Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Grens aan burenhulp in woongemeenschap ouderen

Voor bewoners in woongemeenschappen is er een duidelijke grens tussen burenhulp en zwaardere vormen van zorg. Families en zorginstanties zien die grens minder goed. Dat blijkt uit een onderzoek naar welzijn en zorg van ouderen in woongemeenschappen.
Grens aan burenhulp in woongemeenschap ouderen

Door Carolien Stam – Slechts weinig woongemeenschappen hebben formeel beleid voor zorg aan bewoners. Burenhulp is een groot voordeel in deze woonvorm voor ouderen, maar kent een belangrijke beperking. Te snel gaat de buitenwereld ervan uit – zowel familie als ook zorginstanties – dat bewoners in woongemeenschappen voor elkaar zorgen. Dat blijkt uit een onderzoek van de

Federatie Gemeenschappelijk Wonen (FWG) en het Verwey-Jonker Instituut.

Nederland telt meer dan 450 woongemeenschappen met ouderen, zowel meergeneratie-wonen als woonvormen voor uitsluitend 55-plussers. Voor het onderzoek zijn er onder andere schriftelijke enquêtes gehouden in 157 woongemeenschappen. De resultaten worden vandaag , donderdag 11 december, gepresenteerd.

Burenhulp
Familie van de hulpbehoevende oudere in woongemeenschappen schat de hulpvraag vaak te laag in, zegt Monique Stavenuiter, onderzoeker van het Verwey-Jonker Instituut. ‘Gevolg is dat men niet tijdig in actie komt om de hulpinstanties in te schakelen om aan de grotere hulpvraag van de bewoner te voldoen. Veel woongemeenschappen hebben geen zorgbeleid, waarin duidelijk staat omschreven wat onder “burenhulp” wordt verstaan. Het is zaak om dat in het profiel van de woongemeenschap goed te omschrijven.’

Profiel
Dat is ook een van de aanbevelingen in het onderzoek. In het profiel kan de woongemeenschap de uitgangspunten van het samen wonen vastleggen, zodat – toekomstige – bewoners weten waar ze aan beginnen. Ook de burenhulp kan daarin nader worden omschreven, zodat duidelijk is welke verantwoordelijkheden medebewoners voor elkaar willen en kunnen nemen.

Terugfluiten
Uit het onderzoek blijkt dat de bewoners van woongemeenschappen heel goed weten waar de grenzen liggen tussen burenhulp en zwaardere vormen van mantelzorg. Stavenuiter: ‘Sterker nog: bewoners die hierin te ver gaan, worden 'teruggefloten' door medebewoners. Maar familie en zorginstanties gaan er vaak van uit dat bewoners de zwaardere mantelzorg ook wel verlenen. Door de inhoud van burenhulp duidelijk te omschrijven in het profiel van de woongemeenschap, is voor familie en zorginstanties duidelijk waar de burenhulp ophoudt.’

Zorgkwaliteit
Opmerkelijk is dat de woongemeenschap de vitaliteit van bewoners bevordert, zegt Wim Kromwijk, projectleider van de Federatie Gemeenschappelijk Wonen. ‘Er zijn weinig mensen die naar een voorziening voor zware zorgindicaties, zoals een verpleeghuis, verhuizen. Tegelijkertijd is het belangrijk je positie naar zorgaanbieders duidelijk te maken. Een woongemeenschap kan bijvoorbeeld ook kwaliteitseisen stellen bij de inkoop van zorg- en welzijnsdiensten. Als een thuiszorgorganisatie bijvoorbeeld niet voldoet aan de zorgkwaliteit, kan je bij de gemeente duidelijk maken dat je met een andere aanbieder in zee wilt gaan.’

Risico
Het is belangrijk dat het opzetten van gemeenschappelijke woonvoorzieningen voor ouderen beter gefaciliteerd wordt, zegt Kromwijk. ‘De procedures duren vaak enkele jaren. Gemeenten, woningcorporaties en projectontwikkelaars zijn terughoudend omdat zo’n project veelal onder sociale woningbouw valt, dat verdient minder dan duurdere koopwoningen. Bovendien is men ten onrechte beducht voor het risico dat oudere bewoners na vijf jaar niet meer kiezen voor deze woonvorm.’ Dat ontwikkelingsproces kan vereenvoudigd worden door basismodellen en draaiboeken te ontwikkelen, met alle eisen en voorwaarden, aldus Kromwijk.

Administrator

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden