Familie maakt plan voor hulp in Eigen-Kracht Conferentie: De kracht van de bloedband

Janneke is elf en opgegroeid met verslaving, verwaarlozing en geweld. Ze woont al een jaar of vier in een instelling en bij pleeggezinnen, maar geeft aan bij haar tante te willen wonen. Tijdens een Eigen-Kracht Conferentie nemen een twaalftal familieleden van kind en ouders gezamenlijk een besluit over de toekomstige situatie van Janneke. 'Je legt de verantwoordelijkheid voor de zorg bij de familie.'

Het model stamt van de Maori’s uit Nieuw-Zeeland:

wanneer zich een ernstig probleem voordoet, gaat de familie en het sociaal

netwerk van de betrokkene met elkaar in conclaaf tot een besluit valt over hoe

het probleem aan te pakken. In Nieuw- Zeeland is deze zogenoemde Family Group

Conferencing wegens overweldigend succes al in 1989 in de wet opgenomen. In

Nederland is sinds vorig jaar een drietal hulpverleningsinstanties voor jongeren

begonnen met het aanbieden van de Eigen-Kracht Conferentie. Het doel is de

familie de verantwoordelijkheid te laten houden voor ingrijpende beslissingen

bij problemen binnen de familie, of van de familie met de samenleving. ‘Het

hulpaanbod komt zo het dichtst bij de hulpvraag,’ zegt Lineke Joanknecht,

regiomanager Eigen-Kracht Conferenties in Amsterdam en betrokken bij de

introductie van het model. ‘Men gaat met elkaar aan een oplossing werken.

Voorwaarde is wel dat iedere aanwezige vooraf bereid is daarover mee te denken.’

Vorig jaar zijn 21 Eigen-Kracht Conferenties gepland. Daarvan zijn er

vijftien gehouden en vier niet, omdat ouder of kind niet wilde. Slechts één

conferentie heeft geen plan opgeleverd. Het ging in totaal om veertig kinderen.

Bij driekwart van de betrokken ouders is een of beiden van allochtone afkomst.

Iedereen die betrokken is bij de cliënt, kan een Eigen-Kracht Conferentie

aanvragen; zowel de jongere zelf als de onderwijzer, de hulpverlener of een

familielid. Een onafhankelijk coördinator wordt aangesteld, die met alle

kandidaten vooraf spreekt en inventariseert wie aanwezig wil zijn en waarom. De

coördinator moet duidelijk krijgen voor welke kwestie rond de opvoeding een plan

gemaakt moet worden en binnen welke grenzen. Als iedereen akkoord gaat, belegt

de coördinator de familieconferentie. Die begint met een informatiedeel, waarbij

allerlei mensen, zoals de hulpverlener, toelichtingen kunnen geven en vragen

kunnen beantwoorden. Dan volgt het besloten deel, waarbij alleen de familie en

eventueel het sociale netwerk met elkaar in conclaaf gaat. Tot slot komt de

familie met een plan van aanpak. Deze zal door de hulpverleners worden

uitgevoerd en begeleid. Kan de familie niet tot een besluit komen, dan zorgen de

geijkte instanties voor het plan.

De hulpverlener: John Appels,

gezinsvoogd

‘Eigenlijk ben je een “besmet persoon” als hulpverlener, door de kennis die

je hebt en de ingrepen uit het verleden. Mensen zitten meestal niet te wachten

op een gezinsvoogd die zich met de opvoeding van hun kinderen bemoeit en ook nog

kan ingrijpen. De wens van Janneke was heel duidelijk: ze wilde bij tante Yvonne

wonen. Daarvoor is overeenstemming nodig met de ouders en de familie. Ik heb de

Eigen-Kracht Conferentie aangevraagd. Als hulpverlener te weinig mogelijkheden

om die overeenstemming te bereiken. Een duidelijke vraagstelling vooraf was

belangrijk, evenals afspraken die je vooraf moet maken met de familie.

Bijvoorbeeld dat er geen agressie aan te pas komt tijdens zo’n sessie. Anders

zitten mensen daar uit angst te praten. Als iemand denkt steun nodig te hebben

om bijvoorbeeld de agressie in toom te houden, kan je een vertrouweling

meenemen. De kracht moet zijn dat de familie elkaar aan de afspraken houdt. Maar

juist die vrijblijvendheid van afspraken, zoals dat nu op zo’n conferentie

gebeurt, is voor mij een kritisch punt. Ik kan de familieleden niet aan de

afspraken houden, ze hebben geen verplichtend karakter. Ik bekijk steeds wat het

belang van Janneke is en als dat wordt geschaad, kan ik ingrijpen.

‘De bijdrage van de hulpverlener voorafgaand aan een Eigen-Kracht

Conferentie is informatie geven en achteruit gaan zitten. Eigenlijk geef je één

beslissing over wat er met de cliënt gebeurt uit handen, vervolgens moet de

hulpverlener het besluit van de conferentie door een heel juridisch kader

loodsen. Verder moet je voortdurend goed een onderscheid maken tussen een

activiteit als onderdeel van de conferentie en een activiteit als onderdeel van

de hulpverlening naar de cliënt. Bij de eerste moet ik me er buiten houden. En

in dit geval belde tante voor de conferentie of ze Janneke al kon aanmelden op

school. Dat kan niet, want het maakt deel uit van het besluit dat op de

conferentie moet worden genomen.’

De familie:Tante Yvonne, tante Annemiek, opa

Jan

‘Wij dachten altijd dat we als familie geen rechten hadden. Opa en oma

kunnen een bezoekregeling krijgen, that’s it. Als we hier eerder vanaf hadden

geweten, waren de kinderen al veel eerder bij ons gekomen. We hebben ons veel

zorgen gemaakt om de kinderen. Maar hun moeder, onze zus, hield ons buiten de

deur via de instanties. Nu moest Janneke naar een vierde pleeggezin. Wij waren

het zat en Janneke wilde graag bij Yvonne wonen. De gezinsvoogd zei: “Dat moet

de moeder goed vinden”.

We wisten niet wat we van zo’n familieconferentie moesten verwachten. Maar

we zaten er als één familie, we trokken één lijn: de moeder en haar vriend

moesten overtuigd worden dat Janneke bij tante Yvonne moest gaan wonen. “We gaan

niet eerder weg voor het voor elkaar is”, zeiden we tegen elkaar. In eerste

instantie ging het heel gespannen. We begonnen met verwijten te maken, over oude

koeien. Dat de familieconferentie op ruzie zou uitlopen, was Jannekes grote

angst. Op enig moment zeiden we: “Die oude koeien zetten we aan de kant, we gaan

over een oplossing praten”. Het werd geaccepteerd. Er werd nu eens naar Janneke

geluisterd.

‘Familie is belangrijk; het is de bloedband, het vertrouwen dat je altijd

op elkaar terug kunt vallen. Wat goed is aan zo’n Eigen-Kracht Conferentie, is

dat je mee mag beslissen over het welzijn van het kind. Na al die pleeggezinnen

is ze eindelijk waar ze hoort: bij haar familie. Als het niet via de

familieconferentie was geregeld, waren we naar de rechtbank gestapt. Maar zo’n

juridisch proces is veel schadelijker voor het kind.

‘We vinden dat we beter voorbereid hadden moeten worden. Janneke is heel

moeilijk in de omgang. Haar pleegvader zei nog: “Knap wat jullie doen”. We

dachten: “Nou, dat kunnen we wel aan”. “Met haar achtergrond neemt ze een zware

bagage mee”, zegt de jeugdzorg. Ja natuurlijk, maar wij kunnen niet omgaan met

die explosies. Je kunt je niet als boksbal laten gebruiken. We zijn met haar om

de tafel gaan zitten en hebben aan de bel getrokken. We krijgen nu, na vier

maanden, begeleiding via Families First.’

De coördinator: Carina van der Hoeven

‘De kracht is dat de familie de kans krijgt te laten zien dat ze de

verantwoordelijkheid kan en wil dragen. Dit past ook bij het kind. De kans is

ook groter dat men zich aan die verantwoordelijkheden houdt, eerder dan dat een

instantie het oplegt. Uit onderzoek blijkt dat het met tweederde van de kinderen

met een gezinsvoogd niet beter gaat, soms zelfs slechter. Dat is schokkend. Het

wil overigens niet zeggen dat de gezinsvoogden het zo slecht doen, maar dat de

hulp niet aansluit bij de vraag.

‘Ik geloof er heilig in dat kinderen in de leefwijze van de familie

thuishoren. Op die plek worden karaktertrekjes herkend, ook de slechte. Ook

worden die veel eerder geaccepteerd; want oom Jan en opa waren ook al zo. Wij

gaan er in onze maatschappij te veel vanuit dat een kind alleen van de ouders

is. Maar er zijn ook anderen binnen het familienetwerk die van het kind houden.

Je legt de vraag tijdens een familieconferentie ook niet neer bij één persoon,

maar bij het hele netwerk: er moet een veilige thuisbasis voor het kind

gecreëerd worden. Dat was ook het doel van de familieconferentie voor Janneke.

Je ziet dat mensen heel gespannen aan zo’n conferentie beginnen, elkaar

verwijten maken. Ze willen dat je de leiding neemt. Maar dat is niet de

bedoeling, zij moeten het zelf doen.

‘Mijn taak is mensen aan te moedigen met elkaar in gesprek te gaan, ondanks

mogelijke persoonlijke vetes. Als coördinator moet je vasthoudend zijn. Je moet

blijven zoeken naar creatieve oplossingen en uit te vinden wat nodig is om over

een persoonlijke blokkade of verwijt heen te stappen. Je moet ook los kunnen

laten, de problemen laten waar ze zijn en niet proberen iets af te dwingen.

Anders verlies je je onafhankelijkheid. Want wie zegt dat mijn oplossing de

goede is?’/Caroline Stam

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.