Uit de tien initiatieven die Movisie beschrijft en analyseert in de publicatie ‘Het kan anders’ blijkt dat voor jongeren een fysieke plek het verschil kan maken. Een plek waar ze zich thuis voelen en op een laagdrempelige manier ontdekken wat ze belangrijk vinden en waar hun talenten liggen. Het viel Pien Van der Sanden, onderzoeker bij Movisie, op dat de sfeer bij alle initiatieven die ze bezocht ontspannen is. ‘Je voelt meteen dat begeleiders en jongeren gelijkwaardig met elkaar omgaan. Het zijn plekken waar je als jongere even niets hoeft. Je kunt er gewoon zijn, ook in een donkere periode.’
Jongerenparticipatie in beleid
Fanny Koerts zet zich met Jimmy’s, dat zich hard maakt voor jongerenparticipatie, al sinds 2012 in voor jongvolwassenen. In eerste instantie gebeurde dat vooral met fysieke ontmoetingsplekken waar jongeren elkaar ondersteunen en hun talenten kunnen ontwikkelen. Deze plekken bestaan nog steeds, maar inmiddels is de focus van de landelijke organisatie komen te liggen op jongerenparticipatie in beleid. ‘Behalve voor de jongeren zelf zijn fysieke plekken ook interessant voor gemeenten’, zegt Koerts. ‘Al was het maar omdat het goede vindplaatsen zijn voor jongeren die mee willen werken aan beter beleid.’
Laat jongeren goed geïnformeerd hun verhaal doen
Voor jongeren is het erg frustrerend als de hulpverlening hen overkomt, zonder dat ze zelf invloed uit kunnen oefenen op de aanpak en het jeugdzorgbeleid. Koerts ziet dat beleidsmakers en wethouders best graag willen luisteren naar jongeren, maar dat de verhalen vaak niet landen. ‘Wij proberen een google translate te zijn tussen jongeren en organisaties: we zorgen dat ze kennis krijgen over hoe de overheid is georganiseerd en over de relevante wetten. Goed geïnformeerde jongeren kunnen hun ervaringen koppelen aan de opgaven waar gemeenten en organisaties mee te maken hebben. Dit maakt het voor gemeenten makkelijker om op basis van de adviezen van jongeren daadwerkelijk dingen anders te doen.’
De kennisoverdracht organiseert Jimmy’s op verschillende manieren, afhankelijk van de interesses van de jongeren. Soms doen de jongvolwassenen zelf onderzoek, bijvoorbeeld bij de vraag wat er wettelijk gezien allemaal verandert als je 18 jaar wordt. In andere gevallen werken ze met gastsprekers, bijvoorbeeld vanuit de gemeente.
– Support: er is tenminste één volwassene is die onvoorwaardelijke steun biedt.
– Wonen: een passende woonplek vormt de basis voor persoonlijke ontwikkeling.
– School en werk: voor structuur, toekomstverwachting en maatschappelijke aansluiting.
– Inkomen: financiële ondersteuning en coaching kan een groot verschil maken.
– Welzijn: psychische gezondheid, traumaverwerking en lichamelijk welzijn.
Jimmy’s richt zich in eerste instantie op support. Maar net als bij de andere negen initiatieven krijgen ook de andere vier aspecten van de Big 5 er aandacht. Hier vind je de tien inspirerende initiatieven voor jongvolwassenen uitgelicht van Movisie.
Jongeren zijn deel van de oplossing
Goed geïnformeerde jongeren kunnen onderdeel van de oplossing worden, weet Koerts: ‘Ze ontdekken dat beleidsmakers ook weleens worstelen met het systeem. Dat ze niet willen tegenwerken, maar samenwerken.’ Bij Jimmy’s organiseren ze “richtingaanwijzer-meetings”. Dat kun je als sociaal werker ook doen. Laat jongeren meedenken over hoe je als professional en als organisatie functioneert. Welke thema’s verdienen meer aandacht? Welke organisatieontwikkeling is nodig?
Ook Van der Sanden zag bij verschillende initiatieven dat jongeren niet alleen consument zijn, maar vooral ook producent. ‘Wil je kleding ontwerpen? Een filmavond? Prima, wat heb je daarvoor nodig? Organiseer het maar, jullie nemen het voortouw. De initiatieven laten zien dat het helpt om naar de positieve kant te kijken. Ja, je hebt pech, je zit in een kwetsbare situatie. Maar zelf ben je krachtig.’
Onvoorwaardelijkheid waardevol
Idealiter heeft een jongere in een kwetsbare situatie tenminste één volwassene op wie hij altijd terug kan vallen. Als dat niet een van de ouders is, dan kan het een ander familielid zijn, een vrijwillige mentor of een professional. Ook als professional kun je uitstralen dat je altijd beschikbaar bent. Verschillende initiatieven maken dat waar, bijvoorbeeld door 24/7 bereikbaar te zijn. ‘De ervaring leert dat jongeren al genoeg hebben aan het idee dat ze ’s nachts kúnnen appen’, stelt Van der Sanden.
De onvoorwaardelijkheid zit hem ook in het altijd mogen terugkomen. Bijvoorbeeld als je schulden opgelost zijn en je opnieuw in de problemen komt. ‘Deze initiatieven stoppen niet en bieden een tweede en derde kans. Zij geven het vertrouwen dat jongeren altijd terug mogen komen en fouten mogen maken.’
Peer support is de veilige basis
De initiatieven laten stuk voor stuk zien dat peer support meer is dan een groepje jongeren bij elkaar zetten. Bij een van de initiatieven verzuchtte een deelnemer dat dit de eerste plek was waar de anderen geen oordeel hadden. Van der Sanden verklaart dat deels uit de ontspannen sfeer. Maar het gaat verder dan dat: ‘Het heeft ook te maken met gezamenlijke normen en waarden. Bij een van de initiatieven staan de kernwaarden in graffiti op de muur. Die waarden leven daar echt, jongeren spreken elkaar er ook op aan.’ Koerts noemt peer support de veilige basis die ervoor zorgt dat jongeren mee willen blijven doen. ‘Jongeren kunnen veel hebben aan de tips die ze onderling uitwisselen: bijvoorbeeld over welke vragen goed zijn om te stellen en dat je je problemen niet kleiner moet maken dan ze zijn.’
Wacht niet tot het geld er komt
Beide experts erkennen dat de financiering een terugkerend issue is. Van der Sanden ziet tegelijkertijd dat verschillende initiatieven niet wachten met de start van een traject tot de financiering tot in detail geregeld is. ‘Ze doen niet aan wachttijden. Ze nemen het risico dat de indicatie of het budget voor deze ene jongere misschien niet rondkomt. De initiatiefnemers zijn heel vaardig in het zoeken naar financiën. Daarbij werken ze samen met het bedrijfsleven en bieden ze zelf soms diensten en producten aan.’
Koerts voegt eraan toe dat ze wat jongerenparticipatie betreft oprecht goede intenties ziet bij veel gemeenten. Als goed voorbeeld noemt ze de gemeenten met participatie-adviseurs in dienst. ‘Zij zien dat jongerenparticipatie meer inhoudt dan drie keer de agenda trekken en een uitnodiging versturen. En dat daar dus structureel geld voor nodig is. Maar het blijft lastig: het gevoel dat de kosten zwaarder wegen dan de opbrengsten overheerst vaak.’
Wees vroeg bij schulden
Voor reguliere, gemeentelijke schuldhulpverlening, kom je pas in aanmerking als de schulden hoog opgelopen zijn. Voor jongvolwassenen zijn die bedragen buitenproportioneel, zij komen al in de knel bij beginnende schulden. Een van de initiatieven laat zien hoe dit anders kan, door online schuldhulpverlening aan te bieden. ‘De organisatie richt zich op jongeren met schulden tot 2.500 euro’, vertelt Van der Sanden. ‘Zij nemen de openstaande rekeningen over en betalen deze direct aan schuldeisers. Jongeren lossen vervolgens af via een app.’
Buddy’s: jongeren helpen jongeren
Een ander initiatief laat zien hoe belangrijk het is om te werken met ervaringsdeskundigen. Jongeren praten niet graag over schulden en geldzorgen. Dit doen ze eerder met een leeftijdsgenoot die dezelfde ervaring heeft gehad. Dat kan met een buddysysteem: jongeren helpen jongeren. Van der Sanden: ‘Het blijft toch een taboe-onderwerp. En áls ze er al over praten, dan geven ze zichzelf de schuld. Maar ze zijn ook slachtoffer van alle verleidingen en het gemak waarmee ze achteraf kunnen betalen.’

