Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Directeur Eric Lemstra van Bureau Jeugd zorg Noord-Holland-Noord over drama Alphen aan den Rijn: ‘Gezinsvoogden zullen nu eerder een uithuisplaatsing aanvragen’

De gruwelijke dood van de driejarige peuter Savanna twee weken geleden werd direct op het bordje van Bureau Jeugdzorg gelegd. Twijfel rees wederom over de rol en het inschattingsvermogen van de hulpverleners. Maar Bureau Jeugdzorg kan niet de panacee voor alle ellende in gezinnen zijn, stelt Eric Lemstra, directeur van Bureau Jeugdzorg Noord-Holland-Noord, dat bij het gezin was betrokken. ‘Je kan van een gezinsvoogd, verantwoordelijkheid voor gemiddeld vierentwintig gezinnen, niet verwachten dat hij zo intensief kan begeleiden als hij maar anderhalf uur per week de tijd heeft.’

Na de vondst van het lijkje van de peuter Savanna in de kofferbak van een auto, werd direct bekend dat het gezin door diverse instanties in de jeugdzorg in de gaten werd gehouden. En dat het kind al eerder uit huis was geplaatst en de moeder onder psychiatrische behandeling was. De inspecteur van het IGZ (Inspectie Gezondheidszorg) trok publiekelijk de kennis van de hulpverleners in twijfel. Het Roermond-drama en de Rowena-catastrofe liggen nog vers in het geheugen. Natuurlijk moet er nu weer iets fout zijn met de hulpverlening van Bureau Jeugdzorg.

Waarom krijgt Bureau Jeugdzorg altijd de schuld?

‘Misschien omdat de verwachtingen hoger zijn dan in werkelijkheid haalbaar is. Men veronderstelt dat de gezinsvoogd alle risico’s kan uitsluiten en dat hij dagelijks toezicht houdt op de situatie in een complex gezin. Maar als je slechts anderhalf uur per week met een gezin bezig kan zijn, kun je niet van dagelijks toezicht spreken. De lessen die uit vorige drama’s zijn geleerd veronderstellen dat risico’s uit te sluiten zijn. Als de zorg maar goed is georganiseerd, zijn er ook geen risico’s. Ik denk dat de kans op extreme gebeurtenissen kleiner is als de zorg intensiever is. Hoe meer je aanwezig bent in een gezin, hoe beter je toezicht kunt houden. Maar een risico blijft er altijd. Je kunt de begeleiding en coördinatie van de gezinsvoogd intensiveren. Of een gezinscoach aanstellen die de dagelijkse begeleiding verzorgt in het gezin. Maar willen we dat realiseren, dan praat je wel over een verdrievoudiging van het huidige budget. Wil je een gezinsvoogd voor dit soort complexe situaties meer tijd geven, moet de gemiddelde caseload terug naar een op vijftien. Dat is een politieke keuze. Na "Roermond" zou de gezinscoach geïntroduceerd worden. Verder dan enkele projecten is het nog niet gekomen.’

De inspectie stelt in haar jaarrapport 2003 dat het in de jeugdzorg ontbreekt aan ‘integraal toezicht, langs elkaar heen werken en niet tijdig signaleren van problemen. Kunt u dat tegenspreken?

‘Algemeen geldt dat hoe meer instanties betrokken zijn bij een gezin, hoe meer energie de samenwerking en de afstemming kost. In het gezin van Savanna was sprake van complexe problemen. De vier betrokken hulpverleners overlegden elke vier tot zes weken, vaak samen met de moeder. De verhuizing van het gezin, twee jaar geleden, heeft niet geleid tot overdracht naar een ander Bureau Jeugdzorg. De vertrouwdheid met de hulpverleners speelt een belangrijke rol in die beslissing. Bureau Jeugdzorg heeft de verantwoordelijkheid af te wegen welke hulp nodig is en of de zorg voldoende is. Er was geen sprake van één hulpverlener bij wie alles samenkomt in de zin van dagelijkse begeleiding. Zou je dat wel doen, dan kom je bij een gezinscoach. Die hebben wij niet in huis.’

Wie is verantwoordelijk voor tijdig ingrijpen bij de 50 tot 80.000 kinderen die jaarlijks mishandeld worden?

‘Het begint bij signalen van de omgeving of door beroepskrachten: de hulpverlener, de huisarts of de school. Iedereen is verantwoordelijk voor het melden van signalen. Bij het meldpunt kindermishandeling, het AMK, of bij de politie. Het AMK heeft dan de verantwoordelijkheid een onderzoek in te stellen en eventueel de Raad voor de Kinderbescherming in te schakelen. Over het gezin van Savanna hebben wij signalen gehad. Daarop is de hulpverlening aan het gezin geïntensiveerd. De moeder aanvaardde die hulp en werkte mee. Maar nu duikt in de pers ineens het verhaal op dat al eerder was gebleken dat de moeder psychiatrisch onbehandelbaar was. Ik weet niet waar ze dat vandaan halen. Maar als het waar is, had die informatie toch aan ons moeten worden doorgegeven. Een van de problemen is dat informatie wordt beperkt door beroepsgeheim, bijvoorbeeld van de arts of van de psychiatrisch behandelaar. Ik denk dat er nog veel te winnen is bij verandering van de privacyregels.’

Zijn er regels voor wanneer een situatie risicovol is?

‘De inschatting van de situatie ligt bij de gezinsvoogd, die hierbij afhankelijk is van andere hulpverleners in het gezin. Op basis van deze signalen maakt Bureau Jeugdzorg de afweging of het verantwoord is het kind bij de ouders te houden of uit huis te plaatsen. De kinderrechter moet daar uiteindelijk een oordeel over vellen. Je kunt zeggen dat risico’s moeten worden verminderd door kinderen sneller uit huis te plaatsen. Maar let wel: de helft van de kinderen met een ondertoezichtstelling wordt al tijdelijk uit huis geplaatst. Ik denk dat deze gebeurtenis ertoe zal leiden dat gezinsvoogden nog eerder een uithuisplaatsing zullen aanvragen.’

Moet het beleid aangepast worden om risico’s te verkleinen?

‘Ik denk wel dat deze tragedie aanleiding is om het beleid aan te scherpen. De gezinsvoogden moeten meer tijd krijgen om complexe gezinnen intensiever te begeleiden. De privacyregels moeten ook worden aangepakt. We moeten ervoor oppassen dat we op basis van een tragische gebeurtenis kinderen nu eerder uithuis gaan plaatsen. Het heeft al helemaal geen zin om te roepen dat de kennis van de hulpverleners tekort schiet. Dat soort uitspraken voedt de gedachte dat de jeugdzorg een gebrekkig georganiseerde sector is. Bij het gezin van Savanna was een zeer ervaren gezinsvoogd betrokken. Ik zal de laatste zijn die zegt dat er niets te winnen valt op het terrein van opleiding en kennis. Veel van onze klanten kampen met psychiatrische problemen. Je kunt je afvragen of de gezinsvoogdij daar voldoende voor is toegerust. Extra inbreng van de jeugd-ggz is daarom noodzakelijk.’

Carolien Stam

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden