Harry Weerman (WILL): ‘Zonder gemeenten wordt het niks met de welzijnsinformatie’

Eind 2006 stopt het project WILL – Welzijnsinformatie Lokaal en Landelijk – dat sinds 2002 een model voor de informatievoorziening in de welzijnssector heeft opgezet. Of de aanpak ooit wordt ingevoerd, is nog maar de vraag. ‘Het is heel plat: zolang de wethouders niet zeggen dat ze het doen, gebeurt er natuurlijk niks’, zegt projectleider Harry Weerman.
Harry Weerman (WILL): ‘Zonder gemeenten wordt het niks met de welzijnsinformatie’

Door Martin Zuithof – Wat zijn de doelen van het

welzijnswerk? Wat is een welzijnsproduct? Wat zijn daarvoor reële kostprijzen en

hoe zou de subsidiecyclus eruit moeten zien? Hoe kunnen klanttevredenheid en

resultaten worden vastgesteld?

Voor dit soort vragen zijn binnen het project

Welzijnsinformatie Lokaal en Landelijk de afgelopen jaren standaarden gemaakt en

in een samenhangend informatiemodel ondergebracht. Zeventig zogeheten ‘lokale

combinaties’ – vertegenwoordigers van gemeenten en lokale instellingen –

ontwikkelden een productenboek voor het welzijnswerk, een subsidiecyclus, een

klanttevredenheidsonderzoek en een model voor resultaatmanagement.

Bovendien werden vier welzijnsdoelen opgesteld waaraan

de resultaten van het welzijnswerk kunnen worden getoetst: zelfredzaamheid,

deelname aan maatschappelijk verkeer, sociale samenhang en maatschappelijke

inzet.

Probleem is nu dat invoering van dit WILL-model in de

gemeenten na 2007 allesbehalve vanzelfsprekend is. Er is bijvoorbeeld geen

bepaling in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) opgenomen die gemeenten

verplicht een systeem voor welzijninformatie in te voeren.

Wat is het welzijnswerk met WILL opgeschoten als het

model niet kan worden toegepast? ‘Of het wordt toegepast is zeer de vraag. Op zich is

het model rond. Er zijn enorme sommen geld van het gemeentebudget gemoeid met de

Wmo. Als dat Wmo-beleid qua informatie en subsidiering op zijn janboerenfluitjes

gaat lopen, dan vind ik dat als belastingbetaler onnodige verkwisting van mijn

geld. De lokale combinaties hebben een hartstikke goed raamwerk gemaakt om te

zorgen dat het geld zowel rechtmatig als inhoudelijk goed wordt besteed.’

Het model vergt dus ook de acceptatie van de

welzijnsdoelen van WILL: sociale samenhang, maatschappelijke inzet en deelname,

en zelfredzaamheid. Wat is daar zo belangrijk aan?‘Dat vind ik het allerbelangrijkste. Een gemeente kan straks al zijn

Wmo-activiteiten in de vier welzijnsdoelen gieten, zo hebben VWS en het SCP

vastgesteld. Die vier doelen bestonden dertig jaar geleden en bestaan over dertig jaar

nog. De prestatievelden van de Wmo hebben een houdbaarheidsdatum van

hooguit een kabinetsperiode. Daar kun je geen langer beleid op baseren.’

Is de resultaatmeting ook

geregeld door WILL? Onduidelijkheid daarover was in 2004 voor de gemeente

Tilburg en welzijnsorganisatie Twern

reden om uit het project te stappen.‘Ik geloof niet dat het echt goed gaat met het Tilburgse

model, maar qua intentie hadden ze er niet uit hoeven te stappen. Het ging hun

niet snel genoeg. Inmiddels hebben wij voor het resultaatmanagement omschreven

over welke financiële en inhoudelijke resultaten we het hebben. Daarvoor bestaan

gewoon methodieken, zoals ‘dashboard monitoring’ waarbij een aantal indicatoren

worden gemeten in bijvoorbeeld de sociale samenhang. Als je dat een aantal jaren

achter elkaar meet, heb je de trends te pakken. VWS zou moeten voorschrijven dat

die trends worden vastgesteld, maar op welke manier dat gemeten wordt maakt niet

uit.’

Moet er landelijke wetgeving komen om het in te voeren?‘Die discussie voer ik

nu al twee jaar. Je kunt van ons model een aanhangsel maken in de Wet maatschappelijke

ondersteuning. Dat zou het mooiste zijn, maar VWS wil dat niet. De

‘next best’ oplossing is dat de wethouders van de dertig grote steden (G30) een convenant

sluiten en afspreken dat ze dit model overnemen.’‘De slechtste oplossing is

dat de instellingen WILL proberen in te voeren door dit via de MOgroep te

promoten. Die variant is nu in beeld, maar als instellingen WILL willen invoeren

heeft het absoluut geen waarde als de gemeenten niet meedoen. Er zijn

instellingen die tegen gemeenten zeggen: “We hebben nu een aanvraag gebaseerd op

productgerichte subsidiëring.” Dan zegt zo’n gemeente: “Doe maar gewoon.”’

Wie gaat de Wmo-wethouders van de dertig grote

steden dan overtuigen?‘De regiegroep van WILL (met daarin de VNG, MOgroep,

VWS, Verdiwel, CBS en NIZW) of VWS kan dat doen. Daar discussiëren we nu al twee

jaar over, maar ze doen het niet. Het is heel plat: zolang de wethouders niet

zeggen dat ze het doen, gebeurt er natuurlijk niks. Terwijl de invoering van de

Wmo daarvoor een uitstekend moment biedt.’

Wie moet de uitvoering van het WILL-model na 1

januari 2007 ondersteunen?‘Dat moet ook worden geregeld in een

convenant van de Wmo-wethouders van de G30. Daar gaat tachtig procent van het

Wmo-geld naar toe, als die het doen, doet de rest het ook wel. Een projectbureau

zou je bij de VNG kunnen onderbrengen, maar de VNG kan niet voor een gemeente

voor dit model tekenen, het is maar een branchevereniging. Zolang de gemeenten

geen handtekening zetten onder dit model wordt het niets.’Hoe

ziet u dan de toekomst van de ondersteuning van het informatiemodel nu dat wordt

ondergebracht bij de Maatschappelijke Ondernemersgroep? Is een

branche-organisatie geen vreemde plek voor WILL?‘Daar mag ik niks over

zeggen. Als er een wet of een convenant is, is de positie van een uitvoerend

bureau niet zo belangrijk. Of je daar een stichting van maakt of een coöperatie,

doet er niet zoveel toe.’Zou VWS niet het verschil moeten maken

om WILL in te kunnen voeren? ‘Die hele

directie Sociaal Beleid bij VWS is de laatste jaren gedecimeerd. Een paar

jaar geleden was die club net krachtig genoeg om een aanzet tot de Wmo te geven.

Zo’n afdeling is heel klein vergeleken met andere grote geldstromen als

jeugdzorg, ouderenzorg, cure en care. De instellingen die daar werken zijn

professioneler en veel beter geworteld dan die welzijnsclubjes. Die spelen een

verloren wedstrijd.’

Moet staatssecretaris Ross er niet harder aan trekken dat

de welzijnsinformatie onderdeel wordt van de Wet maatschappelijke ondersteuning?

‘Ross maakt zich

sterk dat de W van welzijn in VWS blijft. Clemènce is echt een welzijnsfan. Maar

ze is natuurlijk ook deel van de regering. Het regeringsbeleid is niet echt

gericht op welzijnswerk. De hele WMO is natuurlijk gewoon een bezuiniging en

daar moet ze gewoon in mee. Ze moet ook leven met de politieke

werkelijkheid.’

Het hele artikel is te lezen in Zorg + Welzijn

5, 3 mei 2006. Meer informatie:


www.willweb.nl , Joop de Smet : ‘De vraag is wat VWS nog wil weten

over het welzijnswerk’


, Zorg + Welzijn 12 oktober

2005,


Wethouder Hamming (Tilburg) keert zich af van

landelijk informatieproject voor welzijn

, Zorg + Welzijn,

17 november 2004

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.