Blog: Dankbaar dansen met ‘de oudjes’

Natuurlijk zijn wij vanuit ons vak enorm maatschappelijk betrokken. Weinig sectoren hebben zo’n grote maatschappelijke impact als de zorg en wij hebben het geluk elke dag te mogen bijdragen aan het verbeteren van de processen. Maar dat betrokken zijn doen we wel vanachter ons bureau, lekker veilig en beschut. En dat moest maar eens veranderen. Zo vormde zich het plan om jaarlijks iets te gaan doen mét de cliënt. Het hele team omarmde dit plan en op papier was de stap dan ook makkelijk gezet. In de praktijk blijkt het echter een behoorlijke comfortzone-crusher.

In de vorige gastblog stelde Linny van der Weijden: ‘Wij Wajongers zijn de onbekende Abdelhak Nouri’s’ >>

Schoorvoetend voeg ik me bij mijn collega’s in de ‘reminiscentiekamer’ van Woonzorgcentrum De Wartburg in Utrecht. De kamer doet zijn naam eer aan: hij is ingericht alsof je veertig jaar terug gaat in de tijd met veel eiken en groen velours. We voelen ons duidelijk wat ongemakkelijk, keuvelen wat over de files en vragen elkaar fluisterend ‘weet jij wat we precies gaan doen?’.

Aanstekelijk enthousiasme

Gelukkig neemt Simone, de Medewerker Welzijn Ouderenzorg die ons ontvangt, dat gevoel snel weg. Ze vertelt dat ze na haar studie HRM geen zin had om achter een bureau aan beleid en strategie te werken. Pompiedom, dat is precies waar wij goed in zijn en wat we dus tot een uur geleden nog zaten te doen. Maar niemand zegt iets en haar enthousiasme werkt aanstekelijk: ze weet feilloos over te brengen hoe dankbaar haar beroep is. Desgevraagd legt ze uit dat haar grootste drijfveer schuilt in de kleine dingen die ze voor de cliënten kan doen: samen naar André Rieu kijken. Gymnastieken met een ballon. De beloning zit ‘m voor haar in de glimlach en soms zelfs de omhelzing die ze ontvangt. Verstandelijk begrijpen we haar, maar ons inleven lukt op dat moment nog niet echt.

Geen liefdadigheid maar werkelijkheid

Dansen. Mét de oudjes. Dat is wat we vandaag gaan doen, zo wordt ons door Simone verteld. De schrik slaat ons een beetje om het hart. Als we dat echt niet willen, mogen we ook gewoon koffie en thee schenken. Blij met deze escape grijpen we allemaal een kopje en koffiekan en serveren erop los. Helaas heeft de collega van Simone een ander plan: hij verzoekt ons hele team gezamenlijk een dansje te doen. Het zweet breekt me uit en houterig beweeg ik wat heen en weer op de dansvloer. Ons publiek klapt enthousiast mee op de muziek. Aangemoedigd door hun blije gezichten stappen we over onze gêne heen en vragen we hen ten dans. Ik raak aan de praat met een oude heer in een scootmobiel die zich voorstelt als ‘zeg maar Nico’. Hij kan helaas niet met me dansen, maar vertellen kan hij wel. Bijna een uur zit ik bij hem en luister ik naar zijn verhalen, terwijl mijn collega’s over de dansvloer zwieren. Vanuit haar stoel wijst een bewoonster naar de dansvloer en zegt: ‘Ach, kijk die leuke jongen daar eens dansen met die oude vrouw!’. Die ‘leuke jongen’ is mijn collega van 59 jaar. Maar wat is 59, als je zelf de 90 al lang bent gepasseerd? Ik schuifel met een dame van Indische afkomst die me erg aan mijn eigen moeder doet denken.  En ineens zijn deze mensen niet langer ‘cliënten’ voor me, maar mensen die allen mijn vader, moeder, opa of oma hadden kunnen zijn. Wat we hier doen is geen liefdadigheidsproject dat straks is afgerond; dit is de werkelijkheid zonder einddatum.

Zachtjes huilen

Naborrelend op een terras laten we de middag de revue passeren. We hebben gedanst, koffie geschonken, handen vastgehouden, rollators geparkeerd en genadeloos gezweet. We zijn gesloopt, maar dankbaar voor deze ervaring. Deze middag heeft ons respect voor de mensen die werken in de ouderenzorg nog verder vergroot. Wat een zware, maar ontzettend dankbare taak. Op weg naar huis denk ik terug aan mijn gesprek met meneer Nico. Aan hoe hij vertelde over zijn vader en zijn inmiddels overleden vrouw. Aan hoe hij steeds zijn vochtige ogen depte en ik me pas later realiseerde dat hij zachtjes huilde toen hij vertelde over zijn kinderen die hij, ondanks hun drukke leven, zo af en toe nog wel ziet. Aan hoe we samen moesten lachen toen hij zijn medebewoners ‘die oudjes’ noemde en zichzelf duidelijk niet zo zag. Bij het afscheid nemen kreeg ik een grote knuffel en een kus. Hij lachte en zwaaide naar me en bedankte me voor de gezellige middag.

De kleine dingen

Ik weet niet wie er dankbaarder was: meneer Nico omdat hij zijn verhaal kon vertellen, of ik omdat ik naar hem mocht luisteren. Simone heeft gelijk: de grootste waarde zit hem in de kleine dingen die we voor deze mensen kunnen doen.

Angelica Branderhorst is Office manager bij Arteria Consulting, adviesbureau in de zorg te Hilversum.

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.