Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Ria Wijnen, de nieuwe lector Gerontologie in Breda: ‘Tussen zorg en welzijn is bijna niets opgebouwd’

Het dominante beeld over ouderen - dat ze beperkingenhebben en vaak ziek zijn - klopt niet. Ria Wijnen-Sponselee, de nieuwe lector Gerontologie aan de Avans Hogeschool in Breda, zet zich af tegen de eenzijdige beelden rond de oude dag. De meeste ouderen leven tot hun 75e redelijk gezond en vitaal in hun eigen huis. Professionals moeten daar op inspelen. ‘Ik zie geen toekomst meer voor de verzorgingshuizen.’

Ria Wijnen-Sponselee zet zich al lang in voor de integratie van zorg en welzijn. Eerst als docent en later als directeur van Gamma, de faculteit van Avans voor de sociale en gezondheidszorgopleiding. Dat viel niet mee, zo ondervond ze aan den lijve. ‘Dat ideaal is heel moeilijk te verwezenlijken. Tussen zorg en welzijn bestaat een wereld van verschil: een verschillende taal, andere opvattingen over onderwijs, nadruk op andere thema’s. Inhoudelijk worden professionals diepgaand en goed opgeleid, maar de vaardigheid tot samenwerking ontbreekt. Dat zag je bij docenten ook en ik vond dat zorgelijk.’

Het samengaan van zorg en welzijn is niet zomaar een ideologie, maar een reële behoefte van mensen die zorgafhankelijk zijn, stelt Wijnen. ‘Professionals in zorg en welzijn hebben die competentie tot samenwerking niet. In de ouderenzorg zie je bijvoorbeeld nog altijd verkokering. Thuiszorg en verzorgingshuizen werken op sommige gebieden samen, maar je ziet ook op grote schaal dat huizen thuiszorg beginnen aan te bieden.’

Via het Platform Kwalificatiebeleid Zorg en Welzijn maakte Wijnen zich sterk voor de omvorming van specialistische beroepsopleidingen naar een brede opleiding social work. Die moet breed inzetbare professionals afleveren die flexibel kunnen inspelen op de behoeften van zelfstandige ouderen die in de wijk blijven wonen. ‘Op allerlei niveaus zitten we op een breuklijn. We gaan van een industriële maatschappij naar een informatiemaatschappij. Op instellingsniveau gaan we van sectorgewijze, verkokerde instellingen naar algemene instellingen met een breed zorgaanbod. Van de geborgenheid van het gezin als hoeksteen gaan we naar allerlei vormen van samenleven die steeds aan verandering onderhevig zijn. Daar moeten professionals mee dealen. Het liefst schud ik alle oude instellingen op, maar dat kan niet. Laat ze voorlopig maar bestaan, maar geef dan het woord aan de professionals, en niet meer de managers.’

Gerontologie houdt zich bezig met vraagstukken rond kwetsbare ouderen en probeert een passend zorgarrangement voor hen te ontwikkelen. Wijnen (56) kritiseert de mythes en eenzijdige negatieve beelden over ouderen als zwak, ziek en arm. Tegelijk constateert ze dat een kwart van de pensioengerechtigden onder of net op de armoedegrens leeft. Volgens een schatting van het Nederlands Instituut voor Zorg en Welzijn ervaart ongeveer een miljoen ouderen eenzaamheid als een probleem.

Wijnen protesteert ‘hevig’ tegen de mythe dat vergrijzing zou leiden tot een enorme verhoging van de gezondheidskosten. ‘Onderzoek toont aan dat de demografische ontwikkeling op korte termijn leidt tot meer ouderen, maar dat betekent niet dat we daardoor de gezondheidszorg niet meer kunnen betalen. Meer dan de helft van de extra kosten komt door kosten- en salarisstijgingen en niet door demografische ontwikkelingen. De babyboomgeneratie gaat binnenkort met pensioen. Over vijftien tot twintig jaar overlijden ze en dan zakt de vergrijzing als een kaartenhuis inelkaar, want de babyboomers hebben zelf maar twee kinderen. Mythes als vergrijzing worden gebruikt om de AOW af te schaffen en allerlei maatregelen te nemen in de gezondheidszorg.’

Dat ouderen zoveel ziek zouden zijn, is ook al zo’n mythe. ‘Iedereen die sterft, is kort ervoor ziek. Steeds wordt er gezegd dat ouderen zoveel kosten. Nee, mensen worden ziek en dan hebben ze gezondheidszorg nodig. Ouderen worden wel ouder, maar blijven ook veel langer gezond. Het beeld van de zieke oudere heeft zijn functie gehad om ouderen meer gespecialiseerde zorg aan te bieden. Nu wordt het tegen ouderen gebruikt, en die gaan zich ernaar gedragen. Ze zeggen: "ik ben niet oud, want ik ben niet ziek". Zo bevestigen ze dat beeld onbewust. Mensen denken bijvoorbeeld dat ze als ze ouder worden niet meer goed kunnen lopen, eerder vallen en een heup breken. Dan gaan ze een rollator gebruiken, terwijl ze die helemaal nog niet nodig hebben. Die rollators zijn ook weer beeldbevestigend.’

Ouderenbonden dragen bij aan dit stereotype beeld, zegt u. Wat moeten zij dan doen?

‘Ouderen zijn even divers als mensen van middelbare leeftijd. Ouderenbonden moeten die diversiteit benadrukken. Je hebt actieve ouderen, passieve ouderen, senioren die vrijwilligerswerk doen en anderen die rustig aan doen. De leefstijlen van mensen tussen de 35 en 54 en de groep tussen 55 en 74 verschillen niet zoveel. De grootste groep heeft in beide levensfasen een actieve leefstijl, die zijn helemaal niet ziek. We moeten af van het idee dat iedereen die ouder wordt in een verpleeghuis komt.’

Is de aanleunwoning dan een goede tussenoplossing?

‘Dat vind ik wel grappig. Vanaf de jaren zestig wilden mensen naar een verzorgingshuis. Met het idee: als ik ziek word, ben ik al binnen. In de aanleunwoning die opkwam in de jaren tachtig kunnen ouderen zichzelf bedruipen, en als er iets gebeurt is er verzorging in de buurt. Maar ouderen willen daar ook niet meer naar toe, zo blijkt uit onderzoek. Ze willen niet allemaal bij elkaar wonen, ze willen jonge mensen om zich heen hebben. Wees daarom voorzichtig met woonzorgcomplexen. Als mensen daar niet naar toe willen, moet je alleen bouwen voor mensen die zorgafhankelijk zijn.’

‘Hier in Breda geldt het beleid "Geïntegreerd wonen voor iedereen". De stad is verdeeld in wijken van tienduizend inwoners. Jong, oud, gehandicapt en chronisch ziek, iedereen moet er kunnen blijven wonen. Midden in de wijk komt een zorgkruispunt of gezondheidscentrum voor iedereen. Een goed idee.’

Is het niet tegenstrijdig dat weinig mensen zich willen inzetten voor sociale cohesie in de buurt, terwijl ze wel hun oudere buurman willen helpen?

‘Nee, dat idee over sociale cohesie komt uit de jaren vijftig, dat is achterhaald. Vanuit sociale controle gingen mensen elkaar helpen. Die sociale cohesie, afgedwongen door de buurt of de kerk, is verdwenen. Mensen leven nu geïndividualiseerd, maar dat betekent niet dat ze niets meer voor hun buurman overhebben. Dat sociale kapitaal moeten ouderen leren opbouwen en daarbij kunnen professionals helpen. Die kunnen de oudere vragen: wat zou u willen hebben? Vervolgens bekijk je wat die oudere al krijgt: via mantelzorg, burenhulp, vrijwilligerswerk. Daarop sluit de professionele zorg aan. De professional leert de oudere een netwerk te onderhouden.’

U zegt: ‘Tussen zorg en welzijn is praktisch helemaal niets opgebouwd, niet door managers en niet door professionals. Het denken in ketenzorg en netwerkmodellen is nauwelijks gerealiseerd.’ Een vernietigend oordeel.

‘Als je integrale zorg wilt leveren, moet je samenwerken. Professionals hebben dat niet geleerd. Het wordt nog eens versterkt door verkokerde instituten. Managers zullen wel gaan samenwerken, maar dan zit er vaak een zorgmarktidee achter en geen inhoudelijke professionaliteit. Ik roep de managers op: geef die professional een kans in nieuwe zorgarrangementen.’

‘We weten allemaal dat het zo moet, maar het wordt tegengehouden door instellingsstructuren en financieringsstromen. Managers denken altijd aan uitbreiding van de eigen instelling. Niet aan wat ze kunnen vernieuwen, maar aan uitbreiding, zoals verpleeghuizen die extramurale zorg gaan bieden. Vernieuwend is het pas als die verpleeghuizen gaan samenwerken met de huisartsen. Als een verpleeghuis met de thuiszorg gaat concurreren, vindt de overheid dat tegenwoordig goed. Vreemd, want een zorgmarkt is geen industrie.’

‘Verpleeghuizen heb je altijd nodig, maar verzorgingshuizen moeten we op den duur sluiten. Ze hebben geen toekomst meer, ouderen willen er niet meer naar toe. Uit het laatste onderzoek van de gezamenlijke ouderenbonden blijkt dat ouderen niet als groep willen worden benaderd.’

Hoe ziet u de crisis in de verpleeghuizen?

‘In de media zie je voorbeelden van tehuizen met extreme situaties, maar dat doet tekort aan al die tehuizen waar het wel goed gaat. Er is weinig onderzoek naar gedaan, maar ik heb het gevoel dat hier in West- Brabant veel betere zorg geleverd wordt dan de media berichten. Waar de extreme zaken voorkomen, is het vaak een organisatieprobleem. Geen geldkwestie. Als we de verzorgingshuizen opdoeken, hebben we straks ook meer geld om de verpleeghuizen te moderniseren.’

Martin Zuithof

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden