Mantelzorg over 20 jaar: de spoeling wordt dunner

In plaats van vijf mantelzorgers zijn er over twintig jaar nog maar drie mantelzorgers per zorgvrager. En de mantelzorgers zullen ouder zijn, meer 75-plussers zullen zorg voor partner of naaste op zich  nemen. Dat blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Dat zal een wissel trekken op de zwaarte van de zorg en de ondersteuning aan mantelzorgers, zeggen onderzoekers Alice de Boer en Inger Plaisier van het SCP.

Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Help het taboe op praten over zorg in de toekomst verbreken
Foto: Mauritius images

De verwachting is dat de druk op de mantelzorgers de komende jaren toe zal nemen. Dat komt onder andere doordat het aantal mantelzorgers per zelfstandig wonende 75 plusser van bijna vijf in 2018 zal afnemen naar drie in 2040. Dat zal een wissel trekken op de zwaarte van de zorg en de ondersteuning aan mantelzorgers, zeggen onderzoekers Alice de Boer en Inger Plaisier, onderzoekers van het SCP. Dit urgente vraagstuk heeft het SCP er toe aangezet een beleidssignalement te maken over de stand van zaken van de mantelzorg in Nederland ter gelegenheid van de Dag van de Mantelzorger op 10 november.

In de komende 20 jaar zullen minder mensen mantelzorg kunnen bieden, ook dat is een effect van de vergrijzing. Dat betekent dat meer mantelzorg zal worden gedaan door ouderen voor andere oudere ouderen. Dat zijn de belangrijkste conclusies van de ‘Toekomstverkenning mantelzorg aan ouderen in 2040’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), dat tegelijkertijd met het beleidssignalement vandaag vrijdag 8 november is verschenen. Dat toekomstperspectief heeft gevolgen voor de belasting van mantelzorgers, voor de mogelijkheden die ze hebben en uiteindelijk voor het beleid dat moet worden gevoerd over mantelzorg. ‘Deze ontwikkelingen onderstrepen het belang van de ondersteuning van mantelzorgers’ aldus onderzoekers de Boer en Plaisier.

Het aantal mantelzorgers neemt af van gemiddeld 5 personen naar 3 personen in 2040. Worden de oudere mantelzorgers ook zwaarder belast?
Alice de Boer: ‘De belasting van mantelzorgers zal naar verwachting toenemen. Vooral ook omdat mantelzorgers zelf ouder zijn en wellicht al gezondheidsproblemen hebben. Of omdat dat ze hun partner verzorgen die bijvoorbeeld niet door een ander verzorgd wil worden. Dat maakt de zorg intensief, dat zien we  bijvoorbeeld bij de zorg voor mensen met dementie. Bij intensieve mantelzorg is het risico op overbelasting groot. Nu zijn het vooral de 50 en 60-plussers die mantelzorgen en dat vaak combineren met werk. Wat mantelzorg ook al zwaar kan maken.’
Inger Plaisier: ‘We verwachten dat in de komende jaren mensen ook meer uren mantelzorg gaan geven. We weten dat op dit moment mantelzorgers al gemiddeld 20 uur per week zorgen voor partners. Dat is een halve baan! In de toekomst wordt de spoeling onder mantelzorgers dunner. Dus  zijn er minder mogelijkheden om de hulp te delen. Er zijn ook meer mensen die hun hulp nodig hebben, zodat mantelzorgers niet alleen hun partner, maar wellicht ook voor de buren en vrienden zullen moeten helpen. Die vermindering van het aantal mantelzorgers is vooral in de krimpregio’s te verwachten, aan de randen van Nederland: Zeeuws-Vlaanderen, Zuid-Limburg, Noord-Groningen. Maar er zijn ook lichtpuntjes:. Er komen meer burgerinitiatieven van de grond om de zorg te regelen.’

Het gebruik van ondersteuning aan mantelzorgers is nog steeds gering. Hoe kunnen mantelzorgers de hulp beter vinden?
Inger Plaisier: ‘De gemeente heeft de taak om te zorgen voor de ondersteuning van mantelzorgers, maar het lukt nog altijd niet goed om mensen te bereiken. In 2016 waren drie van de tien mantelzorgers niet bekend met respijtzorg of andere vormen van hulp voor mantelzorgers. Er zijn nog steeds behoorlijk wat drempels in de weg naar ondersteuning. Dat begint al met de erkenning dat iemand een mantelzorger is. Veel mensen helpen een vriend of hun partner en voelen zich daarom nog geen mantelzorger. Het is voor de gemeente dan ook belangrijk om mensen op de juiste manier aan te spreken, nier per se als mantelzorger maar als degene die enkele uren per week zorg biedt aan een ander.
Vervolgens moet de gemeente dan op zoek naar de mantelzorger en mensen moet de weg vinden naar ondersteuning. Wij denken dat het praktischer is dat ondersteuning voor mantelzorgers via de eerstelijnszorg gaat, bijvoorbeeld via de huisarts, de thuiszorg of het gezondheidscentrum in de wijk. Daar kun je ondersteuning aanbieden, zoals lotgenotencontact of een cursus om meer competenties te krijgen in de zorg die je geeft, bijvoorbeeld omgaan met dementie. Ook voor respijtzorg en hulp van vrijwilligers kan de gemeente mensen beter in de wijk bereiken. Een paar duidelijke folders neerleggen op de juiste plek is niet zo moeilijk.
Een derde drempel voor mantelzorgondersteuning zijn ook de kosten die het met zich mee kan brengen. Vaak moet je wel een eigen bijdrage betalen, dat moet ook maar kunnen.’

Professionals moeten goed samenwerken en dreigende overbelasting tijdig signaleren. Moeten professionals niet gewoon meer zorg en ondersteuning bieden?
Alice de Boer: ‘Mantelzorg is onmisbaar omdat de kosten van de zorg zo hoog oplopen dat professionele zorg onbetaalbaar wordt. Daarnaast willen mantelzorgers ook graag voor hun naaste zorgen, omdat het ook veel voldoening geeft. Daarom is het belangrijk dat professionals de mantelzorger goed in de gaten houden en dat ze verder kijken dan de medische indicatie van de zorgvragen en het aantal minuten dat ze bij de cliënt kunnen zijn. Professionals moeten ook het sociale aspect van de zorg erbij betrekken en het gesprek met mantelzorgers voeren over de belasting en ze de weg wijzen naar vormen van ondersteuning.
Nog altijd de helft van de mantelzorgers vindt dat hulpverleners te weinig oog hebben voor hun situatie. 70 Procent vindt dat de hulp voldoende is. Vooral als het gaat om naasten met dementie of met een psychische beperking, dan blijkt de hulp nog onvoldoende te zijn.’

Het goede nieuws is dat er is nog een kwart aan ‘niet-helpers’ zijn die willen mantelzorgen. Hoe verleid je ze tot mantelzorg?
Alice de Boer: ‘De “niet –helpers” zijn meestal mensen die zelf niet iemand kennen die hulp nodig heeft of denken dat anderen het al doen, dan is de urgentie niet hoog om te mantelzorgen. Het ligt er vaak ook aan hoe zwaar de hulp is en hoe de relatie met de zorgvrager is. Mensen willen incidenteel wel iets doen, en ze willen de buurman links wel helpen, maar de buurvrouw rechts niet. Ik denk dat de kans toeneemt dat mensen mantelzorg gaan doen naarmate er meer mensen hulp nodig hebben. De zichtbaarheid dat er hulp nodig is maakt het voor mensen wel makkelijker om in actie te komen.’
Inger Plaisier: ‘Er is ook sprake van handelingsverlegenheid bij potentiële mantelzorgers. Moet je tegen je buurvrouw zeggen: “Ik zie dat u dat niet goed meer kunt, zal ik helpen?”. En er is ook vraagverlegenheid; mensen vinden het lastig om hulp te vragen. Ik denk dat het belangrijk is dat mantelzorg gemakkelijk bespreekbaar wordt. In de vriendenkring, maar ook bij zorgorganisaties met professionals  cliënten helpen en bij werkgevers die te maken krijgen met werknemers die zorgtaken hebben. Als het onderwerp open op tafel ligt, dan kunnen we er gezamenlijk iets mee.’

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.