Online chat bereikt onzichtbare slachtoffers seksueel misbruik

Steeds meer mensen kiezen voor de anonimiteit van een chatlijn om over seksueel en huiselijk geweld te praten. De hulpverleners achter Chat met Fier voeren zo’n 20.000 chats per jaar. ‘We bereiken een onzichtbare doelgroep’, zegt Johannes Dijkstra, projectleider digitale zorg bij Fier. Structurele financiering van de dienst is nog ver te zoeken.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Foto: Picscout

Chat met Fier bestaat sinds 2009. Het is een initiatief van de landelijke hulpverleningsorganisatie Fier. Elke avond vanaf 19.00 uur en in het weekend vanaf 20.00 uur zitten speciaal getrainde hulpverleners achter de computer om te chatten met slachtoffers. De lijnen zijn open tot 6.00 uur in de morgen. Jaarlijks worden er zo’n 10.000 nicknames aangemaakt, anonimiteit is gewaarborgd. Slachtoffers kiezen zelf wat zij in hun profiel kwijt willen. De hulpverleners maken aantekeningen in het systeem. Op deze manier hoeven slachtoffers niet steeds hun verhaal te herhalen, ontstaat er een professionele vertrouwensband en wordt de hulpvraag steeds duidelijker.

Volwassenen en jongens

‘Het begon vooral met jongeren, maar we merken dat ook steeds meer volwassenen chatten’, vertelt projectleider Johannes Dijkstra. ‘Een op de vijf betreft jongens, dat is veel meer dan in de reguliere hulpverlening. Het taboe voor mannen om naar buiten te komen als slachtoffer is nog groter dan bij vrouwen. Chat met Fier bewijst dat anonieme online hulp een werkzaam middel is om mannen die geweld en seksueel geweld hebben meegemaakt te bereiken.’

Directe omgeving

De problemen die de chatters aankaarten zijn divers. ‘De drempel is laag, daarom gaat het vaak om kwesties die met schuldgevoel, schaamte of angst te maken hebben. Het zijn situaties die zich in de directe omgeving afspelen, dan is het moeilijk om openlijk hulp te zoeken. Als je naar een hulpverlener of de politie stapt, gaat het balletje rollen. Bij jongeren gaat het om huiselijk en seksueel geweld, deels ook uitbuiting, seksueel of crimineel. Bij volwassen chatters horen we daarentegen veel over geweld in hun relatie.’

Eerste keer

‘Wat ons opvalt, is dat onze anonieme chatlijn vaak de eerste keer is dat het slachtoffer durft te praten’, vervolgt Dijkstra. ‘Iemand is in zijn kinderjaren misbruikt, maar heeft daar nog nooit over gesproken. Of er speelt een actueel probleem, waar nog niemand in je omgeving van weet. Er zijn ook mensen die al hulpverlening krijgen, maar die niet toereikend is. Er is bijvoorbeeld nog nooit gevraagd naar seksueel misbruik.’

Slachtoffer heeft regie

De hulpverleners zijn soms alleen een luisterend oor, maar in de regel proberen zij het slachtoffer direct van handvatten te voorzien en/of door te verwijzen naar hulpverlening. Onderscheidend bij deze online vorm van hulpverlening is dat het slachtoffer de regie heeft. ‘Of de chatter nu 15 of 45 jaar oud is, hij of zij bepaalt wat er gebeurt. Dat is ook het idee erachter. Het feit dat iemand hulp zoekt, laat kracht zien, daarom willen we mensen empoweren om zelf iets te doen aan hun situatie. Stap voor stap zetten we samen een lijn uit.’

Ernstige problemen

Hoe ernstig zijn de problemen waar de chatters mee komen? ‘Geweld of seksueel geweld is eigenlijk altijd ernstig’, aldus Dijkstra. ‘Het kan gaan om fysieke onveiligheid, maar ook om iemand die door een onverwerkt verleden niet slaapt, oververmoeid is en suïcidale gedachten heeft. Ook dat is natuurlijk ernstig. Als een kind van dertien belt over problemen op school, proberen we eerst uit te vragen of dit een teken is dat er bijvoorbeeld mishandeling in het gezin plaatsvindt. Maar het kan natuurlijk ook zijn dat het kind gewoon niet lekker in zijn vel zit. Dan verwijzen we door naar de Kindertelefoon.’

Online interventies

Kunnen de hulpverleners tot interventie overgaan? ‘Eigenlijk doe je dat altijd. We screenen, bieden online interventies en adviseren voor face to face hulpverlening. Als iemand in gevaar is in de huiselijke sfeer, dan maken we bijvoorbeeld samen een veiligheidsplan en als iemand niet in slaap kan komen, omdat hij of zij herbelevingen heeft van seksueel geweld. Dan reiken we tools aan om beter in slaap te komen. Meestal helpen we door te bespreken hoe iemand hulp kan krijgen. We kijken dan samen welke stappen er nodig zijn en bieden waar nodig een warme overdracht. Altijd met zoveel mogelijk regie bij het slachtoffer.’

Elf procent in beeld

Het belang van anonieme online hulp is groot. Van de Nederlandse, minderjarige meisjes die slachtoffer worden van seksuele uitbuiting, denk aan loverboy-slachtoffers, is slechts elf procent in beeld. Als je het breder neemt qua leeftijd en vormen van mensenhandel dan is zo’n twintig procent van de getroffenen bekend. De rest van de slachtoffers, dus minstens tachtig procent, is onzichtbaar. Die willen (nog) geen aangifte doen of hulp zoeken en kunnen zonder de chathulp nergens terecht. Dijkstra: ‘Via de chat bereiken we deze groep wel, daarom is deze online hulp zo belangrijk. Ter vergelijking: vorig jaar werden er via de officiële weg 132 Nederlandse, mogelijke slachtoffers van seksuele uitbuiting gemeld, van wie 29 meisjes. Bij de chat hebben zich meer dan 400 mogelijke slachtoffers gemeld, van wie het grootste deel Nederland en minderjarig was. De chat heeft dus een enorme potentie als het gaat om het bereiken van de onzichtbare groep.’

Financiering

Fier heeft echter een groot probleem met een stabiele financiering van de chatdienst. ‘Door de decentralisatie ligt de financiering van dergelijke hulpverlening nu bij de gemeenten. Zij willen bewijs dat de slachtoffers ook echt uit hun regio komen. Onze chatservice is landelijk en onze slachtoffers zijn anoniem, toch eisen gemeenten namen en rugnummers. We hebben het afgelopen jaar een Anonieme e-mental health subsidie gekregen van Zorginstituut Nederland. Dat is een pot van 2 miljoen euro waarop iedereen kan inschrijven, dus het is elk jaar weer onzeker. We gaan nu in Rotterdam en Den Haag de chatdienst ook promoten in de regio met het doel nog meer onzichtbare slachtoffers te bereiken. Zo gaan we onder andere in Rotterdam campagne voeren op scholen. Hierbij worden slachtoffers van dwang en uitbuiting op het gebied van seks, drugs en criminaliteit aangespoord om hulp te zoeken op de chatlijn.’

Pop-up

Het kost niet alleen geld om de chatservice te bemensen, maar er is ook geld nodig voor innovatie en verbetering. ‘We praten met technologiebedrijven om met name de hulpverleners beter te ondersteunen. Met slimme technologie kunnen zij efficiëntere gesprekken voeren. Het is mogelijk dat de software hints haalt uit de getypte teksten zodat je als hulpverlener tijdens de chat pop-ups krijgt met adviezen voor interventie of doorverwijzing. Dat zijn ingewikkelde ontwikkelprocessen en techneuten kosten veel geld, maar het is echt nodig om op de langere termijn kosten te besparen en nog meer slachtoffers te kunnen helpen. De zorgsector loopt achter op technologisch gebied, terwijl hier nog veel winst valt te behalen.’

Erkenning

Dijkstra: ‘Ik denk dat het nodig is om te erkennen dat deze anonieme vorm van hulpverlening en structurele inzet van landelijke zorggelden. Dan kunnen we stabiliteit bieden, onderzoek doen en onze service verder ontwikkelen, met het doel om nog meer slachtoffers te bereiken en te helpen. Offline zorg krijgt nu alle aandacht, maar daarmee bereik je niet iedereen. Verder zou het goed zijn als we samen met andere organisaties die ook online hulp bieden één portaal zouden realiseren. Denk aan de Kindertelefoon, politie, Veilig Thuis, Helpwanted.nl, 113.nl, enzovoort. Waarom ontwikkelen we niet een internetportaal voor alle kwaliteitshulpverlening waar een slachtoffer binnenkomt en vervolgens doorklikt naar de juiste expert? Het is tijd om veel meer te investeren in de grote groep onzichtbare slachtoffers. Zij hebben onze hulp het hardst nodig.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.