Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Mettiena Leemeijer, secretaris van Talant, over de noodzaak van forse bezuinigingen: ‘We hebben ons aanvankelijk te rijk gerekend’

Tot 2006 moet Talant, een Friese instelling voor verstandelijk gehandicaptenzorg, 7,3 miljoen euro bezuinigen om financieel gezond te blijven. Over 2003 dreigde er al een tekort van 1,7 miljoen euro. De instelling wil medewerkers zonder ontslagen af laten vloeien (zo’n 175 voltijdsbanen). Voorts wil ze tijdelijke contracten niet verlengen. ‘Geen tijdelijk personeel is uiteindelijk de dood in de pot,’ zegt secretaris Mettiena Leemeijer.

Talant moet de komende twee jaar vijf procent ombuigen om financieel gezond te blijven. In een brief gaf de raad van bestuur onlangs uitleg over de ontstane tekorten: de loonkostensubsidies van de overheid zijn teruggedraaid, tegenover loonkostenstijgingen staan minder overheidsvergoeding, de pensioenpremies worden steeds duurder en daarbij kwam minister Hoogervorst ook nog met een efficiencykorting van 0,8 procent. Talant, dat een budget heeft van 150 miljoen euro -ontstond begin 2002 uit een fusie van drie aanbieders in de gehandicaptenzorg in Friesland: Maartenswouden, D.A.G. Friesland en Heechhout Kaai. De instelling biedt zorg aan zo’n 3000 cliënten en heeft zo’n 4200 medewerkers.

Mettina Leemeijer, secretaris van de raad van bestuur van Talant, noemt de lagere inkomsten en hogere uitgaven ‘de harde oorzaken’ van de tekorten. Daarnaast zijn er volgens haar nog ‘onzekerheden’ over specifieke middelen, zoals de hardheidsclausule en de middelen voor ‘zorg op maat’ die teruglopen. ‘Dat er wordt gekort op die middelen voor complexe zorg is zeker, alleen is de vraag wanneer. De ‘Zorg op maat’-regeling was bedoeld om de wachtlijst terug te dringen. Daarmee hebben we de afgelopen jaren snel meer cliënten geholpen en hadden we in drie jaar een omzetgroei van 25 procent. Cliënten nemen tegenwoordig ook individuele budgetten mee. Dat maakt de financiële planning ook kwetsbaarder. Door de modernisering van de AWBZ ondervinden we steeds meer concurrentie: ook andere aanbieders bieden steeds meer zorg aan.’

Heeft de overgang naar kleinschalige woonvormen bijgedragen aan de tekorten?

‘We hebben de afgelopen jaren veel extra gelden gekregen om cliënten versneld van de wachtlijsten te helpen. Dat is gelukt. We zijn wel minder kritisch geweest of het wel uitkon. Als je snel woonruimte moet huren, ben je soms duurder uit dan wanneer je meer tijd hebt. Als cliënten zelfstandig gaan wonen, heb je ook extra zorg en ondersteuning nodig. Met de middelen van nu komen we daar niet meer mee uit.’
Is de zorg voor Talant door de kleinschaligheid complexer geworden?
‘Nee. Talant is ontstaan uit drie instellingen, waarvan enkele vooruitstrevend waren op het gebied van werken en dagbesteding. Er zitten ook traditionele intramurale voorzieningen tussen, gebouwen in de bossen die niet meer voldoen. De vermaatschappelijking doen we zo zorgvuldig mogelijk. Je kan niet iedereen zo maar op zichzelf laten wonen. Op het terrein van de Overstesingel in Drachten doen we een omgekeerde integratie: een groot deel van de cliënten verhuist uit de vroegere intramurale voorziening naar dorpen in de buurt. Daarvoor in de plaats komen gewone woningen voor burgers op het terrein. Cliënten en burgers maken straks gebruik van dezelfde sportvoorzieningen.’

Staatssecretaris Ross wil dat tussen 2003 en 2006 jaarlijks duizend cliënten van de instellingsterreinen verhuizen naar wijken en dorpen. Gaat ze met zulke ambities niet veel te hard?

‘We willen inzetten op “zo gewoon mogelijk waar dat kan”. De raad van bestuur vindt achteraf dat we soms een beetje te vooruitstrevend waren. Maar we hebben nooit gewerkt met aantallen. Vraagsturing is onze leidraad. We hebben daarop geïnvesteerd door cliënten persoonlijke assistenten te geven die kijken wat cliënten willen. We hebben veel bereikt op het gebied van vraagsturing: we hebben een aanspreekpunt gekregen in de vorm van een centrum cliëntzaken. De barrières tussen intra- en semimurale voorzieningen zijn geslecht. Er is een grotere differentiatie in het diensten- en ondersteuningspakket.’

Maakt de schaalgrootte van de instelling sturing niet moeilijk?

‘Je kunt eerder zeggen dat we na de fusie de schaalvoordelen van een grote instelling in twee jaar nog niet hebben bereikt. Dat kost meer tijd. Het kostte tijd om het nieuwe cliëntenregistratiesysteem goed te krijgen, daar zaten in het begin fouten in. We moesten de systemen van drie instellingen integreren. De schaalvoordelen van een grote organisatie hebben we nog niet helemaal kunnen benutten. In het cliëntenregistratiesysteem zaten bijvoorbeeld dubbellingen, waardoor we ons aanvankelijk te rijk hebben gerekend.
‘Tussen de fusiepartners zijn de schotten juist weggehaald. Vroeger woonde iemand bij de ene instelling en werkte bij de andere. Er waren veel administratieve processen nodig om dat in goede banen te leiden. Cliënten verhuisden minder makkelijk en hadden ook minder keus. De cliënten die intramuraal wonen, kunnen nu ook makkelijker semimuraal wonen. Daarvoor kunnen ze nu bij dezelfde instelling terecht. Dat loopt makkelijker.’

Om te bezuinigen zet Talant een stop op tijdelijk personeel. Is dat wel te doen voor een instelling met een ziekteverzuim van rond de zes procent?

‘Op sommige plekken hebben we volgens de normen toch te veel mensen in dienst. Het is een uitdaging om de mensen daar neer te zetten waar ze nodig zijn. We moeten het komen jaar daarvoor parameters ontwikkelen. In de zorg ervaar je nooit dat er mensen te veel zijn. Als je geld hebt voor negentien, loopt de twintigste op de groep niet niks te doen. Geen tijdelijk personeel is uiteindelijk de dood in de pot. Daarom willen we een heroriëntatie op de organisatie van de zorg, de bedrijfsprocessen en de overhead. Om daarvoor tijd te kopen, houden we vast aan de personele maatregelen.’

Martin Zuithof

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden