Woningaanbod sluit in zesentachtig procent van de gemeenten niet aan op de vraag: Worstelen met ouderenhuisvesting

Ouderen blijven steeds langer zelfstandig wonen. Daardoor groeit de behoefte aan nieuwe woonvormen. Groepswoningen, aanpasbare woningen, sociowoningen. Het is maar een greep uit keuzes die ouderen kunnen doen. De mogelijkheden hangen echter sterk af van de initiatieven van gemeenten. Sommige gemeenten hebben het ouderenhuisvestingsbeleid aardig op de rails. Anderen moeten met man en macht aan de slag om de ouderenhuisvesting in de lift te krijgen. Achterover leunen is er in ieder geval nog niet bij. Zesentachtig procent van de gemeenten antwoordt ‘nee’ op de vraag of het woningaanbod momenteel volledig aansluit op de vraag van ouderen. 'In de bouwwereld kijkt men met dedain naar aanpasbaar bouwen'

-Ik zit in een aanleunwoning in Amsterdam, dat

vind ik een fijne manier van wonen. Je bent zelfstandig maar als ik zorg nodig

heb, kan ik een beroep doen op personeel van het bejaardenhuis. Ik voel me

veilig en doe toch alles zelf. Ik kook nog iedere dag mijn eigen prakkie.-Ik

woon in een groepswoning, daar heb ik voor gekozen omdat ik nog veel zelf kan,

maar het toch gezellig vind om veel mensen om me heen te hebben. Ik ben

alleenstaand, vandaar.Zomaar een gesprek van twee vrouwen -‘bent u ook al

over de tachtig, zou je niet zeggen’- die aan de praat zijn geraakt in de trein

van Tilburg naar Utrecht.Je wilt je laatste dagen graag een beetje

comfortabel slijten’, merkt de Amsterdamse op. ‘Zo is dat,’ beaamt haar

gesprekspartner.’Je hebt net zoveel woonwensen, als er ouderen

zijn’, zegt Han te Brummelstroete, kwaliteitsdeskundige woningbouw van de

gemeente Tilburg. ‘Er is geen standaardoplossing om te kunnen voldoen aan de

verwachtingen van ouderen op woongebied. Het is voor gemeenten daarom geen

makkelijke klus om goed beleid te maken.’Te Brummelstroete is één van de

voortrekkers van het model aanpasbaar bouwen. Enige jaren geleden, toen hij nog

werkzaam was bij de gemeente Nieuwegein, was hij al verantwoordelijk voor het

aanpasbaar maken van 3500 woningen in de Utrechtse ex-groeikern. Nu voert hij

deze manier van bouwen ook in Tilburg door en gaat hij geregeld bij andere

gemeenten op bezoek om ze te adviseren over het aanpasbaar bouwen en maken van

woningen.

Het model heeft kort gezegd als kenmerken dat iedereen toegang tot de

woning moeten kunnen hebben, dat het huis flexibel indeelbaar is, zonodig kan

worden aangepast op zwaardere handicaps en dat het aanpasbaar bouwen

kostenneutraal geschiedt. De bouwmethode is al eerder toegepast op woningen voor

mensen met een lichamelijke handicap.De aanpasbaarheid begint echter niet

pas bij de voordeur. De stedelijke voorzieningen en openbare ruimten moeten ook

voor iedereen toegankelijk worden gemaakt. Te Brummelstroete: ‘Een kennis in een

rolstoel moet bijvoorbeeld bij een oudere koffie kunnen komen drinken en winkels

en de bushalte moeten niet te ver van de woning zijn verwijderd.’ Toch is het

niet de bedoeling dat de aanpasbare huizen het imago van seniorenwoningen

krijgen. De huizen zijn in feite geschikt voor iedereen, en ook handig voor

bijvoorbeeld ouders met kinderwagens en de lange medeburger. Het zijn zogenoemde

neutrale woningen.Te Brummelstroete voert dit model zoals gezegd door in

Tilburg. En dat is nodig, want de zesde stad van Nederland vergrijst in rap

tempo. Net als overigens de meeste andere Brabantse gemeenten. ‘De

na-oorlogse-gezinnen waren in dit deel van het land groter dan in de andere

delen van Nederland, de invloed van de kerk was destijds nog groot,’ verklaart

Te Brummelstroete de huidige forse toename van ouderen.

De woningbouwdeskundige constateert dat de vergrijzing, ook landelijk

gezien, onvoldoende in het oog is gehouden. ‘De jaren ‘70 en ‘80 stonden

overwegend in het teken van de uitbreidingsnieuwbouw in verband met de

huishoudingsvorming van de na-oorlogse geboortegolf-generatie. Deze woningen en

de huizen die direct na de oorlog werden gebouwd, zijn doorgaans niet geschikt

voor ouderen met lichamelijke beperkingen. De druk op de markt voor geschikte

ouderenwoningen wordt nog verder opgevoerd nu steeds meer ouderen langer

zelfstandig wonen, en hun vraag om kwalitatief hoogwaardiger woningen

toeneemt.

Geëxplodeerd verzorgingshuis

Naast het aanpasbaar bouwen wil de gemeente ten westen van de stad, in het

gebied DE Wijk, 3000 levensloopbestendige woningen neerzetten. Deze woningen

zijn geschikt voor mensen in alle leeftijdsfasen. Er kan ook zorg worden

geboden, zodat men niet hoeft te verhuizen als de behoefte aan zorg toeneemt.

Tilburg wil in DE Wijk woon-zorg-zones instellen, een soort ‘geëxplodeerd’

verzorgingshuis. De woningen staan midden in de wijk, maar de bewoners kunnen

indien nodig 24 uur per dag een beroep doen op de diensten van een

‘zorg-match-punt’ in de buurt. De groepswoningen (verpleeghulp-geïndiceerd) en

zorgwoningen (aanleunwoningen) worden zowel in de sociale als in de martksector

gerealiseerd.‘Ondanks alle nieuwe initiatieven kunnen er nog veel dingen

anders,’ meent Te Brummelstroete. ‘Met name in de bouwwereld moet er nog een

omslag plaatsvinden. Daar kijkt men nog vaak met een zeker dédain aan tegen

aanpasbaar bouwen. Architecten kunnen zich vaak moeilijk een beeld vormen van

hoe het zou moeten. Het valt me op dat veel afhangt van of ze bijvoorbeeld

iemand kennen met een handicap. Ze realiseren zich niet dat ze in feite hun

eigen voorland bouwen. Ze creëren hun eigen drempels.’ De woningbouwdeskundige

heeft en checklist opgesteld, die is afgestemd op het bouwbesluit en die de

bouwwereld kan gebruiken bij het neerzetten van aanpasbare woningen.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) stelt dat gemeenten zelf een

duidelijk en helder volkshuisvestingsbeleid moeten opstellen. Daarin moeten

eisen worden gesteld aan woningcorporaties en projectontwikkelaars en waar ze

kunnen worden afgerekend. Daartoe is regionaal overleg tussen gemeenten nodig.

Als dit er niet is, is de bouwwereld niet verplicht met gemeenten te overleggen

over het maken van prestatie-afspraken.Volgens de ANBO, de bond voor vijftig

plussers, is er absoluut geen reden voor gemeenten om achterover te leunen.

‘Voor zover ze nog niet begonnen zijn, zullen gemeenten met man en macht aan de

slag moeten, om de huisvesting voor ouderen in de lift te krijgen. Daarbij

moeten ze maximaal ondersteund worden door de overheid en de VNG,’ zo vindt de

ANBO. Uit de enquete ‘In de lift of gebakken lucht’ die de ouderenbond in

september 1998 uitbracht, blijkt dat maar zestig procent van de 207 ondervraagde

gemeenten beschikt over een beleidsnota waarin wordt ingegaan op huisvesting van

ouderen. Van de gemeenten antwoordt 86 procent ‘nee’ op de vraag of het

woningaanbod momenteel volledig aansluit op de vraag van ouderen.

‘We kunnen nu eenmaal niet altijd aan alle woonwensen van ouderen

tegemoetkomen, al doen we nog zo ons best,’ zegt de Heemskerkse wethouder

Welzijn Helma Wienen-Hoos. ‘We moeten reëel blijven en kijken wat mogelijk is.’

Heemskerk behoort tot de tien snelst vergrijzende gemeenten van het land. Het

volkshuisvestingsplan van de gemeente (1998-2005) vermeldt dat het sterk

toenemende tekort aan woningen die geschikt zijn voor ouderen, Eén van de drie

grootste knelpunten is in het huisvestingsbeleid.Om te kijken waar de wensen

van ouderen liggen over wonen, woonomgeving en voorzieningen startte Heemskerk

twee jaar geleden een woonwensenonderzoek. ‘Heemskerkse ouderen willen door de

bank genomen, net als de meeste andere oudere Nederlanders, een gelijkvloerse

drie-of vierkamerwoning of -flat met lift,’ zegt Eppo Oosterhoff,

beleidsmedewerker volkshuisvesting. Veiligheid speelt een belangrijke rol,

ouderen willen een huis dat goed is beveiligd tegen inbraak en brand. De

supermarkt moet in de buurt zitten en de wijk moet een goede aansluiting hebben

op het openbaar vervoer.

Bemoeizucht

Opmerkelijk is dat Heemskerk tot twee jaar geleden niet beschikte over

gegevens over ouderen. De gemeente zag, mede als gevolg van de sterke

vergrijzing, de noodzaak daar snel verandering in te brengen, zodat ze haar

producten erop aan kon passen. Heemskerk koos bij haar onderzoek voor de

zogenoemde plonsmethode, een experiment om te komen tot een verbetering van het

planning en control instrumentarium. Iedereen die bij de gemeente werkte en ook

maar iets met ouderen te maken had, werd bij het project betrokken. De

ambtenaren van vervoer, maar bijvoorbeeld ook die van welzijn en financiën.

Ambtenaren, portefeuillehouders, raadsleden en alle andere partijen in het veld

zouden de koppen bij elkaar steken om gegevens te verzamelen en gezamenlijk een

ouderenbeleid op te stellen. Dit om te voorkomen dat de gegevens versnipperd

zouden worden opgeslagen binnen verschillende beleidsterreinen, zoals voorheen

het geval was. Kortom: de verschillende beleidsterreinen moesten beter op elkaar

worden afgestemd.‘Het samenwerken was even wennen voor een aantal mensen,’

zegt Linda van het Kaar, coördinator ouderenbeleid van Heemskerk. ‘Sommigen

zagen het als bemoeizucht, want iedereen mocht zich met elkaars terrein

bemoeien. Maar al gauw zagen velen de voordelen van de interactieve aanpak. Door

iedereen te laten meepraten, creëer je sneller een draagvlak voor beleid.

Iedereen weet ervan, dus zal een beleidsnota minder snel in de la belanden, en

wordt er echt iets mee gedaan.’

Met de gegevens achter de hand kon Heemskerk zich in haar

volkshuisvestingsplan 1998-2005 ook specifiek richten op de ouderen. De gemeente

stelt zich nu ten doel tot 2005 minimaal 500 geschikte ouderenwoningen aan te

passen en bij te bouwen. Dit aantal is echter alleen al nodig om het tekort niet

verder te laten oplopen. Nu voldoen ongeveer 1000 woningen aan de speciale

wensen van ouderen. Van de 3500 ouderenhuishoudens (55+) zouden 1900 graag in

een specifiek geschikte woning willen wonen. Er bestaat nu dus al een latent

tekort van 900. In 2005 zullen er ongeveer 4500 55plus-huishoudens zijn. Door

dezelfde verdeelsleutel te hanteren zal de vraag hierdoor stijgen met 5 B

600.Heemskerk streeft ondanks de sterke vergrijzing naar een evenwichtige

bevolkingsopbouw. Wanneer in wijken of gemeentebreed zekere doelgroepen zijn

oververtegenwoordigd, zal de gemeente met woningbouwcorporaties overleggen om

door middel van het toewijzingsbeleid voorrang te geven aan andere

doelgroepen.Wienen-Hoos: ‘We willen geen ouderen wegjagen, toch krijgen we

soms van belangengroepen van ouderen te horen dat we te weinig ondernemen. Maar

we kunnen onmogelijk aan alle wensen voldoen. Er is bijvoorbeeld veel vraag naar

huizen in de sociale sector. We kunnen helaas niet iedere oudere die daar om

vraagt ter wille zijn. Als er een geschikte woning vrijkomt in Velsen, de

aangrenzende gemeente, dan vormt het kanaal soms al een drempel. Ouderen zijn

weinig ‘verhuisgeneigd’. In andere steden zouden ze zeggen ‘u heeft een

luxeprobleem.’

Heemskerk probeert intussen verschillende alternatieven aan te bieden. Er

zijn bijvoorbeeld 28 ouderenwoningen ondergebracht in het oude ziekenhuis van

Heemskerk, naast het ziekenhuis staat een verpleeghuis en woningen voor

gehandicapten. ‘In het begin wilden ouderen niets weten van zulke woningen, nu

hebben de mensen die er wonen het er naar hun zin. Ze merken hoe prettig het is

dat er verpleeghulp in de buurt is,’ aldus de wethouder.

Onrealistische wensen

Heemskerk scoorde een 7.3 in de enquete van de ANBO. Ruim de helft van de

207 gemeenten (127) kreeg een vijf of lager toebedeeld. Zo stond Enschede met

een 3.9. op de lijst. ‘Er kan inderdaad nog heel veel verbeterd worden in deze

stad,’ vindt René Brandhoff, stedelijk functionaris van de Stichting Welzijn

Ouderen in Enschede. ‘Lange tijd gold voor woningbouwverenigingen dat een

ouderenwoning een woning is die je aan ouderen verhuurt, punt. Gelukkig begint

men daar nu anders over te denken, maar er moet nog veel gebeuren.’Volgens

Brandhoff worden er nu wel woningen aangepast, maar zijn de huren dientengevolge

vaak te hoog. ‘Ouderen met minimale pensioenen kunnen die huurprijzen niet

opbrengen. Voor huursubsidie zijn de woningen ook te duur.’ De stedelijk

functionaris meent dat de wensen van ouderen soms niet realistisch zijn, in

vergelijking met wat er te krijgen is. ‘Ouderen in Enschede zijn erg honkvast,

ze willen vaak koste wat kost in de buurt blijven wonen, het liefst in hun eigen

huis. Ouderen kunnen dan een beroep doen op de Wet Voorzieningen Gehandicapten

om hun woning aan te passen. Maar als je in een huis woont met een stenen

buitentrap en je komt in een rolstoel terecht, zal je toch water bij de wijn

moeten doen en moeten verhuizen.’‘Het kan natuurlijk altijd beter, maar we

zijn behoorlijk actief op het gebied van ouderenhuisvesting,’ zegt P. van

Gessel, seniorbeleidsmedewerker op de gemeentelijke afdeling Volkshuisvesting in

Enschede. ‘Het verbaast me dat we zo laag scoren. Het kan zijn dat onze

aangepaste woningen niet voldoen aan de afstandsfactor, dat de winkels en

bushalte net te ver weg zijn om aan het Seniorenlabel te kunnen voldoen, terwijl

de woningen een uitstekende ligging hebben.’Sinds 1990 heeft Enschede een

budget om de bestaande voorraad woningen aan te passen voor ouderen. De nieuwe

5300 VINEX-woningen zijn verder allemaal geschikt gemaakt voor ouderen.’We

hebben vier woonzorgcomplexen verspreid over de stad, alle stadsdelen zijn goed

afgedekt. Alleen in de particuliere voorraad huizen zou meer kunnen worden

gedaan aan aanpasbaar bouwen. Maar daar heb je als gemeente geen

beslissingsbevoegdheid in. Je kunt de particuliere sector wel enthousiast maken

met stimuleringsbijdragen, maar dat lukt ook niet altijd. In de indicatiesfeer

kent Enschede geen aanzienlijke wachtlijsten, we hebben op dit moment zo’n

dertig mensen in een rolstoel die wachten op een geschikte woning, daar zitten

ook ouderen bij. Wel bestaat er een groep latente doorstromers. Mensen die

denken ‘ik zal binnenkort wat anders moeten’.’

Er zijn veel ontwikkelingen gaande op het gebied van huisvesting voor

ouderen. Er komen steeds meer mogelijkheden bij nu ouderen steeds langer

zelfstandig wonen, al moet je als oudere wel het geluk hebben in de goede

gemeente te wonen. Het is niet overal even goed geregeld. Daartegenover staat

dat het voor gemeente een hele klus lijkt de woninghuisvesting voor de doelgroep

te vangen in duidelijk beleid. Want de wensen verschillen nogal. Sinds kort zijn

gemeenten verplicht mee te werken aan een regiovisie op dit beleidsterrein,

wellicht dat het makkelijker is de zaken samen op en rijtje te krijgen.Van

ouderen mag ook best wat meer worden verwacht. In het land worden verschillende

bijeenkomsten georganiseerd waar ouderen hun wensen laten horen, en dat doen ze

ook. ‘Maar ouderen komen zelden met eigen ideeën, ze borduren vaak voort op wat

er al is,’ aldus Emmy Breuk, van de Amsterdamse Seniorenraad. ‘Ouderen zelf

zouden ook meer mee kunnen denken over hun toekomst.’ In juni presenteert de

Amsterdamse seniorenraad haar toekomstvisie op het

ouderenhuisvestingsbeleid./Jeannine Westenberg

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.