht op het omzetten van bestaande of geplande intramurale plaatsen naar zelfstandig wonen met zorg en dienstverlening en projecten die ervoor zorgen dat mensen langer zelfstandig thuis kunnen blijven wonen. Mensen die onder de laatste groep vallen moeten echter wel een indicatie voor verblijf in een verzorgings- of verpleeghuis hebben.

Dat noemt het College voor Zorgverzekeringen (CvZ) teleurstellend. Gonny Hendriksen van de CvZ: ‘We hebben steeds geprobeerd die eis van tafel te krijgen, zodat ook mensen die nog niet voor intramurale verzorging geïndiceerd zijn eronder konden vallen. Maar daar viel niet aan te tornen.’

Wel is het mogelijk dat er geld gaat naar projecten die niet aan de twee genoemde typen voldoen. In de regeling stelt VWS dat er ook ruimte is voor experimenten. Hendriksen noemt dat een theoretische mogelijkheid. ‘Van de vijftig miljoen is slechts zes ton beschikbaar voor experimenten. En voor het komend jaar is dat geld al vergeven voor een project in de Westelijke Mijnstreek. De speelruimte voor andere initiatieven is dus voorlopig verdwenen.’

De nieuwe regeling stelt ook dat zorgkantoren bij het toewijzen van geld voorrang moeten geven aan breed gedragen projecten. De voorkeur gaat uit naar initiatieven van meerdere partijen, zoals zorginstellingen, welzijnsorganisaties, gemeenten en woningcorporaties die met gezamenlijke voorstellen komen.

De regeling blijft van kracht tot de invoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, per 1 januari 2006.

Administrator

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden