Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Methode van Feuerstein maakt cliënt mondiger: Mediator leert gehandicapten leren

Met ‘ontwikkelingsgerichte begeleiding’, proberen de zogenoemde mediators een bijdrage te leveren aan de autonomie van verstandelijk gehandicapten. Want iedereen heeft de mogelijkheid zich te ontwikkelen. Het Sinaï Centrum in Amersfoort heeft deze methode van Feuerstein omarmd.

Henk heeft moeite met aankleden. Zijn kast puilt uit. Het is een rommeltje. Zoveel keuze. Onderbroeken, sokken, broek, schoenen en een shirtje, het zijn zoveel dingen bij elkaar. Wat moet hij eerst uit de kast halen en wat is een logische volgorde om je aan te kleden? Het overzicht is hij na het tweede kledingstuk kwijt. Zijn schoenen heeft hij al aan, nu zijn sokken nog. Makkelijk voor een begeleider om tegen Henk te zeggen dat zij hem wel zal aankleden. Binnen drie minuten is ze klaar.

‘In de gehandicaptenzorg gaat het nog steeds vooral om het resultaat,’ merkt Piet van Dijk op. Hij is als psycholoog werkzaam in het Sinaï Centrum, een instelling voor verstandelijk gehandicapten, en hij is medeauteur van de methodiek voor begeleiders van mensen met een verstandelijke beperking “Ontwikkelingsgericht begeleiden in alledaagse situaties”. Als Henk maar aangekleed is, dan is het wel goed. En natuurlijk is het wel fijn als Henk goed aangekleed is, maar belangrijker is de ontwikkeling van de verstandelijk gehandicapte. Hoe moet hij dit nu aanpakken, zo’n aankleedpartij? Hoe organiseer je dat, waarom is het handiger om eerst je broek aan te trekken en daarna pas de schoenen. En hoe gebruikt hij daarbij zijn manier van denken. Van Dijk: ‘We moeten niet meer uitgaan van de beperkingen van deze mensen, maar van de leermogelijkheden.’ En dat is nu precies wat er in het Sinaï Centrum gebeurt. Sinds ongeveer drie jaar werken de begeleiders volgens de principes van Feuerstein. Als een van de weinige gehandicapteninstellingen in Nederland. De rol van de begeleider is daarbij van ontstellend groot belang.

‘Ik wil je nu leren hoe je je kleren aan moet trekken, wil jij dat ook?,’ zegt de begeleider tegen Henk. Hij vertelt er meteen bij dat het niet de bedoeling is om het van Henk over te nemen. Henk moet het doen. ‘Maar dat lukt me nooit,’ denkt Henk bij zichzelf. De begeleider stelt hem op zijn gemak. Samen bespreken ze hoe ze het aankleden systematisch aan gaan pakken. Henk snapt het, ze gaan ervoor. ‘Wat is de zin ervan? Is het waardevol wat we doen?’ vraagt de begeleider aan Henk. Vervolgens bespreken ze samen het nut van het zelf kunnen aankleden. Henk is er al snel uit. Dan hoeft hij nooit meer hulp te vragen bij het aankleden en kan hij het in de toekomst ’s ochtends zelf regelen. ‘Als Henk zichzelf kan aankleden, systematisch en volgens een plan, kan ik hem dan ook andere dingen leren?’ vraagt de mediator zich vervolgens af. ‘Kan hij het geleerde ook vertalen naar andere situaties?’ Als Henk zijn kleding netjes kan ordenen, kan hij dat dan ook met zijn handdoeken, of in zijn boekenkast?” ‘Het vergt veel van de begeleider,’ erkent Van Dijk, ‘De intentionaliteit, de zingeving, en vooral het vertalen naar andere situaties is razend moeilijk. Het zijn de drie kenmerken waar een begeleider aan moet voldoen. Hij moet die kenmerken inzetten, dat kun je van de cliënt niet verwachten.’

Iedereen die in de gehandicaptenzorg werkt heeft een diploma en is in staat een goede mediator te worden, volgens Van Dijk. Alleen, de een heeft meer gevoel voor ontwikkelingsgericht begeleiden dan de ander, zegt Van Dijk. ‘Belangrijk is dat begeleider eerst naar zichzelf kijkt. Wat doe ik nu eigenlijk zelf, wat neem ik waar en hoe begeleid ik de gehandicapten? Vaak worden gehandicapten op fouten gewezen. Ga eens bij jezelf te rade. Heb ík niet de verkeerde vraag gesteld? Daar moeten begeleiders bij stilstaan. Ze zullen zelf ook iets van hun eigen denkproces moeten weergeven. Cliënt en mediator moeten samen plezier hebben in het oplossen van een probleem.’

Zorgsyndroom

Die omslag kost tijd. Onder begeleiders heerst volgens Van Dijk nog het zorgsyndroom. Men gaat er te vaak van uit dat de cliënt hulpeloos is en geholpen moet worden. Zo heeft de begeleider het immers altijd gedaan. Daarnaast is er niet genoeg tijd om volgens de methodiek te werk te gaan. Bovendien staat de begeleider er niet altijd bij stil of het zin heeft wat de cliënt doet. Er zit weinig idee achter. ‘Geef hem maar weer een kleurplaat, de honderdendertigste van deze week,’ reageert Van Dijk. Resultaatgericht werken geniet de voorkeur. Met andere woorden; als Henk zijn kleren maar aan heeft, is het goed. ‘Wij zeggen, laat dat zorgen nu eens los. De ontwikkeling van de cliënt staat stil. Investeren volgens de methode van Feuerstein heeft op langere termijn effect.”

Op zichzelf is theorie van Feuerstein niet zo opzienbarend. Kijken naar de ontwikkeling van gehandicapten en het stimuleren daarvan, lijkt een vanzelfsprekende kwestie. Op scholen werken veel leerkrachten al ontwikkelingsgericht en dus eigenlijk volgens de principes van de Joodse professor. Echter, de methodiek zoals die door Piet van Dijk en Emiel van Doorn is beschreven, levert een belangrijke bijdrage aan de eenduidigheid van de methode. ‘Door er woorden aan te geven, kunnen mensen er bewuster bij stilstaan,’ vindt Van Dijk. ‘Daarnaast is de methode nu veel gemakkelijker over te dragen aan andere collega’s.’

Resultaat is nog moeilijk te meten, volgens Van Dijk, terwijl het Sinaï Centrum al drie jaar volgens de methode werkt. In ieder geval vinden de begeleiders de werkwijze erg pittig. Wel zijn ze erg enthousiast. Er is veel training en scholing nodig wil de methode niet langzaam verwateren. Volgens Piet van Dijk sijpelt de optimistische visie langzaam maar zeker de organisatie binnen. Het is een zoektocht om de cliënt in het middelpunt te krijgen. De psycholoog ziet daarbij ook veranderingen in het denkproces van de cliënt zelf. Voorheen was hij altijd afhankelijk, maar langzaamaan worden de gehandicapten in het Sinaï Centrum mondiger. Ze krijgen meer het gevoel dat ze het goed doen, dat ze het middelpunt zijn. ‘Een cliënt had recent zijn eigen plan gemaakt. Hij was de gespreksleider. Wij luisterden en door aan te sluiten bij zijn manier van denken, kreeg hij het gevoel bekwaam te zijn. Hij was aan het ‘Feuersteinen’, want dat was goed voor zijn denken.’

Feuerstein

De methode van Feuerstein gaat over de manier van denken van mensen. Reuven Feuerstein (1921- ) is een joodse professor. Hij vat zijn theorie als volgt samen: “De mens heeft de unieke mogelijkheid zijn cognitieve functioneren te veranderen, om zich aan te passen aan veranderde leefsituaties.” De methode werkt dus ontwikkelingsgericht. Essentieel is de rol van de begeleider, die de ontwikkelingskansen van mensen (Feuerstein denkt hierbij vooral aan kinderen) voor een belangrijk deel bepaalt. Feuerstein noemt die begeleider een mediator. Meestal is dat een ouder, opvoeder of onderwijzer. Om die mediërende leerervaring bij kinderen tot stand te brengen, zal bij de mediators een drietal kenmerken aanwezig moeten zijn. Ten eerste is dat de intentionaliteit en de wederkerigheid. De mediator moet de intentie van zijn handelen aan het kind duidelijk maken. Hij laat zien wat hij gaat doen, welk denkgedrag hij wil ontwikkelen en waarop hij de aandacht wil vestigen. Wanneer het kind de intenties snapt en wil beantwoorden, spreekt Feuerstein van wederkerigheid. Het tweede kenmerk is de transcendentie. De mediator probeert het kind duidelijk te maken dat de oplossing van het ene probleem ook toepasbaar is in andere situaties. De mediator gaat samen met het kind op zoek naar verbanden en relaties. Laatste kenmerk is de zingeving. De ervaring is pas een mediërende leerervaring wanneer er door het kind betekenis aan wordt verleend. Het Sinai Centrum heeft de methode van Feuerstein als leidraad. Gezien de joodse identiteit van het Sinai Centrum is zijn gedachtegoed een belangrijke inspiratiebron. Echter, er is een vertaalslag gemaakt naar hoe de methode ook zinvol kan zijn bij alle kinderen en volwassenen met een verstandelijke beperking.

Matthijs Timmers

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden