Beleidsmedewerker College voor Zorgverzekeringen Van der Steur: ‘Uitvoerders PGB weten niet waar de verantwoordelijkheden liggen’

Het rommelt rond het Persoonsgebonden Budget. Half januari wees een onderzoek van de Commissie Toezicht Uitvoeringsorganisatie op een onvoorstelbare ongerijmdheid: terwijl er duizenden cliënten op de wachtlijst staan voor een Persoonsgebonden Budget, worden tientallen miljoenen guldens PGB-geld niet gebruikt. Staatssecretaris Vliegenthart heeft voor maart aan de Kamer verbeteringen van de regeling toegezegd. Maar ook zij zal eerst het raadsel moeten oplossen. 'Ik geloof niet dat de zorgkantoren onwillig zijn, dat zou te gek zijn voor woorden', stelt beleidsmedewerker Jacques van der Steur van het College voor Zorgverzekeringen.

De Commissie Toezicht Uitvoeringsorganisatie

onderzocht onlangs de uitvoering van de subsidieregeling PGB door 16 van de 31

zorgkantoren in 1998. De cijfers kunnen dus wat verouderd zijn, de conclusies

staan nog recht overeind. Er zijn13.000 cliënten met een PGB. Van hen krijgen er

9400 een budget voor verpleging en verzorging, in totaal bijna 230 miljoen

gulden. Daarnaast ontvangen nog 3600 verstandelijk gehandicapten gezamenlijk 125

miljoen aan PGB-gelden. In 1998 werd door de helft van de zorgkantoren dertig

miljoen gulden PGB-subsidie niet beschikbaar gesteld aan cliënten. Het is dus

mogelijk dat de onderbesteding landelijk 60 miljoen bedraagt: dat is bijna

twintig procent. Die onderbesteding wordt voor bijna eenderde – 11 miljoen –

veroorzaakt doordat zorgkantoren minder uitgeven dan ze mogen doen. De

resterende 19 miljoen betreft PGB-geld dat wel is toegekend aan cliënten, maar

door hen niet wordt opgenomen.

Verantwoordelijk voor de uitvoering van de subsidieregeling PGB is het

College voor Zorgverzekeringen (CVZ). ‘In algemene zin dan,’ nuanceert senior

beleidsmedewerker Jacques van der Steur van het College, ‘voor de praktische

uitvoering zijn de 31 zorgkantoren in het land verantwoordelijk en voor de

administratieve uitvoering de Sociale Verzekeringsbank.’Zelfs een expert als

Van der Steur moet toegeven dat hij de combinatie van wachtlijsten en

onderbesteding niet begrijpt. ‘Dat is een rare paradox. Misschien hebben niet

alle zorgkantoren wachtlijsten, maar de meeste zorgkantoren geven toch minder

PGB-geld uit dan ze mogen.’Hij zoekt naar een verklaring. ‘Een cliënt kan

vrij veel tijd nodig hebben om een hulpverlener te zoeken, waardoor hij aan het

eind van het jaar maar een deel van zijn PGB heeft kunnen uitgeven. En misschien

vindt een cliënt de PGB-regeling wel ingewikkeld of wil hij bij nader inzien

geen contracten opstellen. Of wellicht gaan cliënten zo economisch met het geld

om, dat er wat overblijft. Of misschien wordt men wel wat te ruim bemeten bij de

indicatie. In de praktijk zal het gaan om een mengeling van oorzaken.’

Naar de redenen voor de forse onderbesteding door zorgkantoren hoeft Van

der Steur minder te gissen. ‘Elk jaar wordt het subsidiebesluit PGB opnieuw

vastgesteld door het College voor Zorgverzekeringen, op basis van het

Jaaroverzicht Zorg. Maar het College kan de subsidies pas vaststellen als de

Kamer erover heeft gestemd. Dat gebeurt meestal eind november.Als een

zorgkantoor in oktober aan een cliënt een budget toekent voor een jaar, dan weet

het zeker dat er tot het eind van dat jaar geld is. Maar diezelfde cliënt komt

volgend jaar terug. Dus moet het zorgkantoor eigenlijk voor nog eens twaalf

maanden geld hebben. Omdat nooit van tevoren zeker is of de PGB-regeling

inderdaad doorgaat, zouden de zorgkantoren een veiligheidsmarge kunnen aanhouden

en kennen ze daarom wellicht niet alle beschikbare gelden toe. Dat houden ze

vol, ondanks de toezegging van de staatssecretaris dat ze per jaar 110 procent

van het nominale bedrag voor PGB mogen uitzetten. Een zorgkantoor kijkt

blijkbaar alleen naar formele procedures. Politieke toezeggingen en

Meerjarenafspraken wegen kennelijk minder zwaar, omdat de PGB-subsidieregeling

ieder jaar opnieuw moet worden vastgesteld.’

Het College voor Zorgverzekeringen is verantwoordelijk voor de

uitvoering van de PGB-regeling. Waarom heeft u de problemen uit 1998 niet eerder

aangepakt?
‘Wij moeten zorgen dat er zo min mogelijk

bureaucratie is, bijvoorbeeld in de wijze waarop de Sociale Verzekeringsbank

(SVB) de zaak uitvoert. We zijn voortdurend in discussie met de SVB over niet

nagekomen toezeggingen, te late betalingen, klant-onvriendelijke bejegening

enzovoorts. Iedereen mag ons aanspreken op de wijze waarop het loopt, maar

anderzijds is de SVB een professionele organisatie.We hebben de afgelopen

jaren voortdurend overlegd met de zorgkantoren, voortdurend geschreven dat ze

moeten zorgen dat ze die 110 procent kunnen uitzetten. Ik geloof niet dat

zorgkantoren onwillig zijn, dat zou te gek voor woorden zijn. Daar hebben ze

geen enkel belang bij.Uit intern onderzoek bij de SVB en uit discussies die

ik heb met zorgkantoren blijken twee dingen: men weet niet precies van elkaar

wat ieders taak is en waar de verantwoordelijkheden liggen. Dat kan te maken

hebben met de relatieve nieuwigheid van het PGB.’

‘De gedachte achter het PGB is dat je een hulpbehoevende verzekerde in de

gelegenheid stelt om zijn zorgbehoeftig leven in te delen op de wijze die hij of

zij het meest prettig vindt. Het is een heel individuele regeling, die grillig

is omdat iedereen zijn eigen wensen heeft. PGB-ers vinden dat de SVB de

administratie moet doen zoals zij het willen. Met tien PGB-ers wil dat nog wel

lukken, maar met 13.000 komt onvermijdelijk standaardisering aan de orde. Maar

standaardisering strookt soms niet met al die individuele eigen belangen en

wensen.’

Wat is er nu nodig om het probleem van de onderbesteding te

stoppen?
‘Wij hebben de staatssecretaris geadviseerd om de

PGB-subsidieregeling te vervangen door een wettelijke regeling en om het

forfaitaire bedrag van 2400 gulden per jaar te verhogen. Een wettelijke regeling

vereenvoudigt de uitvoering. Zorgkantoren weten waar ze het volgend jaar aan toe

zijn. Bij een flink hoger forfaitair bedrag krijgen cliënten rechtstreeks meer

geld in handen. Daarover hoeven ze geen rekening en verantwoording af te leggen.

Een verhoging naar 6000 of 10.000 gulden per jaar leidt tot minder

administratie. Dat vergemakkelijkt het werk van de SVB.’/Rogier

Wiercx

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.