Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Ophef particulier opvanghuis Difference legt problemen in jeugdzorg bloot: ‘Barbertje moest hangen’

De Inspectie Jeugdzorg trof deze zomer een zootje aan bij stichting Difference in Haaksbergen die ongeveer twaalf ontspoorde jongeren crisisopvang bood. Terwijl het ministerie van VWS de pupillen meteen liet weghalen, voelt directeur Roy Coco zich geslachtofferd. In korte tijd werden veel problemen blootgelegd. Zoals een gebrek aan regels voor particuliere opvanghuizen. En het schromelijk tekortschieten van de reguliere hulpverlening.

Kinderen die patat krijgen in plaats van normaal avondeten. Meubilair dat uit de kringloopwinkel komt. Ondeskundig personeel dat ziek of afwezig is, slaapkamers van pupillen die een ‘desolate’ indruk maken. Toiletten die niet schoon zijn, een keuken en provisieruimten die niet aan de regels voldoen. Het is maar een greep uit de zaken die de Inspectie Jeugdzorg deze zomer aantrof in de crisisopvang in Haaksbergen van de stichting Difference. ‘Dit hebben we nog nooit meegemaakt,’ zegt hoofdinspecteur Joke de Vries.
Haar medewerkers bezoeken wel vaker instellingen waar probleemjongeren worden opgevangen. ‘De kwaliteit is wisselend,’ oordeelt De Vries. De gebreken zitten hem vaak in de bureaucratie. Op papier zijn er beleidsdoelstellingen geformuleerd. Maar die worden in de praktijk door het personeel niet goed genoeg uitgevoerd. Wat de inspectie in Haaksbergen aantrof, was volgens De Vries van een heel andere orde. ‘Het was extreem. Er was zoveel mis, eigenlijk op alle terreinen.’

Politiek spel

Directeur Roy Coco van de stichting Difference heeft een heel ander verhaal. Hij heeft inmiddels het gevoel in een nachtmerrie terecht te zijn gekomen. ‘Ik ben een speelbal geworden in een politiek spel. De macht van de sterkste geldt. Ik met mijn kleine organisatie kan daar niet tegenop. Barbertje moet hangen.’


De crisisopvang voor jongeren met een kleine verstandelijke handicap staat inmiddels leeg. Coco probeert in overleg met de eigenaar van zijn huurcontract af te komen. Een advocaat onderzoekt hoe het verder moet met de acht personeelsleden. De opvang zal niet meer open gaan. ‘Als de klanten wegblijven, moet je je winkel sluiten.’ Coco zegt te goeder trouw te zijn. Afkomstig uit de jongerenhulpverlening begon hij ruim twee jaar geleden met particuliere crisisopvang in Haaksbergen, gericht op ontspoorde jongeren met een lichte verstandelijke handicap. Hij zegt keer op keer bij de inspectie gevraagd te hebben om een kwaliteitsonderzoek. ‘Er zijn geen richtlijnen. Toch wilde ik weten waar wij stonden met onze hulpverlening. Waren we goed, op welke punten kon het beter. Als wij goed werden verklaard, zouden andere instellingen sneller jongeren voor crisisopvang bij ons plaatsen.’

Inspectie
In juni verschenen er twee inspecteurs op de stoep die de instelling onder de loep namen. De sfeer was volgens Coco heel goed. ‘Niet dat ze geen opmerkingen hadden, maar deze waren opbouwend, positief kritisch.’ Dat veranderde volgens hem toen de televisierubriek Netwerk begin augustus contact met hem opnam. De programmamakers beschikten over verklaringen van ontevreden personeel en een moeder, onder meer over geweld tegen de pupillen. Ook zouden instellingen, door de slechte ervaringen, weigeren nog kinderen bij Difference te plaatsen. Coco weigerde op de vragen in te gaan. Hij vond ze tendentieus.
De Netwerk-uitzending, een paar dagen later, loog er niet om. D66 eiste erin onmiddellijke maatregelen tegen Difference. De inspectie die eerder had aangekondigd het eindrapport over Difference pas in september te zullen presenteren, sommeerde Coco naar kantoor te komen. Het rapport zou hem begin augustus al worden uitgereikt, een paar dagen na de uitzending. ‘Toen ik het rapport onder ogen kreeg, viel ik van mijn stoel,’ zegt Coco. ‘Ik herkende niets meer van onze gesprekken. Alles was plotseling negatief. Er stonden allerlei dingen in die gewoon niet waar waren.’
Coco noemt de aantijgingen ‘kul’. ‘Er hebben jaren lang asielzoekers in ons pand gezeten. Ze maakten gebruik van dezelfde keuken. Toen voldeed die kennelijk wel aan de eisen.’ De meubels kwamen, volgens hem, niet uit de kringloopwinkel, het personeel was wel degelijk geschoold. ‘U kunt het navragen bij snackbar tegenover ons pand. Alleen de zondagavond was patatavond. Verder werden er normale maaltijden geserveerd.’
Coco denkt het slachtoffer te zijn geworden van kwaadwillende medewerkers of ex-medewerkers die hem een hak wilden zetten. ‘Ze konden bij Netwerk hun verhaal kwijt. De inspectie heeft vervolgens hun verhalen voor waar aangenomen. En ik kan er niets tegen doen. Ik kan niet eens in beroep tegen hun oordeel.’ Hij wil nieuw onafhankelijk onderzoek.

Onder dak

Directeur Martin Dirksen van Bureau Jeugdzorg in Overijssel kende de crisisopvang in Haaksbergen ook. ‘We hebben er één keer een kind geplaatst. Maar dat hebben we zo snel mogelijk weggehaald.’ Het rapport van de inspectie rept van meubels uit de kringloopwinkel. ‘Ik denk,’ zegt Dirksen, ‘dat een kringloopwinkel de meubelen, die ik heb gezien, niet eens zou aannemen. Zo slecht waren ze. We wisten toen ook dat er een onderzoek liep. Die dingen waren voor ons al genoeg.’
Volgens Dirksen krijgen mensen als Coco de kans opvanghuizen te openen door het grote gebrek aan opvangplaatsen bij de reguliere jeugdzorg. ‘Als je een kind voor je hebt met grote problemen: Het kan niet naar huis, je kunt het ook de straat niet opsturen. Wat moet je dan? In uiterste nood dan maar naar een particuliere instelling, want dan is het in elk geval onder dak.’


Staatssecretaris Ross van Volksgezondheid verordonneerde na de rapportage over Difference dat de jeugdzorg binnen een maand moest laten weten hoeveel particuliere instellingen er binnen de sector zijn. De staatssecretaris wil ook weten welke kwaliteit ze bieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor die inventarisatie, maar de Bureaus Jeugdzorg zijn de uitvoerende instantie. ‘Wij moeten dus instellingen gaan controleren,’ zegt Dirksen. ‘Maar volgens welke criteria? Die zijn nergens vastgelegd. Is het goed als kinderen bij elkaar op de kamer slapen omdat het gezellig is, of moeten ze juist apart. Aan welke eisen moet hun dagprogramma eruit zien? Ik weet het niet.’ Hij vindt dat provincies en ministerie met elkaar richtlijnen moeten uitwerken. Daarbij wijst hij op de financiële kwestie. ‘Als Bureau Jeugdzorg Overijssel krijgen wij tonnen minder door bezuinigingen op de jeugdbescherming. Nu krijgen we er weer een taak bij. Hoe moeten we dat doen? Minder hulp aan de klant bieden?’


Dirksen vindt dat de politiek extra geld beschikbaar moet stellen voor de jeugdzorg, zodat het aantal reguliere opvangplaatsen kan worden uitgebreid. ‘Er is extra geld naar de bestrijding van wachtlijsten gegaan, maar dat is niet genoeg.’ Bovendien, zegt hij, moet er beter worden samengewerkt tussen de verschillende instellingen. Jongeren vallen dan minder snel tussen wal en schip. Hoofdinspecteur De Vries is het met het laatste zeer eens. De kwestie rond Difference heeft volgens haar opnieuw duidelijk gemaakt dat de hulpverlening rond pupillen met een lichte verstandelijke handicap niet goed loopt. ‘Uiterlijk zie je niets aan die jongeren. Hun handicap wordt dus niet herkend. Maar het kan zijn dat ze eenvoudige dingen al niet snappen. Als je dan niet adequaat ingrijpt, kan het van kwaad tot erger gaan.’ Ze wil dat de jeugdhulpverlening en de sector van de geestelijke gezondheidszorg veel beter met elkaar samenwerken en meer gebruik maken van elkaars kennis. Hulpverleners zouden op die manier kunnen voorkomen dat de jongeren ernstige gedragsproblemen ontwikkelen, en steeds verder afzakken. ‘Die samenwerking is er nu onvoldoende.’


Ze vindt ook dat de Bureaus Jeugdzorg hun intake met jongeren moeten verbeteren. ‘Ik zeg altijd: zorg dat jouw beste mensen de eerste gesprekken doen. Het is belangrijk dat je meteen in het begin kunt inschatten wat er aan de hand is met een jongere. Dan kun je hem of haar goede hulp bieden.’ Het ministerie en de provincies zijn, volgens haar, al bezig met het opstellen van richtlijnen waaraan de particuliere jeugdinstellingen moeten voldoen. Ook wordt gewerkt aan een controlesysteem. ‘Dat was al zo voordat we met Difference te maken kregen. De particuliere opvang binnen de jeugdzorg is een betrekkelijk nieuwe constructie. De regels moeten daar nog op aan worden gepast.’ Daarbij is ze van mening dat extra geld niet de enige manier is om problemen binnen de jeugdzorg op te lossen. ‘Er is al veel extra geld naar de sector gegaan. Ook de houding van mensen moet veranderen. Als je dingen anders, effectiever, organiseert, kun je al veel terrein winnen.’

Annet van Eenenman

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden