Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Gezinsdrama Roermond leidt tot vernietigend rapport over jeugdzorg: De legitimiteit van gezinshulp

Verbijsterd neemt Nederland vrijdagmorgen 12 juli kennis van de gevolgen van een brand in Roermond: zes kinderen, tussen de vier en twaalf jaar, komen in de vlammen om. Hun vader heeft de brand aangestoken. Moeder springt uit het raam van het huis op de eerste verdieping en breekt haar rug. Inmiddels presenteerde de inspectie een onderzoek waaruit blijkt dat de hulpverlening rondom het gezin heeft gefaald.

Het gezin van vader G. en moeder Schouwenaar is, zeker
bij hulpverleners, een bekende familie in Roermond. Al jaren lang. Vader (34)
verdient de kost als vuilnisman. Hij werkt regelmatig tien tot twaalf uur per
dag, en verstopt zich in zijn werk. Moeder (32) zit thuis, verstrikt in een gok-
en kienverslaving. Het gezin heeft grote schulden, zit in een
saneringsprogramma, en moet elke cent omdraaien. Volgens buren bedelen de
kinderen regelmatig in de buurt om eten. Ook zijn er ernstige opvoedkundige
problemen. Alle kinderen zitten op het speciaal onderwijs, of zouden daar het
volgend schooljaar naar toe gaan. Een kind is al in aanraking geweest met
Justitie. Een ander, een jongetje van 11, blijkt op de school voor moeilijk
opvoedbare kinderen zelfs niet te handhaven en wordt in april van dit jaar
geschorst.



Uithuisplaatsing

Een paar jaar daarvoor, in december 2000, waren de contacten simpelweg
doodgebloed. De kinderbescherming en het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling
(AMK) bleken in 2001 beiden, los van elkaar, betrokken bij het gezin. De
Kinderbescherming was gealarmeerd door de politie nadat die één van de kinderen
had moeten aanhouden. Het AMK had anonieme meldingen ontvangen over de problemen
in het gezin.

Het AMK probeerde de ouders zover te krijgen om op vrijwillige basis
mee te werken aan hulpverlening. De Kinderbescherming trekt zich daarom terug,
maar zegt alsnog in actie te willen komen als de pogingen van het AMK op niets
uitlopen. Het AMK schakelt het project Activum in. Dat is gespecialiseerd in het
overreden van ouders om alsnog hulp voor hun kinderen te accepteren. Maar vader
en moeder willen niets weten van onbekende indringers. Het project Activum geeft
de moed op in januari 2001 en rapporteert dat. Uit het onderzoek van de
inspectie blijkt dat het AMK vervolgens niets doet: het legt geen contact meer
met de ouders, maar waarschuwt evenmin de Kinderbescherming. Volgens directeur
Joep Verbugt van het Bureau Jeugdzorg Limburg omdat er geen directe reden leek
om in te grijpen.



Pas als in april 2002 de directeur van de school van de 11-jarige zoon de
jongen wegens ontoelaatbaar gedrag schorst, komt het Bureau Jeugdzorg, waartoe
het AMK hoort, weer in actie.

De jongen is langdurig afwezig op school. Dus waarschuwt de
schooldirecteur de leerplichtambtenaar van Roermond, Kitty Smeets. 'Ik gaf hem
het advies de brief ook naar andere instellingen te sturen, zoals de huisarts,
de schoolarts, het AMK en het Bureau Jeugdzorg,' vertelt ze. Het AMK reageert
voortvarend en belegt op 6 juni, een paar weken voor de fatale brand, een
rondetafelgesprek met betrokkenen. Smeets wordt niet uitgenodigd, en weet van
geen overleg af.

De leerplichtambtenaar werkte tot voor kort bij de Sociale Dienst en
fungeerde daar als contactpersoon als er problemen waren rond de vrouw. Daardoor
kende ze de moeder. 'Ik kon met haar praten. Ze vertrouwde me. Ik wist: als je
alles heel goed uitlegt, wil ze best meegaan in wat je voorstelt.'

Wanneer de schooldirecteur adviseert de jongen naar een internaat te
sturen, bespreekt Smeets dat met de moeder. In eerste instantie is ze tegen,
maar na drie persoonlijke gesprekken stemt ze in. Smeets maakt ook een afspraak
met de vader. Ook hij gaat uiteindelijk akkoord met de uithuisplaatsing van de
jongen.



De zaak lijkt geregeld tot de moeder ook wordt benaderd door het Advies- en
Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Die is immers via de kopie van de brief van
de schooldirecteur gealarmeerd. Smeets: 'De moeder was totaal in paniek, en
dacht dat ze de jongen nu toch tegen haar zin bij haar weg kwamen halen. Ze belt
mij op en roept: Wat maak je me nou. Ik heb met jou een afspraak, en nou komt
het AMK me mijn kind afnemen.'

Smeets sust de zaak, achterhaalt wie van het AMK contact heeft gezocht
met de moeder. Vanaf dat moment trekken de leerplichtambtenaar en de medewerker
van het AMK samen op. Ze voeren gezamenlijk met de ouders gesprekken over de
uithuisplaatsing. De jongen zal elk weekend naar huis mogen. De ouders stemmen
ook in met de komst van een gezinsvoogd die hen zal begeleiden bij het oplossen
van hun problemen. Smeets gaat met vakantie. Na vier dagen hoort ze van de
brand.



Gemakzucht

'Het is,' zegt wethouder Lodewijk Imkamp (D66) van de gemeente
Roermond, 'dat onze leerplichtambtenaar zich zo met het gezin heeft bemoeid.
Meer dan ze volgens de regels moest doen. Zonder haar had dat rondetafelgesprek
niet plaatsgevonden, en was er geen plan geweest om het jongetje naar een
internaat te sturen.'

Imkamp vindt dat het Bureau Jeugdzorg steken heeft laten vallen. Het
wordt volgens hem hoog tijd dat er in Roermond een integrale aanpak komt voor de
zorg, ook die voor de jeugd. Als het Bureau Jeugdzorg daar zelf geen stappen toe
neemt, dan moet de gemeente het maar doen, samen met het provinciebestuur. 'Wij
als bestuurders zijn politiek gekozen. Wij hebben een maatschappelijke
verantwoording af te leggen. We kunnen dus niet blijven afwachten.'

Volgens Imkamp lopen de maatschappelijke instellingen ver achter in het
doorvoeren van vernieuwingen. 'Bij elke gemeentelijke nota staat al jaren welk
doel bereikt moet worden, en per wanneer dat moet gebeuren. Ik weet dat de
zachte sector met abstracte problemen te maken heeft. Toch zullen er duidelijke
doelen moeten worden gesteld.'



Directeur Verbugt van het Bureau Jeugdzorg Limburg slaakt een diepe zucht.
'Het is zo gemakkelijk om dat te zeggen. Alsof wij niet willen samenwerken, en
resultaat bereiken. Maar onze medewerkers hebben met heel lastige situaties te
maken. Het zou goed zijn als daar begrip voor was.' Verbugt noemt het 'wrang'
dat het beeld nu ontstaat van een jeugdzorg die niet bereid is zich te
vernieuwen. 'De Bureaus Jeugdzorg zijn net opgericht. Wij bestaan sinds vorig
jaar. Er zijn weinig sectoren die zo vernieuwd zijn als wij. Maar we moeten
leren. De samenwerking moet zich ontwikkelen.'

Verbugt zegt graag samen te werken met andere organisaties, ook met de
gemeente Roermond. Er zijn volgens hem al plannen voor. Hij is blij met de
aanreiking van staatssecretaris Ross-Van Dorp (Welzijn, CDA) die naar aanleiding
van dit gezinsdrama 'gezinscoaches' wil benoemen bij probleemgezinnen. Ze moeten
de zorg rondom het gezin op elkaar afstemmen. Ook komt er onderzoek naar de
vraag of ouders meer dwang kan worden opgelegd als ze hulp in hun gezin
weigeren. De staatssecretaris wil verder bekijken in hoeverre de wet op de
privacy integrale hulpverlening in de weg staat. Verbugt van Bureau Jeugdzorg:
'Als wij meer legitimatie krijgen om hulp aan te bieden, komen we veel sterker
te staan. Dan zijn we ook in de positie om andere organisaties in te schakelen.
Nu is het zo: als ouders echt niet willen en er is geen zeer ernstige
crisissituatie, dan houdt het op.'/Annet van Eenennaam

Administrator

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden