Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Aanpak mishandeling ouderen vergt tact

Ouderen die mishandeld worden zijn vrijwel altijd afhankelijk van de dader. Dat maakt de aanpak vaak zo lastig. ‘Je moet nooit plompverloren binnenkomen en het woord mishandeling laten vallen.’

Door Maria van Rooijen - De dementerende mevrouw Matthijssen woont zelfstandig en heeft geen directe familie die haar ondersteunt. Alleen haar buurman bekommert zich om haar, hij is gevolmachtigd om haar belangen te behartigen. De casemanager van Team290 in Groningen die haar zorg coördineert en de thuiszorgmedewerker bezoeken haar regelmatig. Volgens de hulpverleners zou dagbehandeling een goede aanvulling in haar zorg zijn. Hun valt op dat het altijd ijskoud is in huis en de buitenverlichting nooit brandt. Hoewel dit met de buurman besproken wordt, verandert niets. De hulpverleners kunnen haar nooit alleen spreken. De buurman zit er altijd bij en mevrouw volgt blindelings hetgeen hij voorstelt. Hij probeert de hulpverleners zoveel mogelijk buiten de deur te houden.

De casemanager: ‘Betrokken hulpverleners vermoedden dat hier sprake was van financiële uitbuiting en zorgonthouding. In overleg met de huisarts, politie en thuiszorg besloten we een ondercuratelestelling voor mevrouw aan te vragen, zodat ze een bewindvoerder en mentor zou krijgen. Maar omdat de financiële uitbuiting moeilijk aantoonbaar was, is in overleg met de officier van justitie gekozen voor de aanvraag van mentorschap. Tijdens deze procedure ging mevrouw dermate achteruit, dat verpleeghuisopname noodzakelijk was.’ Mevrouw Matthijssen woont nu in het verpleeghuis, maar haar buurman is nog steeds gevolmachtigde. ‘Uiteindelijk besloten we dat we haar beter hielpen door het mentorschap niet aan te vragen. Waarschijnlijk is er nog steeds sprake van financiële uitbuiting, maar we weten wel zeker dat ze nu goede zorg krijgt. Zij is heel eenzaam. Alleen de buurman bezoekt haar. Wanneer er een mentor aangesteld wordt, bestaat het gevaar dat ook dit contact verloren gaat.’


Afhankelijk
Het voorbeeld toont aan hoe complex de aanpak van ouderenmishandeling kan zijn. Meestal is het slachtoffer afhankelijk van de dader. Daarnaast is elke situatie weer verschillend. Er kan sprake zijn van financiële uitbuiting, psychische en/of lichamelijke mishandeling, zorgonthouding of ontspoorde zorg, waarbij de mishandeling wordt veroorzaakt door de overbelaste mantelzorger. Soms willen slachtoffers geen hulp uit angst voor repressailles. Ook kan onduidelijk zijn wie slachtoffer en dader is. Jolly van der Velden, coördinator ouderenmishandeling in Den Haag: ‘Zeker bij partnergeweld. Soms zijn dat al decennialange verstrengelde relaties, waarin het psychisch geweld van de een fysiek geweld van de ander uitlokt.’ Bovendien ‘kiezen’ hulpverleners er weleens voor ouderenmishandeling niet aanhangig te maken. Sociaal-psychiatrisch verpleegkundige Michel Wubs van Team290: ‘Hulpverleners willen primair goede zorg verlenen. Daarvoor moeten we contact houden met de patiënt. Als je te hard optreedt, dreig je dat te verliezen. Dan kun je niets meer.’

De aanpak van ouderenmishandeling vereist daarom vaak uiterst voorzichtig en tactvol opereren. Enkele regio’s, waaronder Twente, Dordrecht, Den Haag en de provincie Groningen hebben hiervoor de afgelopen jaren een goede infrastructuur opgezet. Dat wil zeggen, aldus Maria van Bavel van MOVISIE, kenniscentrum voor maatschappelijke ontwikkeling, dat ze coördinatoren of aandachtfunctionarissen ouderenmishandeling hebben, beschikken over een goed consultatie- en interventienetwerk en dat er veel voorlichting over ouderenmishandeling wordt gegeven aan instanties als politie, thuiszorg, maatschappelijk werk.

Signalen
In Groningen zijn in bijna alle gemeenten geschoolde aandachtfunctionarissen, aan wie iedereen ouderenmishandeling kan melden en informatie en advies kan vragen. De aandachtfunctionarissen – ouderenadviseurs, maatschappelijk werkers of thuiszorgmedewerkers – werken nauw samen met de oggz. Ouderenadviseur Tineke Turksema is aandachtfunctionaris ouderenmishandeling in Leek. ‘Soms’ zegt ze, ‘doen slachtoffers zelf melding van mishandeling. Dan is het makkelijker om de zaak uit te zoeken. De meeste meldingen zijn echter afkomstig van derden, vooral hulpverleners. Signalen kunnen zijn dat de oudere of verzorger tegenstrijdige verklaringen geeft voor lichamelijke verwondingen, de oudere een depressieve, angstige indruk maakt, de oudere er onverzorgd uitziet en de huishouding is verwaarloosd of dat er spullen en geld verdwijnen.’

‘Als ik een melding binnenkrijg, bespreek ik die eerst in het oggz-netwerk ouderen, een afsplitsing van het algemene oggz-netwerk. In het ouderenetwerk participeren bij ouderen betrokken organisaties, zoals de thuiszorg en welzijn. We checken of er al hulpverleners in huis komen en wat zij weten. Vervolgens kijken we hoe we de mishandeling bespreekbaar kunnen maken en wie op huisbezoek gaat. Vaak doe ik dat, omdat ik de oudere meestal al ken vanwege de seniorenvoorlichting die we geven.’
‘Ik ga voorzichtig te werk. Je moet niet plompverloren binnenkomen en over mishandeling praten. Dan loop je het gevaar dat de dader gaat steigeren. Er zijn weleens hulpverleners op die manier aangeklaagd wegens laster. Ik kom bijvoorbeeld binnen met de vraag hoe de seniorenvoorlichting bevallen is. Soms zijn meerdere bezoeken nodig eer een dermate vertrouwensrelatie is opgebouwd dat het slachtoffer iets loslaat.’

Ook Van der Velden zegt dat vasthoudendheid vaak nodig is. ‘Soms zorgt de dader ervoor dat je het slachtoffer niet te spreken krijgt. Dan moet je creatieve oplossingen verzinnen. Ik heb weleens gepost bij de voedselbank, omdat ik had gehoord dat het slachtoffer daar wekelijks naartoe ging.’

Hulpverlening
Als het probleem helder is wordt er hulpverlening op gezet. Welke hulp is in elke situatie weer anders. Bij ontspoorde zorg wordt bijvoorbeeld respijtzorg ingezet, of meer thuiszorg. Bij financiële uitbuiting door familie hangt het er weer vanaf of slachtoffers willen meewerken. Turksema: ‘Een dochter die gemachtigd was voor haar moeder, haalde steeds geld voor zichzelf van haar rekening af. De moeder wilde wel dat ze daarmee stopte, maar niet dat ik met die dochter ging praten. Dat vond ze te bedreigend voor haar. Omdat ze slecht kon lopen zijn we toen samen naar de bank gereden om de machtiging in te trekken. Nu gaat ze steeds zelf met de taxi geld halen.’
Bij financiële uitbuiting door kinderen speelt vaak verslavings- en/of psychiatrische problematiek mee. Dan wordt geprobeerd op verschillende sporen hulp in te zetten. Van der Velden: ‘Een moeder van een verslaafde zoon vroeg zelf om hulp. De zoon was zijn huis kwijtgeraakt en bij zijn moeder ingetrokken. Via haar pinpas maakte hij haar geld afhandig, er waren grote conflicten. Hij stond al wel op de wachtlijst voor opname in een verslavingskliniek. De vrouw wilde niet dat hij uit huis gezet werd, dan zou hij misschien weer van opname afzien. Ik heb bij de kliniek aangedrongen op spoed, de vrouw kreeg ondersteuning van het maatschappelijk werk, zodat ze zich weerbaarder leerde opstellen.’

Blijf-van-mijn-lijf-huis
Soms is de situatie zo levensbedreigend dat het slachtoffer niet meer thuis kan wonen. In Den Haag is daarvoor in 2006 een soort Blijf-van-mijn-lijf-huis voor mishandelde ouderen opgericht. Dat was nodig, zegt Van der Velden, omdat de reguliere vrouwenopvang ongeschikt is voor ouderen. ‘Het is te druk, er lopen kinderen rond, soms zijn er fysieke belemmeringen omdat ouderen bijvoorbeeld niet kunnen traplopen.’ De ouderen worden maximaal zes maanden op een geheime plek opgevangen en begeleid door hulpverleners van vrouwenopvang Stichting Wende. Zij ondersteunen hen bij bijvoorbeeld het aanvragen van een urgentieverklaring voor nieuwe huisvesting, een echtscheiding of het scheiden van de AOW-uitkering. ‘Soms’, zegt Van der Velden, ‘keren ze weer terug naar hun partner. Die heeft bijvoorbeeld hulp geaccepteerd en ze vertrouwen op beterschap. Niet vreemd natuurlijk, soms zijn ze al veertig jaar samen.’ Tot nu toe zijn er tien ouderen, voornamelijk vrouwen, opgevangen.
Zoals het in Den Haag en Groningen gaat, gaat het nog lang niet overal. Daarom heeft het ministerie van VWS geld beschikbaar gesteld aan MOVISIE om samen met Vilans, kenniscentrum voor ouderen en het Landelijk Platform Bestrijding Ouderenmishandeling de komende twee jaar de infrastructuur en kwaliteit van de hulpverlening te verbeteren. Theo Royers van Vilans: ‘Wij gaan in kaart brengen welke interventies voor welke vormen van ouderenmishandeling geschikt zijn. Om financieel misbruik aan te pakken zijn er in Amerika bijvoorbeeld zogenaamde Fast-teams, bestaande uit financieel deskundigen, politie en hulpverlening, die zo’n zaak gaan uitpluizen. Wellicht kan zoiets ook in Nederland.


Dit artikel staat in Zorg + Welzijn Magazine nummer 1, januari 2009.


Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden