Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Cohesie in een schepnetje

We zijn er. De periode van huisbezoeken zit erop. De stagiaires zijn moe gepraat, de projectleiding is toe aan de nieuwe fase. Twee maanden lang gingen we op visite in de buurt. Van alles kwamen we tegen. Blije buurtbewoners, ontevreden klanten, vragende gezichten en verbaasde reacties. Maar de grote noemer onder alle gesprekken was toch vooral dat mensen het gezellig vonden om volk over de vloer te krijgen.
Cohesie in een schepnetje

De meesten hadden geen doorverwijzing nodig. Het wijzen op bepaalde informatie of het bezorgen ervan was vaak voldoende. Doorgaans wilde men gewoon kletsen. Over de scheefliggende stoeptegel, over het uitgestorven speeltuintje, over de herrie die de verbouwing had veroorzaakt.

Maar ook over het eigen initiatief om in contact te komen met de buurman. Of de bezorgdheid over de dame van twee deuren verder die nooit buiten kwam. En hoe leuk het wel niet zou zijn om samen een feestje te vieren, maar hoe moeilijk dat van de grond kwam als niemand het wilde organiseren.

Met dat laatste gaan we momenteel aan de slag. Er liggen tientallen vragenlijsten om uitgewerkt te worden. De stagiaires vinden het juist een uitgelezen kans en willen de taak graag op zich nemen. Straks zien we hopelijk, in de vorm van allerlei prachtige uitdraaien en statistieken, hoeveel mensen nu daadwerkelijk behoefte hebben aan toename van gezelligheid in de buurt.

Want willen ze vooral het praatje blijven maken op de galerij? Of zouden ze elkaar toch wel vaker willen treffen binnenshuis? We gaan het de komende tijd ontdekken. Het is hoe dan ook tijd voor actie in de buurt. Veel gepraat, veel gewonnen. Duidelijk is dat de aanpak van de huisbezoeken werkt. Deuren én monden gingen open. Slechts een klein percentage wilde echt niet meedoen. Maar dat hoort erbij, toch?

Natuurlijk leerden we ook onze lessen. Bijvoorbeeld dat je vooraf aan een project een pilot-gebied kunt uitzoeken, maar nog niet weet in hoeverre je het gebied echt kunt uitkammen. We begonnen met drie flats, maar bleken er uiteindelijk maar twee te kunnen bezoeken. De aanleiding was positief: we zaten overal minstens een uur binnen voor een huisbezoek. Maar in theorie kon de vragenlijst in een half uur worden doorgewerkt, dus met ieder huisbezoek dat we aflegden, misten we er ook een.

Getreurd? Zeker niet. We doelen met het project ook op de doorontwikkeling en eventuele implementatie van deze aanpak. U hoort het, de formele taal uit plannen van aanpak komt weer om de hoek kijken. Immers, het is tijd om conclusies en evaluaties op papier te gaan zetten. Maar ondertussen besteden we ook tijd aan de bewoners. Zo gaan we onder meer bekijken hoe een clubje mannen, jong en oud, samen op een vistochtje kan gaan. Één bewoner kwam met het idee en maakte anderen enthousiast. Nooit gedacht dat ik als welzijnswerker wellicht naar de viswinkel moet om emmers aas en schepnetjes te kopen. Wie weet.


Kaarina Schoonheim (1983) studeerde filosofie en zorgethiek. Ze werkt voor twee welzijnsorganisaties in Brabant. Haar baan beslaat de leiding van een leefbaarheidsproject en coördinatie van een mantelzorg- en vrijwillige thuishulpcentrale.

Kaarina Schoonheim

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden