Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Community School werkt doelgericht aan het vergroten van ouderparticipatie: Lessen voor ouders in achterstandssituaties

Leerkrachten klagen nogal eens over een passieve houding bij ouders. Maar de Community School in Amsterdam heeft een aparte ouderkamer, welzijnswerkers, taal- en opvoedcursussen in het leven geroepen om de ouderparticipatie te stimuleren. Met als doel om vooral ouders in achterstandssituaties over de drempel van de school te krijgen.

In de Community School, een brede school in de Amsterdamse buurt De Pijp, eten tussen de middag Marokkaanse moeders met hun kinderen in de ouderkamer. Een half jaar geleden zaten ze nog op de trap voor de deur van de school. Op dinsdagavond is er Nederlandse taalles, op donderdag de koffie-inloopochtend voor ouders. De opzet is om ouders in eerste instantie de school ín te krijgen. Dan raken ze bekend met wat er in het gebouw allemaal gebeurt en zijn er mogelijkheden om ouders ook bij andere activiteiten te betrekken. Zoals een opvoedcursus, een gesprek met de leerkracht of naschoolse activiteiten voor de kinderen. De brede school richt zich in eerste instantie op de participatie van ouders in achterstandssituaties, veelal allochtonen. Maar ook de tweeverdieners ontdekken inmiddels de praktische voordelen van de brede school en moeten betrokken worden. Zij hebben een ander probleem: weinig tijd.

De Community School is in mei 2000 geopend als brede school. Basisschool, sociaal-culturele activiteiten voor kinderen en volwassenen, peuterspeelzalen en na- en tussenschoolse opvang zitten in één gebouw. De Community School moest een multiculturele school worden, voorzieningen aan ouders bieden en achterstandskinderen ondersteunen in hun ontwikkeling.
Vorig jaar begon de Community School zich heel specifiek te richten op ouderparticipatie. ‘Wil een kind zich op school goed ontplooien, moet het ondersteuning van thuis krijgen,’ verklaart Annemieke Verhoogt van de welzijnsorganisatie Combiwel. De welzijnsorganisatie maakt onderdeel uit van de brede school. ‘Dan is het belangrijk dat ouders weten wat we hier doen en waarom. Als de leerkracht bijvoorbeeld gedragsproblemen constateert, moet je daarover met ouders kunnen praten. Zij moeten dat herkennen en er zelf mee om kunnen gaan. Maar allochtone ouders zie je niet op de ouderavonden op school. De drempel is vaak te hoog. De school is voor hen een andere wereld, ze spreken slecht Nederlands en zijn zelf vaak analfabeet.’
Janine Herzstein is contactouder bij de Community School. Zij wordt negen uur per week betaald voor haar taak ouders te betrekken bij de school. Ze organiseert de koffie-inloopochtend op donderdag, ‘dan kan ik ouders aanspreken, hen vragen mee te doen met activiteiten of gewoon advies geven bij een probleem.’ De koffieochtend blijkt een prima informeel circuit te zin voor hulp en advies, volgens Herzstein, ‘en een beginpunt van waaruit we verder iets kunnen met de ouders.’ Zo is de welzijnsorganisatie bezig met een cursus Nederlands, waarin vooral onderwerpen aan bod komen die met de school te maken hebben. Ook worden er opvoedcursussen georganiseerd: ‘De baas in huis, wie is dat?’ of ‘Televisie kijken, goed of slecht?’. Door de ouders binnen te halen, zijn er mogelijkheden om achterstandsgezinnen te ondersteunen, wat uiteindelijk de ontwikkeling van de kinderen ten goede komt.

Een belangrijke rol in de ouderparticipatie is weggelegd voor de welzijnswerkers. Zij zijn immers gespecialiseerd in het opzetten en begeleiden van participatie. Helga Spel is volwassenenwerker bij de Community School: ‘Mijn buurtouders, voor wie ik naailessen, sportlessen en computerlessen organiseer, zijn deels dezelfde ouders als die van de school. Als een Marokkaanse moeder bij mij op naailes zit, is de weg naar de ouderkamer of naar de leerkracht maar één deur verder. Als we ze eenmaal binnen hebben, dan kan je er ook verder iets mee.’
De ideeën zijn er, de inzet ook, maar de resultaten zijn nog in een pril stadium. ‘Ik had verwacht dat er meer enthousiasme en betrokkenheid bij vooral autochtone ouders zou zijn,’ zegt contactouder Herzstein. Zij heeft inmiddels een vijftiental actieve ouders, van wie er slechts twee allochtoon zijn. ‘De tijd en de taal zijn het grote struikelblok,’ volgens haar. ‘Allochtone ouders spreken nauwelijks Nederlands, de autochtone ouders zijn tweeverdieners of alleenstaande werkende ouders.’ Tot nu toe heeft Herzstein zich vooral gericht op de allochtone vrouwen. ‘Ik denk dat ik beter via de vaders kan proberen de vrouwen bij de school betrekken. De actieve vrouwen zijn ook de geïntegreerde vrouwen, die niet vast zitten in geloof, man en aanrecht.’

Het is moeizaam, om ouders actief te krijgen. En niet alleen een kwestie van activiteiten op het juiste tijdstip aanbieden - dus de thema-avonden voor tweeverdieners op de avond, maar dan komen de allochtone vrouwen weer niet. Het is ook een kwestie van blijven vragen waar ouders behoefte aan hebben, volgens Herzstein, en blijven vragen of ze zelf daar ook een rol in willen spelen.

‘Belangrijk is dat ouders door de beroepskrachten als bondgenoten worden betrokken,’ zegt Annemieke Verhoogt van de welzijnsorganisatie. Door in te spelen op hun behoeften, op wat interessant is voor ouders. Maar ook door ze aan te spreken op hun rol in de buurt en in de opvoeding. ‘Wij krijgen hier allochtone vaders binnen die computercursussen volgen. Nu willen ze graag een eigen ontmoetingplek. Dat wil ik best organiseren, maar dan wil ik ook dat zij de kinderen die zich op straat misdragen aanspreken.’

De ouderparticipatie in de brede school in de Amsterdamse Pijp staat nog in de kinderschoenen. De organisaties komen nu ook de structurele problemen tegen die de brede school met zich meebrengt. Zoals de onmogelijkheid om met z’n allen te overleggen. Als de leerkrachten op de basisschool en peutersspeelzaalleidsters klaar zijn met hun werk, beginnen de leidsters op de naschoolse opvang. De sociaal-cultureel werker is nog het meest flexibel in zijn werktijd. ‘Veel overleg gebeurt in de wandelgangen en ad hoc,’ zegt Annemieke Verhoogt. ‘De activiteiten leunen erg op de persoonlijke inzet van mensen. Wil het beklijven, dan zal het gestructureerd moeten worden. Dat kan alleen als leerkrachten en leidsters daar ook taakuren voor krijgen.’

Ouderparticipatie

Als ouders nauw betrokken zijn bij de leefwereld van hun kind buiten het gezin, zullen zij zich daar meer verantwoordelijk voor voelen. Zijn er problemen, zijn ze eerder op de hoogte en is ingrijpen sneller mogelijk. Dat is één belangrijke reden om ouders meer te betrekken bij de brede school. Ouderparticipatie is uiteraard ook belangrijk om ouders een stem te geven in het beleid van de brede school. Maar het heeft ook een sociale component, namelijk aanleren van vaardigheden als keuzes maken, eigen mening verwoorden, samenwerken, andere normen en waarden leren kennen. Voor veel ouders, vooral van minder kansrijke groepen zoals laagopgeleiden en allochtonen, is dat geen vanzelfsprekendheid.
De brede school is uitermate geschikt om ouders te betrekken. Omdat de samenwerking tussen buurtwerk, kinderopvang en onderwijs ‘natuurlijke contacten’ met ouders mogelijk maakt. De rol van het welzijnswerk hierin is belangrijk, omdat deze beroepskrachten gespecialiseerd zijn in de opzet, ontwikkeling en begeleiding van participatie.
De methodiek om ouders te laten participeren, dus actief deel te nemen, bij de samenwerkende instanties is opgedeeld in twee delen. De ontwikkeling van beleid, dat na een tiental ‘stappen’ uitmondt in een beleidsplan. Vervolgens moeten activiteiten opgezet en uitgevoerd worden. In beide onderdelen komen draagvlak in de organisatie en visie op ouderparticipatie terug. Het belang ervan moet duidelijk zijn voor zowel ouders als samenwerkende instanties in de brede school. Er moeten doelen worden geformuleerd, de mate en vormen van participatie vastgelegd en er moet een regisseur - door bevoegd gezag van de brede school of gemeente - worden aangewezen.
De uitvoering - het activiteitenplan - kent een achttal stappen. Er zijn faciliteiten voor coördinatie en budget. De manier van werven en eventuele training en rechten van ouders zijn duidelijk. Behoeften en wensen van ouders zijn vertaald in het activiteitenprogramma, dat in een draaiboek is uitgewerkt. Tot slot is een evaluatie nodig, die weer conclusies voor een nieuw plan van activiteiten oplevert.


Carolien Stam

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden