Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Hulpverlener heeft direct te maken met zelfbeschadiging

Hulpverleners falen in de zorg voor ggz-cliënten die zich snijden of aan andere vormen van zelfbeschadiging doen. Dat blijkt uit promotieonderzoek van Nienke Kool. ‘Je kunt spreken van een negatieve houding van hulpverleners.’
Hulpverlener heeft direct te maken met zelfbeschadiging
Foto: ANP XTRA

'Patiënten voelen zich vaak afgewezen en gekleineerd door de negatieve houding van hulpverleners', schrijft Nienke Kool in haar promotieonderzoek over verbetering van zorg voor mensen die zichzelf beschadigen. Ook de hulpverleners zelf zijn niet tevreden over de omgang met deze cliënten. Omdat ze het falen in de zorg als persoonlijk falen zien en zij zich teleurgesteld en machteloos voelen tegenover de cliënt. Zelfbeschadiging komt naar schatting bij een op de drie ggz-patiënten voor.

Jongeren

Volgens Kool is het ook belangrijk dat hulpverleners in de eerstelijn de juiste opstelling hebben, omdat dit vaak de eerste professionals zijn met wie deze groep cliënten in aanraking komt. Zelfbeschadiging is het doelbewust toebrengen van schade aan het lichaam zonder dodelijk resultaat. Het is een teken van verstoorde, intense emoties als gevolg van problemen in iemands leven. Het komt zowel onder jongeren als ouderen voor, zowel bij mensen met een verstandelijke beperking of met een psychiatrische aandoening.

Onderzoek

Kool promoveerde op 12 januari aan de Vrije Universiteit in Amsterdam op dit onderwerp. Ze is behalve onderzoeker ook ggz-verpleegkundige bij Palier, instelling voor specialistische zorg voor moeilijk behandelbare ggz-patiënten. Kool betoogt op grond van haar onderzoek dat de relatie tussen patiënt en hulpverlener juist van groot belang is om met zelfbeschadiging te kunnen omgaan. Maar de onderzoeker vindt weinig tot geen begrip bij de hulpverlener voor de cliënt die zichzelf beschadigd. Het verstoorde vertrouwen werkt averechts: het leidt tot gebrek aan goede zorg: 'Patiënten hebben de neiging om de hulpverlening te mijden.'

Hulpverlener

'Zelfbeschadiging roept vragen op over de beperkte invloed van een hulpverlener. Deze kan het gedrag en de emoties van de cliënt niet beïnvloeden, ondanks alle kennis, expertise en goede wil,' schrijft Kool in haar dissertatie. Hulpverleners wijten dan het gedrag van de patiënt aan 'eigen verantwoordelijkheid'. 'Maar door de gecreëerde afstand is het voor de hulpverlener niet meer mogelijk om de mens te zien achter het beschadigende gedrag, met zijn of haar eigen verhaal en de roep om hulp. Deze houding van de hulpverlener biedt geen mogelijkheid om welke hulp dan ook te bieden', aldus Kool in haar proefschrift.

Training

Uit het onderzoek blijkt ook dat specifieke training aan professionals over zelfbeschadigend gedrag ertoe leidt dat de houding van professionals positief wordt en dat het mogelijk wordt om hulp te bieden. Bij de training is de inzet van ervaringsdeskundigen onmisbaar; zij doen hun verhaal over het belang van de houding van de professional en de vertrouwensrelatie met de cliënt. Kool pleit verder voor een 'multidisciplinaire richtlijn' – wat is goede zorg voor mensen die zelfbeschadigend gedrag vertonen? En om in de opleidingen voor verpleegkundigen, zorg en maatschappelijke ondersteuning leerstof op te nemen over zelfbeschadiging.

Lees hier de samenvatting van het proefschrift over over betering van de zorg aan mensen die zichzelf beschadigen

Carolien Stam

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden