Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Cliënten in separeer maanden niet in buitenlucht

Vier van de vijf psychiatrisch patiënten die in een separeercel verblijven komen zelden tot nooit in de buitenlucht. Terwijl negen van de tien cliënten aangeven dit wel te willen. De huidige bouwkundige voorzieningen en het tekort aan personeel staan het regelmatig luchten van patiënten in de weg. Luchten als zodanig is nauwelijks een issue voor beleidsmakers.

Dat stelt de stichting Patiëntenvertrouwenspersonen (PVP) in de GGZ. De stichting heeft een onderzoek gedaan in hoeverre gesepareerde cliënten, die door een vertrouwenspersoon werden bezocht, worden gelucht. ‘Meestal zijn we als vertrouwenspersonen nogal terughoudend in het aan de grote klok hangen van misstanden, dat is niet onze rol’, zegt Femke Welles van de Stichting PVP. ‘We willen de band met patiënten niet schaden. Maar dit vonden we zo’n belangrijk item dat we er toch graag aandacht voor vragen.’

Hulpverleners dragen verschillende argumenten aan voor het niet luchten van gesepareerde patiënten. Er is geen binnentuin, voorziening of luchtplaats, er is onvoldoende personeel, het past niet binnen het separatieprogramma, er bestaat vluchtgevaar, er is tijdgebrek, of hulpverleners durven het niet aan.
Welles: ‘Mensen worden soms voor enkele uren of een dag gesepareerd, maar er zijn er ook die enkele maanden in een separeercel verblijven, zonder te worden gelucht. De enige momenten dat de patiënt buitenlucht krijgt is dan tijdens de driemaandelijkse overplaatsing. Maar niet enkel gesepareerde cliënten zijn de dupe er zijn ook veel patiënten op een gesloten afdelingen die zelden in de buitenlucht komen.’
Volgens de stichting PVP staat de situatie in de psychiatrie in schril contrast met die in het gevangeniswezen. Daar is het recht op één maal luchten per dag wettelijk geregeld. Voor gesepareerde cliënten in de GGZ is niets nadrukkelijk geregeld. Al kan luchten wel worden begrepen onder ‘verantwoorde zorg’ zoals omschreven in artikel 2 van de Kwaliteitswet, schrijft de stichting PVP.

De stichting wenst dat het recht op luchten expliciet wordt verankerd in de interne rechtspositieregeling van de wet Bijzondere opneming psychiatrische ziekenhuizen (Bopz). ‘Een nieuwe regelgeving biedt geen soelaas als de voorzieningen zelf niet worden aangepast’, zegt Jeu Verlinden, teamleider van de opnameafdeling bij Emergis, centrum voor GGZ in Zeeland. ‘Onze opnameafdeling is van begin jaren negentig, dus redelijk modern. We hebben een omsloten tuin van zes bij acht meter, waar cliënten van de gesloten afdeling terecht kunnen. Maar op onze vervolgafdeling moeten gevaarlijke cliënten bij gebrek aan gesloten tuintjes langer wachten tot ze eens naar buiten kunnen.’
De veiligheid van medewerkers en andere patiënten staat bij Emergis voorop. ‘Mensen worden niet voor niets gesepareerd’, zegt Verlinden. ‘Ons criterium om mensen buiten de separeercel te brengen is de vraag of er met een patiënt afspraken te maken zijn. Iemand die bijvoorbeeld zwaar suïcidaal is, is daartoe niet in staat.’
Goof van Gemert, manager van de afdeling zorgbeleid bij GGZ Nederland, meent dat er binnen GGZ-instellingen wel degelijk aandacht is voor luchten, maar ‘het kan beter’. Van Gemert noemt het zinvol dat de stichting PVP de situatie in de psychiatrie en het gevangeniswezen naast elkaar zet. ‘Zo wordt het onderwerp duidelijk op de kaart gezet. Maar voor de psychiatrie is de situatie vaak wat complexer. Daar krijgt men niet alleen te maken met vluchtgedrag. Maar ook met patiënten die zichzelf wat willen aandoen. Dan is het minder eenvoudig een dagelijks recht op buitenlucht uit te voeren.’ Van Gemert meent dat een protocol voor luchten meer zal uithalen dan een aanpassing van de Wet Bopz./Jeannine Westenberg

Administrator

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden