Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Slachtofferhulp: ‘Sta op en wandel’

Het begon met burgerinitiatieven om slachtoffers van misdrijven te helpen. In een kwart eeuw ontstond vervolgens Slachtofferhulp Nederland. Het aanbod: juridische, praktische en emotionele ondersteuning. Jaap Smit: ‘We gaan uit van de veerkracht van slachtoffers.’
Slachtofferhulp: ‘Sta op en wandel’

Eind jaren ’70, ’80 ontstonden er initiatieven van burgers, bij Humanitas, vanuit de politie en de vrouwenbeweging om slachtoffers van misdrijven te helpen: goedbedoelende mensen die zich hun lot aantrokken en zich om hen bekommerden. Jaap Smit, directeur Slachtofferhulp Nederland: ‘Het is wel omschreven als georganiseerde burenhulp, de traditionele arm om de schouder. Dat beeld is nu achterhaald. We leveren semiprofessionele dienstverlening, werken met kwaliteitsstandaarden en zijn een gerespecteerde organisatie. Slachtofferhulp Nederland levert met 1500 vrijwilligers en 300 betaalde krachten een belangrijke bijdrage aan de opvang van slachtoffers van criminaliteit, verkeersongevallen en calamiteiten.’

Zijn de hulpvragers veranderd?
‘Er heeft een soort emancipatie van het slachtoffer plaatsgevonden. In de beginjaren was een slachtoffer blij met kruimels van genadebrood, dat er iemand naar hem omkeek. Nu, anno 2009, ligt de Wet Versterking van de positie van het slachtoffer in het Wetboek van Strafvordering in de Eerste Kamer. Voor het eerst wordt het slachtoffer als partij met eigen rechten genoemd, en dus niet als iemand die afhankelijk is van gunsten. De context waarin Slachtofferhulp Nederland werkt, verandert zodoende mee. Mede door onze eigen inzet, want wij hebben ook gepleit voor meer rechten voor het slachtoffer. Ik kijk er dus niet van op dat de eisen aan onze hulpverlening zijn toegenomen.’

En dat geldt voor zowel de juridische als de emotionele ondersteuning.
‘Het beeld dat ons achtervolgt, is dat vrijwilligers van Slachtofferhulp Nederland na een schokkende gebeurtenis een arm om je heen slaan en een kopje thee voor je zetten. Maar we bieden veel meer: een integraal aanbod van praktische, juridische en emotionele ondersteuning. Dus we helpen ook bij het invullen van formulieren voor schadevergoeding en het voorbereiden van het gebruik van het spreekrecht in de rechtszaal.
Een andere ontwikkeling is dat we steeds duidelijker een nulde- of eerstelijnsvoorziening zijn geworden: het eerste opvangstation. En als er gespecialiseerde of langdurige hulp nodig is, verwijzen we door. Bijvoorbeeld naar maatschappelijk werkers. Omgekeerd verwijzen zij ook mensen door naar ons. Maar heel veel mensen hebben voldoende aan eerste hulp.’

Er zijn vast ook zaken die u nog wilt verbeteren.
‘Ja, we willen Slachtofferhulp Nederland makkelijker bereikbaar maken voor allochtone slachtoffers. Uit onderzoek blijkt dat zij vaak te weinig over ons weten. Daarnaast hebben we voor jongeren ikzitindeshit.nl ontwikkeld. Bij die website is het al mogelijk om te e-mailen, maar er komt ook nog een chatfunctie.’

Kloppen mensen nu makkelijker bij Slachtofferhulp Nederland aan dan 25 jaar geleden?
‘Er hangt nog steeds een bepaald aura om ons heen. Dat heeft ook met het woord “slachtoffer” te maken. Als mensen door de politie slachtofferhulp krijgen aangeboden, denken velen “ik kom er wel overheen, ik heb nergens last van”. Dat heeft niet zozeer met stoer doen te maken, denk ik. Maar dan komen ze er na een paar weken achter dat het gebeurde toch veel impact heeft. Onder hulpvragers is de verhouding man-vrouw overigens fiftyfifty.’

Zijn de doelen van Slachtofferhulp Nederland nog veranderd?
‘Vroeger was het vaak: “u bent zielig, ik zal u helpen”. We vestigen nu veel meer de aandacht op de veerkracht en de zelfredzaamheid van slachtoffers. Dat is een heel ander uitgangspunt. Als theoloog haal ik graag het Bijbelse verhaal aan van de lamme die langs de kant van de weg zat en om aalmoezen vroeg. Hij had zo steevast zijn natje en zijn droogje. Maar op een dag kwam er een man langs. Die keek hem in de ogen keek en zei “sta op en wandel”. Daarmee zei hij: zet jezelf niet gevangen in je handicap, blijf niet aan de rand van de samenleving staan, doe mee. Als ik wil verwoorden waar het werk van Slachtofferhulp Nederland op gericht is, dan is het dat.’

Dat sluit aan op wat de overheid wil: burgers die elkaar helpen, zodat iedereen kan meedoen.
‘It’s in the air. Mensen zijn ermee geholpen de kracht in zichzelf te ontdekken. Dat is de kern en daarvoor bieden we allerhande hulp. En het mooie van ons werk is dat het laagdrempelig en outreachend is: het initiatief ligt bij de hulpbieder. Als we gegevens van de politie krijgen, nemen we contact op: “Zeg, ik heb gehoord dat je slachtoffer bent van een misdrijf, hoe gaat het met je? Kunnen we je van dienst zijn?”. Ik vind dat heel mooi. Het slachtoffer kan zelf kiezen wat hij ermee doet.’

Wie zijn eigenlijk de vrijwilligers van Slachtofferhulp Nederland?
‘Over het algemeen hoger opgeleiden, met veel levens-ervaring, een loopbaan achter de rug of in de laatste fase ervan. De gemiddelde leeftijd is 55 jaar, de man-vrouwverhouding 30/70. Het zijn mensen die iets terug willen doen voor de maatschappij.’

In 2008 introduceerde uw organisatie drie profielen voor vrijwilligers; voor Aanmelding, Algemene Dienstverlening en Juridische Dienstverlening.
‘Vroeger hadden we de one size fits all-vrijwilliger. Omdat er steeds meer eisen aan ons werk worden gesteld, zijn we in 2008 gaan differentiëren. Bovendien hebben de vrijwilligers ook uiteenlopende achtergronden. Sommigen komen uit de juridische hoek, anderen uit het onderwijs, de gezondheidszorg, van de politie of de zakenwereld. Alle nieuwe vrijwilligers worden gescreend: sta je stevig in je schoenen, kun je voldoende afstand bewaren? Bij bevonden geschiktheid krijgen ze een achtdaagse basisopleiding met juridische onderdelen, de sociale kaart, psychologie en organisatie-uitleg. Daarna kunnen ze voor een profiel kiezen en zich specialiseren. Bijvoorbeeld in hulp aan slachtoffers van zedenmisdrijven of het begeleiden van lotgenotengroepen.’

Hoe is de opleiding geregeld?
‘We hebben net de Slachtofferhulp Academie opgericht. Ik wil nagaan of we voor de opleidingen accreditatie kunnen krijgen. Maar de kunst is wel dat je het net zo organiseert, dat het voor vrijwilligers nog aantrekkelijk blijft. Ik voel me vaak een koorddanser.’

Wat maakt de lijn zo dun?
‘Enerzijds moeten we voldoen aan hoge eisen en de kwaliteit van onze dienstverlening op een hoger peil krijgen. Dat willen we zelf, maar ook de slachtoffers en onze subsidiegever, het ministerie van Justitie, verlangen dat. Anderzijds wordt het werk hoofdzakelijk gedaan door vrijwilligers. Zij vertegenwoordigen de civil society. Ik vind dat we zuinig op hen moeten zijn. Onze vrijwilligers zijn werkelijk onbetaalbaar. Bovendien is het een mythe dat betaalde krachten per definitie beter zouden zijn. Maar we moeten wel goed nadenken waar het domein van de vrijwilliger ophoudt en dat van de betaalde kracht begint. Dat is een groot vraagstuk.’

Voor juridische hulp zet u al meer betaalde krachten in.
‘Het gaat om heel specifieke materie. Bovendien loop ik een bedrijfsrisico als daarin fouten worden gemaakt.’

En voor de hulp aan sommige slachtoffers casemanagers.
‘Toen ik hier net werkte, heb ik een aantal nabestaanden van slachtoffers van moord en doodslag gesproken. Toen ik vroeg wat ze aan Slachtofferhulp Nederland hadden gehad, kreeg ik mooie, maar ook dramatische verhalen te horen. Ik zeg niet dat een vrijwilliger het niet kan, maar ik vond wel dat we de hulp aan deze doelgroep anders moesten organiseren. We zijn toen uitgekomen op werken met casemanagers: betaalde professionals, zoals maatschappelijk werkers, die er als een spin in het web voor zorgen dat slachtoffers de hulp krijgen die ze nodig hebben. We werken er sinds twee jaar mee. Onze achttien casemanagers zijn bijna altijd druk. Je moet je voorstellen dat ze worden ingezet na een moord of doodslag, bij een familiemoord, maar ook na gebeurtenissen zoals op Koninginnedag in Apeldoorn.’

En dan is er nog de samenwerking met De Basis.
‘De Basis is gespecialiseerd in hulp aan mensen met ingrijpende ervaringen. Samen hebben we lotgenotenweekenden opgezet voor ouders van vermoorde kinderen. Zij worden uitgenodigd om te praten over wie ze waren, zijn en willen zijn. Maar er is ook ontspanning. De ouders zeggen veel aan die weekenden te hebben. We gaan er dus zeker mee door.’

U bent ook voorzitter van Victim Support Europe, een koepel van organisaties voor slachtofferhulp. Hoe doet Nederland het vergeleken met andere landen?
‘Ik vind het altijd fijn om na een reis hier terug te keren en te zien hoe we de hulp aan slachtoffers hebben geregeld. Nederland is op dat gebied samen met Engeland en Schotland toonaangevend.’

Dit artikel staat in in Zorg + Welzijn Magazine nummer 9, september 2009.

Hedwig Neggers/fotografie Ton Kastermans

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden