Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Nieuwe directeur van de MOgroep Henk Luchtmeijer: ‘Welzijn mag niet op de glijbaan van de zorg belanden’

‘Het aardige van deze baan,’ zegt Henk Luchtmeijer, ‘is dat het alles samenbrengt waar ik in mijn leven mee bezig ben geweest.’ Per 1 februari is hij aangetreden als directeur van de Maatschappelijk Ondernemers Groep. ‘De civil society ontstaat niet zomaar.’

Henk Luchtmeijer (55) heeft een stevige carrière achter de rug bij organisaties die, zoals hij het noemt, ‘er maatschappelijk toe doen.’ Zo heeft hij onder meer gewerkt bij een koepelorganisatie voor medisch kinderdagverblijven en bij de toenmalige zorgverzekeraar Haaglanden. Bestuursfuncties bekleedde hij onder meer bij het Netwerk Zorgaanbieders Rijnmond en de bestuursraad voor het protestants christelijk onderwijs. De afgelopen vier jaar was Luchtmeijer algemeen directeur bij het Regionaal Onderwijscentrum Albeda College in Rotterdam. De mineur in zijn carrière was zijn vertrek bij Arbeidsvoorziening Rijnmond in 2000. ‘Het was een ingewikkelde periode die gekenmerkt werd door hybride regelgeving rondom de ESF-gelden,’ zegt Luchtmeijer. ‘Maar dat ligt gelukkig ver achter mij. Ik heb ogen in mijn hoofd om vooruit te kijken. En die wil ik nu gebruiken voor een visie waar we met de MOgroep naartoe gaan.’

Een grote overstap, van onderwijs naar welzijnswerk?

‘Dat valt mee. Op het ROC zitten veel mensen die met zorgsituaties te maken hebben. Die in wijken wonen waar heel veel hulpverleningsinstanties met elkaar bezig zijn. Als ROC probeer je de leerlingen zodanig toe te rusten dat ze weer een plekje in de samenleving krijgen. Dat ze minder kwetsbaar zijn. Welzijnswerk doet dat ook. Ik wil ook veel energie stoppen in de samenwerking tussen onderwijs en welzijn. Het wordt mij wel eens zwaar te moede wanneer ik door een achterstandswijk loop en ik daar kinderen van twee of drie jaar zie die geen Nederlands spreken. Weer een generatie die het moeilijk zal krijgen. Want je moet heel jong beginnen met het bestrijden van achterstand. Daarom is het zo belangrijk dat er een continuüm is van peuterspeelzalen, kinderopvang, naschoolse opvang en jeugdzorg. Als je dan bezuinigt op de programma’s om taalachterstanden op de peuterspeelzaal tegen te gaan, verplaats je het probleem naar de basisschool. En dan naar de middelbare school, de jeugdzorg en dan? Naar de gevangenis misschien? Dan gaat het geld kosten. Dat had je voor kunnen zijn. Maar dat preventieve aspect is heel moeilijk naar voren te brengen.’

Toch is samenwerking tussen onderwijs en welzijn nog lang niet overal vanzelfsprekend.

‘Nee, terwijl dat toch vreemd is. Je werkt immers met dezelfde groep. Ik ben er wel van geschrokken dat er op het ROC kinderen waren die geen dak boven hun hoofd hadden. Hoe kun je goed in de les meedoen als je niet eens weet waar je de volgende nacht slaapt? Dan is het van belang dat er eerst aan andere voorwaarden wordt gewerkt voordat je aan onderwijs toekomt. Vandaar dat het continuüm dat ik noemde zo hard nodig is. Nu zijn het nog vaak gescheiden branches. Er zou een debat gevoerd moeten worden om te kijken hoe het peuterspeelzaalwerk, de kinderopvang en de jeugdzorg zo drempelloos mogelijk op elkaar kunnen aansluiten, met minder bureaucratie en financieringsstromen die meer in elkaar overgaan.’

Bij de MOgroep zijn welzijnswerk, kinderopvang en jeugdzorg ook in drie branches ondergebracht. Gaat u dat afschaffen?

‘De indeling in drie branches is een vehikel, om het werk met elkaar te verdelen. Daar is bewust voor gekozen. Dat neemt niet weg dat het goed is om je af te blijven vragen of dit vehikel nog toereikend is om de doelgroep goed te blijven bedienen. Daarmee wil ik overigens niet zeggen dat her roer morgen om moet. Wel vind ik dat er een fundamentele discussie moet worden gevoerd in de samenleving over de vraag: wat is dat nu eigenlijk, welzijn? Wat willen we ervoor betalen? En hoe gaan we dat dan organiseren? Ik begrijp dat er op het welzijnswerk weer tig miljoen wordt bezuinigd. Vreemd. Want met de Wet Maatschappelijke Ondersteuning willen we aan de ene kant de verantwoordelijkheid zoveel mogelijk bij de basis leggen. We willen ervoor zorgen dat mensen maximaal aan de samenleving kunnen deelnemen. Dat strookt niet met bezuinigingen. De WMO richt zich op een civil society, terwijl de samenleving de afgelopen tien jaar weinig anders heeft gedaan dat het individu centraal stellen. Die civil society ontstaat niet zomaar. Je kunt wel over solidariteit beginnen, maar er is een hele generatie die dat woord niet meer begrijpt.’

Bent u er niet bang voor dat het welzijnswerk onder de WMO het onderspit zal delven, omdat zorgclaims nu eenmaal harder zijn dan welzijnsclaims?

‘Ik weet daar nog onvoldoende van. Maar ik denk dat welzijn vooraf zou moeten gaan aan medische zorg. Door mensen actief te houden en deel te laten nemen aan de samenleving kun je ze dikwijls buiten het zorgcircuit houden. De WMO zou er daarom op gespitst moeten zijn om de welzijnscomponent maximaal in haar vaandel te dragen en haar niet op de glijbaan van de zorg te plaatsen.’

U heeft zich als directeur van het Albeda College voorstander getoond van meer samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. Geldt dat ook voor het welzijnswerk en het bedrijfsleven?

‘Er gebeurt op dit gebied al veel samen, maar ik kan me voorstellen dat dit nog sterk kan groeien. Het bedrijfsleven heeft immers enorm veel profijt van de inspanningen van het welzijnswerk. Een goed geregelde kinderopvang zorgt ervoor dat beide partners aan de samenleving kunnen deelnemen. Een goede ouderenzorg leidt ertoe dat mensen niet steeds een middag vrij hoeven nemen om voor moeder te zorgen. En als mensen goed in hun vel zitten, in een veilige wijk wonen, heeft dat allemaal indirecte consequenties voor hun productiviteit in het bedrijfsleven.’

Moet het welzijnswerk zich dan niet minder afhankelijk opstellen van subsidies en zich meer richten op directe inkomsten vanuit het bedrijfsleven?

‘Die ontwikkeling is gaande, die is niet te ontkennen. Maar laat de markt dan ook zijn werk doen. Niet eerst miljoenen gaan bezuinigen en dan kijken of dat ergens aangevuld kan worden door het bedrijfsleven. Maar eerst het welzijnswerk de positie geven om de uitdaging aan te gaan om zich op andere geldstromen te oriënteren.’

Eric de Kluis

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden