Wet strafrechtelijke opvang verslaafden blijft omstreden: ‘Dwangmaatregel is buitenproportioneel’

De wet Strafrechtelijke opvang verslaafden, waardoor criminele verslaafden sinds april vorig jaar gedwongen worden in de gevangenis af te kicken, blijft omstreden. Inmiddels is aan 49 verslaafden deze dwangmaatregel opgelegd. 'Het gaat alleen om overlastbestrijding. Dan is twee jaar detentie buitenproportioneel.'

Volgens de wet Strafrechtelijke opvang verslaafden

(SOV) kunnen harddrugsverslaafden, die de afgelopen vijf jaar minstens drie keer

een delict hebben gepleegd, worden gedwongen af te kicken in een aparte afdeling

van een huis van bewaring. De maatregel duurt maximaal twee jaar. Het eerste

half jaar zit de verslaafde in een gesloten SOV-inrichting. Daarna werkt hij zes

tot negen maanden in een half open regime aan zijn resocialisatie. In de laatste

fase verhuist hij, afhankelijk van de resultaten, naar een begeleid of

zelfstandig wonenproject. De gemeente is verantwoordelijk voor de laatste fase

en betaalt die ook. Weigert de verslaafde mee te werken aan het programma dan

moet hij zijn straf uitzitten op een andere afdeling, in een sober regime.

Zware straf

Op de SOV-afdeling in Rotterdam, die als eerste startte, zijn er

inmiddels elf mensen geplaatst. Amsterdam en Utrecht volgens met respectievelijk

28 en tien. In Den Haag is de SOV nog niet gestart. Alle deelnemers zitten nog

in de eerste fase, niemand is naar een sober regime verplaatst. Hoewel de drie

directeuren van de SOV-afdelingen een oordeel over de effectiviteit van de

maatregel nog te vroeg achten, vinden ze de ontwikkelingen wel bemoedigend. Ton

Beun, directeur van de SOV-afdeling in Utrecht: ‘De SOV biedt de verslaafde de

mogelijkheid te breken met zijn marginale bestaan. De verleiding om toch weer te

gebruiken is nauwelijks te weerstaan, hetgeen ook blijkt uit ervaringen met

drangvoorzieningen. Maar hier kunnen de verslaafden niet weg. Ze worden niet als

uitschot beschouwd, het personeel spreekt hen aan op hun goede kanten. Ook

hebben ze uitzicht op een huis, dagbesteding en schuldsanering.’

Ook Paul Guldenaar, directeur van de SOV-afdeling in Amsterdam, is niet

ontevreden: ‘Voorspellingen dat de verslaafden veel weerstand zouden bieden

vanwege de relatief zware straf komen vooralsnog niet uit. 22 Van de 28

deelnemers hebben het plan van opvang al getekend, waarin staat hoe ze aan hun

nieuwe toekomst gaan werken.’ Dat in Amsterdam de maatregel veel vaker wordt

opgelegd dan elders zou volgens Guldenaar kunnen liggen aan de uitgebreide

voorlichting vooraf en de ‘voortreffelijke samenwerking met de politie, justitie

en reclassering’.

Nazorg

Tegen de maatregel leven veel ethische bezwaren. Anton van Kalmthout,

hoofddocent strafrecht aan de Katholieke Universiteit Brabant: ‘Twee jaar

gevangenisstraf voor de delicten waar het om gaat is buitenproportioneel. Omdat

zo’n zware straf juridisch niet kon, heeft men dat omzeild door er een maatregel

van te maken. De lengte daarvan is niet gerelateerd aan het delict. Hij kan

worden opgelegd als de veiligheid van de samenleving in het geding is. Maar als

de overheid juridisch zuiver had willen opereren had ze van overlast een

zelfstandig strafbaar feit moeten maken. Zij had dus ook de Tweede Kamer moeten

voorleggen of drie jaar detentie – want in de praktijk gaat er eenderde van de

straf af – voor het veroorzaken van overlast een rechtvaardige straf is. Nou,

dan had je de poppen aan het dansen. Immers, om drie jaar gevangenisstraf te

krijgen moet je wel een heel ernstig misdrijf hebben gepleegd. ’

De belangenverenigingen van harddrugsverslaafden vinden de SOV dan ook

een vorm van discriminatie. Alf Berendse van Stichting Drugpunt Den Haag:

‘Drugsgebruikende criminelen worden zwaarder gestraft dan criminelen die geen

drugs gebruiken.’ Het argument van minister Korthals dat die twee jaar nodig

zijn om het programma te laten slagen overtuigt hen niet. Van Kalmthout: ‘De

buitenlandse onderzoeken over de effectiviteit van dwangopname, waarop de

overheid zich baseerde, geven geen enkele garantie op succes. Het ging om heel

andere doelgroepen. Wil je kans hebben op succes dan moet de nazorg goed

geregeld zijn. De huidige praktijk geeft daar geen enkel vertrouwen toe.’

Berendse: ‘Dat prachtige aanbod van huisvesting en dagbesteding is nog nergens

rond. In de Tweede Kamer is de vraag gesteld of SOV-gedetineerden voorzieningen

als huisvesting en dagbesteding konden opeisen. Dat kon volgens Korthals niet.’

‘Het lukt vaak al niet om goede nazorg te regelen voor niet-verslaafde

gedetineerden, laat staan bij deze moeilijke groep’, zegt verpleegkundige Gust

de Wit, die jarenlang bij de Amsterdamse GG en GD werkte als hoofd van een

polikliniek voor verslaafde prostituées. ‘Een verslaafde die zelf niet wil, kun

je onmogelijk dwingen tot afkicken. Zodra hij buiten staat, rent hij weer naar

een dealer. Wil je overlast bestrijden en verslaafden hun eigenwaarde

teruggeven, dan bereik je meer met laagdrempelige gebruikersruimten en

verruiming van de mogelijkheid om heroïne op recept te verkrijgen.’

Laatste middel

Ook de selectie van de doelgroep roept vragen op. Volgens Van Kalmthout

komen verslaafden, die dermate psychiatrisch gestoord zijn dat ze het programma

niet kunnen volgen, er niet voor in aanmerking. De forensisch psychiatrische

dienst moet dat beoordelen. Van Kalmthout: ‘Maar dan moet wel duidelijk zijn hoe

het hulpprogramma eruitziet. Dat is heel mistig. Volgens justitie is het

uitdrukkelijk geen behandeling. Dat kan ook niet. Dan moeten er medici bij

betrokken zijn en geldt er een specifieke wet. Als het alleen om begeleiding

gaat, hadden de verslaafden wel terecht gekund op de Verslaafden

Begeleidingsafdeling (VBA) van de huizen van bewaring. Korthals heeft steeds

benadrukt dat de SOV het ultimum remedium is, het laatste middel dat nog

toegepast kan worden als alle andere hebben gefaald. Maar lichtere vormen, zoals

drangtrajecten en VBA’s hebben nog nauwelijks de kans gehad zich te bewijzen. In

plaats van eerst te kijken hoe je die kunt verbeteren, grijpt men nu naar

dwangopname. Alleen vanuit de achterliggende gedachte dat die

overlastveroorzakers twee jaar van de straat zijn.’

Beun bestrijdt overigens dat de maatregel niet in verhouding staat tot

de delicten. ‘Ik word daar zo kriegel van. Deze verslaafden veroorzaken een

enorme overlast, sommigen stelen dagelijks vijfhonderd euro bij elkaar en dat al

vijftien jaar lang. Misschien zijn het geen zware misdrijven, maar de burger

ervaart ze als zeer bedreigend. Daarvoor bieden wij ze een goed programma. Als

vijftien procent daar baat bij heeft, hetgeen minister Korthals als

succespercentage hanteert, is het weliswaar een druppel op de gloeiende plaat,

maar dan ben ik er toch blij mee.’

GGZ Nederland geeft de SOV vooralsnog het voordeel van de twijfel. Rob

Bovens: ‘Omdat het een uiterste middel is, zie je als neveneffect dat er meer

criminele verslaafden naar een drangtraject worden verwezen. Dat is toch

positief.’/Maria van Rooijen

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.