Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Preventief programma voor jonge kinderen van problematische moeders: Een breekbare verhouding

Hoe kan worden voorkomen dat kinderen van verslaafde of psychisch zieke moeders later hetzelfde gedrag vertonen? Het Haagse psycho-medische centrum Parnassia probeert het onderlinge contact in een moeder-peutergroep te verbeteren. Een goede band tussen ouder en kind is essentieel in de ontwikkeling van het jonge kind, ook al is dit een zware opgave.

Vanaf haar veertiende was ze verslaafd. Esther* (34) was net zwanger van haar tweede kind toen ze drie jaar geleden begon aan het ouder en kind-programma van psycho-medisch centrum Parnassia in Den Haag. Twee jaar heeft ze daar doorgebracht. Ze is afgekickt en kreeg een behandeling om weer terug te keren naar de gewone wereld. Sinds een jaar is ze nu ‘buiten’. Ze is bezig een nieuw leven op te bouwen met haar kinderen Bas (3) en Saskia (2). Esther woont nu zelfstandig, gaat naar school en de kinderen gaan vier dagen per week naar de kinderopvang voor kinderen van (ex-)verslaafde cliënten van Parnassia. Esther koos er bewust voor om een dagdeel alleen met haar zoon Bas door te brengen en ging bij het buurthuis kijken voor informatie over peutergym. Daar viel haar oog op de folder van de moeder-peutergroep van de afdeling preventie van Parnassia. Ze overlegde met haar behandelaar en meldde zich een jaar geleden aan voor deze groep.

Risico’s

Het contact tussen moeder en kind verbeteren en versterken. Dat is het doel van de moeder-peutergroep van Parnassia. De groep is bedoeld voor moeders met psychische, psychiatrische en verslavingsproblemen met kinderen van 1 tot 4 jaar. De groep maakt onderdeel uit van het Haagse KOPP/KVO-project. Dit is voor kinderen van ouders met psychische problemen en kinderen van verslaafde ouders. Het is in 1993 van start gegaan bij de afdeling preventie van Parnassia.

In de praktijk van de jeugdafdeling van Parnassia bleek dat veel jonge cliënten ouders hebben met psychische of psychiatrische problemen. Uit onderzoek van het Trimbos-instituut blijkt dat één op de drie kinderen van verslaafde of psychisch zieke ouders zelf ook ernstige problemen ontwikkelt. Wanneer beide ouders dergelijke problemen hebben, krijgt 66 procent van de kinderen zelf ooit te maken met een verslaving of psychiatrische stoornis. Twee belangrijke risicofactoren voor deze kinderen zijn de jonge, beïnvloedbare leeftijd en een verstoorde ouder-kind relatie. In de moeder-peutergroep wordt op jonge leeftijd aan het contact tussen moeder en kind gewerkt.
‘Ik wilde graag iets alleen met Bas samen doen. Hem beter leren begrijpen. En zien hoe hij met andere kinderen speelt,’ zegt Esther. ‘Bas is heel erg op zichzelf, ook op de crèche. In het begin was het moeilijk, zat hij alleen bij mij op schoot. Nu gaat het veel beter. Hij speelt de hele ochtend en thuis vertelt hij over de kinderen van de groep.’ Voor Esther is de wekelijkse bijeenkomst met de andere zeven moeders een leerzame en ook opluchtende confrontatie. ‘Het is goed te horen dat ik niet de enige ben die af en toe het huis uit wil rennen.’

Torens bouwen

‘De meeste moeders komen naar de moeder-peutergroep omdat ze het gevoel hebben hun kind tekort te doen vanwege de problemen die ze zelf hebben’, zegt Carmen Verdoold. Zij is preventiefunctionaris bij Parnassia en een van de twee begeleiders van de groep. ‘Het is heel verschillend wat moeders willen als ze bij ons binnenkomen. De een wil leren spelen met haar kind, de ander wil graag praten over de opvoeding. De moeders hebben met elkaar gemeen dat ze heel onzeker zijn en weinig zelfvertrouwen hebben.’ Het programma van de groep begint met koffie en kletsen over de voorbije week. Dan volgt een activiteit, waarbij de moeders samen met hun kind iets doen: knutselen, liedjes zingen, torens bouwen. Alles wat je maar thuis kunt doen met een kind, maar waar de meeste moeders moeite mee hebben. ‘Wij geven juist veel aandacht aan de positieve contactmomenten. We letten op wat goed gaat en zeggen dat ook, zodat de moeders dat aan hun kinderen kunnen overdragen.’ Na de pauze spelen de kinderen in de groepsruimte met elkaar en bespreken de moeders onderling een thema, zoals contact maken met het kind, grenzen stellen en belonen en het belang van sociale netwerken.

‘Wat ik vooral heb geleerd, is dat ik niet de enige ben met problemen,’ zegt Esther. ‘En je leert creatief te zijn. Thuis heb ik niet de rust en het geduld om te gaan zitten spelen. Je hebt de tijd niet om met één van de kinderen persoonlijke aandacht te geven, want ze zijn altijd met z’n tweeën en dat is chaotisch. Ik zoek nog steeds naar die tijd. Ze staan wel eens allebei aan je been te trekken: “míjn mamááá… .” Het is moeilijk je aandacht te verdelen. Of mijn relatie met Bas beter is? Ik weet het niet. Hij krijgt nu wel kuren. Maar dat hoort bij de leeftijd, geloof ik.’
Moeders komen vrijwillig naar de moeder-peutergroep. Voorwaarde is dat ze actief met hun eigen problemen aan de gang zijn. Vaak komen de moeders dan ook via hun behandelaars bij Carmen Verdoold terecht. ‘Die kan de moeder, als het nodig is, motiveren om deel te nemen. Zij moet het in ieder geval zelf graag willen. Ook als wij vermoedens hebben van een zorgwekkende situatie, bijvoorbeeld gebruik van verslavende middelen of verwaarlozing van het kind, dan koppelen wij dat terug naar de behandelaar. De moeders ondertekenen daarvoor bij binnenkomst een toestemmingsformulier. Dat is ook de procedure als wij bijvoorbeeld mishandeling zouden vermoeden. De veiligheid in de groep moet gewaarborgd blijven. Ik kan mevrouw A. niet aanmelden bij het meldpunt kindermishandeling, want die praat met mevrouw B en dan is het vertrouwen in de groep weg. De behandelaar is degene die actie onderneemt. Gelukkig is dat tot op heden nog maar zelden voorgekomen.’

Veilige omgeving

‘Nee, het was niet moeilijk om de eerste keer in de moeder-peutergroep te komen,’ zegt Esther. ‘De tweede keer, dát is moeilijk. Dan hebben de mensen een mening over je gevormd. De derde keer ben ik toch gegaan. Ik had me voorgenomen om me over een aantal dingen heen te zetten. Ik was net ‘buiten’, en moest mezelf toch tot dingen zetten. Zelf contacten maken, zelf dingen organiseren. Ik heb 22 maanden ‘binnen’ gezeten, dat was veilig. Ik zat er goed, heb het ontslag ook zo lang mogelijk uitgesteld. De moeder-peutergroep is eigelijk ook heel veilig. Iedereen hier in de groep heeft een stempel, juist dan krijg je er zelf niet zo snel een opgedrukt.’

Bij het opzetten van de moeder-peutergroep is bewust samenwerking gezocht met de welzijnsinstelling om de groep zo laagdrempelig mogelijk te maken. ‘Het is minder confronterend voor moeders om met hun kind naar een bijeenkomst in een wijkcentrum te gaan, dan bij de psychiatrie binnen te stappen,’ verwoordt Verdoold de achterliggende gedachte. ‘Bovendien kunnen moeders in een wijkcentrum kennismaken met wat er nog meer aan welzijnsactiviteiten in de buurt gebeurt. Juist dat informele trekt velen over de streep.’

Carmen is ook vier uur per week in dienst van de welzijnsinstelling. Ze is ‘prettig verrast’ door de sfeer in een wijkcentrum in vergelijking met de psychiatrie. ‘Je bent je heel bewust van de signalen uit de maatschappij als je in een wijkcentrum werkt. Ik krijg een bredere kijk op wat er in de maatschappij speelt. En dat sommige problemen ook gewoon zijn.’
Meetbare resultaten over de moeder-peutergroep zijn er nog niet. Daar is volgens Verdoold een groot onderzoek voor nodig, waarbij de moeders en hun kinderen een tijdlang gevolgd worden. Het is wel een grote wens van de preventieafdeling om in de toekomst onderzoek te doen. ‘Er wordt geen dossier aangemaakt, de gegevens worden verscheurd zodra de moeders uit de groep zijn. Het is geen therapie, maar een ondersteuningsgroep.’

‘Of ik verder gekomen ben met Bas en met mezelf sinds ik aan de moeder-peutergroep meedoe?’ Esther blijft onzeker. ‘Hier heb ik wel het geduld met Bas te knutselen, thuis heb ik daar de tijd nog niet voor. Contacten leggen buiten blijft moeilijk. Nee, ik zie nog geen moeders buiten de groep. Heb net wel een zak kinderkleertjes voor mijn dochter van een andere moeder gekregen. Ik kan hier nog wel wat dingen leren. En zolang Bas het leuk vindt hier te spelen, blijf ik dat doen. Weet je wat leuk is? Dat laatste uur, als de moeders met elkaar over een thema praten, dan speelt Bas heel leuk met de andere kinderen. Dat vind ik zo mooi.’

* Om redenen van privacy is de naam van Esther en haar kinderen gefingeerd

Carolien Stam

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden