Naarmate in het welzijnsdebat de kritiek op het welzijnswerk ‘oude stijl’ toeneemt en zelfs geëngageerde theoretici - die voor veel poen de congressen voor de managementslagen toespreken- niet kunnen wachten tot deze sector collectief harakiri pleegt, worden steeds meer veldwerkers onrustig. En begrijpelijk!
Historisch gezien echter niets nieuws. Begin jaren ‘80 van de vorige eeuw, hadden we filosoof Achterhuis, die met een goed gefundeerd betoog de vloer aanveegde met ideologisch geschoolde, doch vleugellamme welzijnswerkers, die dachten het proletariaat even te ‘politiseren’.
De bezuigingsgolf , die toen op gang kwam vaagde een substantieel deel van het jongerenwerk in steden en dorpen weg. Destijds maakte ik als onderzoeker deel uit van een team dat sleutelde aan de methodiekontwikkeling voor het randgroepjongerenwerk in Amsterdam Noord. Straatgroepen maakten buurten onveilig en gingen regelmatig met elkaar op de vuist. Jochies van 14 jaar kwamen naar de disco met een pistool.
In die dreigende sfeer besloten jongerenwerkers en onderzoekers om tot een nieuwe aanpak te komen. Dat resulteerde in een breed samenwerkingsverband met straathoekwerkers, advocaten, reclassering, hulpverlening, en buurthuizen. Na 2 jaar zag je de gemeentelijke statistieken van geweldsmisdrijven, inbraken, vernielingen en onderlinge vechtpartijen in Amsterdam Noord drastisch dalen. De overheidsbesparing bedroeg een veelvoud van de alle subsidies voor jongerenwerk en onderzoek.
Toen kwam de economische dip en sneuvelde zo'n 50 procent van de subsidies. De bezuinigingen werden gelegitimeerd met de verwijzing naar bovengenoemde filosoof. De bewoners waren alleen maar onmondig gehouden, het werd tijd om het zelf te gaan doen! En inderdaad, de inbraken, geweldplegingen en vernielingen begonnen dramatisch te stijgen.
We zijn inmiddels 30 jaar verder en de geschiedenis herhaalt zich. Een bekende cultuurpsycholoog heeft nu het licht gezien: welzijnswerk is niet meer van deze tijd, de bewoners zijn aan zet! De politiek in bijvoorbeeld Amersfoort deint graag mee op dit soort 'verfrissende inzichten' en heeft in het kader van een 25 procent bezuinigingsoperatie besloten om alle wijkcentra binnen 2 jaar te sluiten. Immers, ook wijkcentra zijn niet meer van deze tijd.
De plaatselijke welzijnsorganisatie is zonder slag of stoot akkoord gegaan met deze mega kamikaze-operatie, onder het motto ‘Werkers voor stenen’. Liever de werkers behouden en de gebouwen verkopen. Vervolgens worden alle beheerders van de wijkaccommodaties ontslagen, ook van centra die in pas 2014 sluiten. In het bedrijfsleven noemen ze dat een sterfhuisconstructie.
Zijn de wijkcentra werkelijk uit de tijd? Kijk eens naar de cijfers van het wijkcentrum in mijn wijk: drempeloverschrijdingen op jaarbasis : 24.000 bezoeker. Er zijn meer dan 44 buurtvrijwilligers actief met zangkoren, klaverjasverenigingen, bewegen voor ouderen, keramiek, een project psychiatrie in de wijk, kinderopvang en speelgoeduitleen.
Er zijn meer dan 40 betalende huurders: kledingsbeurzen, kerkgenootschappen, bewonersverenigingen, opleidingsinstituten en zelfs de gemeente Amersfoort. Het bezettingsrooster van het wijkcentrum laat zien dat er 6 dagen per week meerder activiteiten gelijktijdig plaatsvinden. En dat met de minimale inzet van een parttime beheerder en 2 parttime cultureel werkers, die op handen gedragen worden. De grootste prestatie is de constructie van een effectief sociaal vangnet voor groepen marginalen in de wijk: ouderen, ex psychiatrische patiënten, eenzamen, minima en allochtonen.
Blaas maar op die handel, want welzijnswerk ‘oude stijl’ heeft geen functie meer! Kunnen we één ding afspreken: laten we voortaan op basis van cijfers beslissen en niet op basis van modieuze getwitterde clichés.
Daan Vosskühler (1948) werkt als projectleider voor Stichting BottomUp Onderzoek en Advies. Hij houdt zich al meer dan 30 jaar als onderzoeker bezig met de vraag hoe welzijnswerk een vitale en patroondoorbrekende werksoort kan zijn in een land waar onderwijs, welzijn, veiligheid en bestuur hardnekkig categoraal blijven denken en werken.