Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Probleemgedrag meisjes vergt aparte aanpak

Opgroeien in een weinig liefdevolle thuissituatie, een achterstandsbuurt en een lage sociaaleconomische status: voor jonge meisjes zijn het risicofactoren om probleemgedrag te gaan vertonen. Preventieprogramma’s kunnen helpen, mits er ook aandacht is voor de ouders. Dat concludeert Leoniek Kroneman, die op 14 december promoveert op het onderwerp.
Probleemgedrag meisjes vergt aparte aanpak

Zeer opstandig, bijzonder agressief en alsmaar regels overtreden: hoe komt het toch dat sommige meisjes zulk probleemgedrag vertonen? Leoniek Kroneman deed onderzoek naar dit zogeheten disruptieve gedrag. Daaruit blijkt dat dit type probleemgedrag bij meisjes vanaf het 7de jaar eerst afneemt en vervolgens na het 10de jaar weer toeneemt. De manier waarop het zich uit, verschilt wel sterk: van roddelen, dreigen, agressie in contacten met anderen en sociale uitsluiting totlichamelijke agressie.

Opvoedstijl
Ongeveer 1 tot 3 procent van de meisjes vertoont ernstig disruptief gedrag. Kinderen die weinig schuldgevoel ervaren en moeite hebben om zich in anderen te verplaatsen, hebben een verhoogd risico op dat gedrag. Daarnaast spelen gebrekkig toezicht van de ouders, een weinig liefdevolle ouder-kindrelatie en een autoritaire of juist toegeeflijke opvoedstijl een rol bij het ontstaan van disruptief gedrag.

Kenteren
Kroonen concludeert dat een deel van de meisjes te laat hulp ontvangt. Om effectief te zijn, moeten interventies starten rond de overgang van kindertijd naar adolescentie. Preventieprogramma’s zoals Triple P (positive parenting program) kunnen de negatieve ontwikkeling mogelijk kenteren. Preventie zou zich volgens Kroonen ook moeten richten op meisjes die opgroeien in een achterstandsbuurt. Voorbeeld hiervan is het Amerikaanse programma communities that care (CTC). Het Nederlands Jeugd Instituut (NJI) heeft dat programma toepasbaar gemaakt voor de situatie hier. Een aantal gemeenten werkt er inmiddels mee.

Oudertraining
Uit het proefschrift blijkt verder dat ouders het belangrijkste aanknopingspunt zijn in de behandeling van ontluikend probleemgedrag bij 7- tot 12-jarige meisjes. Volgens Kroonen is het dan ook cruciaal dat interventieprogramma’s oudertraining of systeemtherapie omvatten. Een voorbeeld daarvan is Multisystemic Therapy (MST), dat ook in Nederland wordt aangeboden.

Zelfcontrole
Er bestaan twee interventieprogramma’s die zich specifiek richten op het tegengaan van disruptief gedrag van meisjes: het Multi-dimensional Treatment Foster Care program (MTFC) en het Earlscout Girls Connection Program (SNAP Girls Connection). MTFC is een programma van 6 tot 12 maanden waarbij de jongere wordt geplaatst in een speciaal getraind en begeleid opvoedgezin. SNAP Girls Connection omvat een wekelijkse oudertraining en een wekelijkse meisjesgroep, waarin wordt gewerkt aan vaardigheden als zelfcontrole. Het programma is in Nederland (nog) niet voorhanden.

Het proefschrift van Leoniek Kroneman, Girls’ disruptive behavior: a study of explanatory factors, vindt u hier.

Meer weten? Lees dan ook de gratis Zorg + Welzijn Nieuwsbrief. Daarvoor kunt u zich hier aanmelden.

Bron: proefschrift Leoniek Kroneman/NJI, Foto: stock.xchng

122074

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden