Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

8-Fasenmodel brengt structuur en activering in maatschappelijke opvang: Meer dan bed, bad en brood

Instellingen in de maatschappelijke opvang bieden nog vaak alleen bed, bad en brood aan. Toch komt er langzamerhand meer belangstelling voor activering. Het 8-fasenmodel helpt hierbij, door op een gestructureerde manier begeleiding aan cliënten vorm te geven. ‘Dat aanmodderen moest veranderen.’

‘Sinds het 8-fasenmodel is ingevoerd is het voor mij veel duidelijker welk doel mijn begeleider en ik nastreven. De vragen en mogelijke oplossingen voor mijn problemen zijn helder. Mijn trajectbegeleider luistert naar mijn behoeften en we praten op vaste tijden over de voortgang van het traject. Nu ik één vaste trajectbegeleider heb, zijn er niet meer verschillende mensen die met hun vinger in de pap roeren. Ik weet nu bij wie ik terecht kan als ik vragen heb.’ Cliënt Wim van Huis Vaartserijn, een doorstroomhuis en passantenverblijf in Utrecht, is tevreden over de implementatie van het 8-fasenmodel.

Het model, dat planmatig werken in de maatschappelijke opvang moet bevorderen, vindt zijn oorsprong in een scriptie van twee SPH-studenten. In 1999 kregen de pas SPH-afgestudeerden Mariska Haasnoot en Petra van Leeuwen de SPH-prijs voor hun scriptie ‘Methodisch Begeleiden in een sociaal pension’. Zij schreven dit als afstudeerproject voor sociaal pension De Rosaburgh in Amsterdam. Het project in De Rosaburgh had als doel de begeleiding aan dakloze vrouwen in het pension methodisch vorm te geven. Na een jaar bleek de methode het gewenste effect te hebben; er was meer structuur en duidelijkheid ontstaan, wat de begeleiding aan cliënten direct ten goede kwam. Vooral het werken met begeleidingsplannen nam een prominente plek in binnen de methode. Al snel toonden andere instellingen interesse voor de nieuwe werkwijze, aangezien er nauwelijks specifieke methodieken waren ontwikkeld voor de maatschappelijke opvang. Binnen het NIZW bleek het mogelijk om de methode verder te ontwikkelen voor de dak- en thuislozenopvang en deze toegankelijker te maken voor andere instellingen. De methode kreeg een andere naam (het 8-fasenmodel) en is in 2002 en 2003 getest door HVO-Querido en Goodwillcentra Leger des Heils in Amsterdam en Stichting Labre-Huis in Utrecht. Petra van Leeuwen werkte na haar studie nog een tijdje als sociaal pedagogisch hulpverlener in de maatschappelijke opvang, maar is nu als projectmedewerker Sociaal Beleid bij het NIZW nauw betrokken bij de invoering en ontwikkeling van het 8-fasenmodel. ‘Toen ik stage liep bij De Rosaburgh werd ik gek van het gevlieg de hele dag. Je staat in je uppie op een groep van 25 mensen en je moet zoveel doen, dat je constant aan het rennen en aan het vliegen bent. Ik was totaal niet planmatig bezig, maar was puur bezig de boel draaiende te houden. Dat aanmodderen wilde ik veranderen.’

Cultuurschok
Het 8-fasenmodel is een methode die instellingen voor maatschappelijke opvang ondersteunt planmatig te werken, zodat ook beter individuele aandacht aan de bewoners gegeven kan worden. Het betrekt tevens bewoners bij het traject. Van Leeuwen: ‘Veel mensen hebben de neiging vanuit problemen te denken. Deze methode kijkt juist naar de mogelijkheden. Wat kan iemand wel? Daar moet je gebruik van maken.’ In acht fasen, van aanmelding tot uitstroom, wordt op een gestructureerde manier gekeken naar de problematiek en mogelijke oplossingen. Eén vaste trajectbegeleider stelt samen met de cliënt een persoonsbeschrijving op, waarin ze samen acht leefgebieden in kaart brengen. Hierbij kijken de begeleiders voornamelijk naar wat de cliënt zelf wil. ‘Cliënten worden niet verplicht hun hele leven om te gooien en soms is het een doel om de situatie te houden zoals die is. Je kijkt ook naar de mogelijkheden en wensen van de cliënt. De hulp is vooral praktisch als het gaat om schuldsanering en bijvoorbeeld contact met familie. Voor andere hulpverlening, zoals bij verslaving, schakelen we externe hulp in. Medewerkers hebben dan een organisatorische rol. De vraag: ‘wat wil je?’, is voor veel bewoners al vreemd. Via gerichte stappen van één tot en met acht kom je veel meer te weten dan tussen de regeltjes door. Ik wil absoluut niet zeggen dat de hulp vóór het 8-fasenmodel slecht was, maar met het model heb je een bewakingspunt dat je cliënt de juiste zorg en aandacht krijgt.’ Na evaluatie bij de instellingen die meededen aan de pilot blijkt dat de invoering van het model eerst vrij veel tijd kost. Vooral als instellingen niet gewend zijn planmatig te werken. Van Leeuwen: ‘De invoering van het model leidde in sommige instellingen tot een ware cultuurschok. Activering is een nieuw begrip in de sector. De drie praktische b’s: bed, bad en brood gelden nog steeds als belangrijkste taken bij veel instellingen. Het klinkt zo logisch en simpel om meer aan activering te doen en planmatig te werken, maar dat is niet zo. Het vraagt om veel veranderingen. De kracht van de werkers ligt vaak ook in het praktische werken en het menselijke contact. Ze moeten een balans vinden tussen hun oude, praktische manier van werken en het planmatig werken en activeren volgens een bepaalde structuur. Werkers willen met hun voeten in de aarde blijven werken en daar moeten ze een middenweg in vinden. Ze moeten de modellen ook los kunnen laten. Het is een ideaaltypisch model, waar natuurlijk van afgeweken kan worden. Als een cliënt niet wil, dan moet je het ook kunnen laten. De methodiek is niet zelf het doel, maar het belang van de cliënt.’ Of de methodiek aanslaat hangt vooral af van de kwaliteiten van de werkers, zegt Petra van Leeuwen. Je moet de vragen zo stellen dat de cliënt het begrijpt en zich niet gepusht voelt om ineens aan zijn toekomst te werken en over zijn problemen te praten. De opvang laagdrempelig houden is belangrijk. ‘Mensen niet afschrikken, maar aangeven dat je geïnteresseerd bent in iemand en echt wil weten hoe het met hem gaat.’ Om teams hierbij te helpen zijn er speciale trainingen in deze vaardigheden. Als de neuzen dezelfde kant op wijzen en iedereen achter het programma staat, kun je volgens Van Leeuwen veel effectiever werken. Door de uitgebreide intake krijgen instellingen in de maatschappelijke opvang een beter beeld van de cliënt. Wat voor soort mensen ze binnen krijgen en met welke achtergronden, levert veel nieuwe gegevens op.

Het 8-fasenmodel
Met het 8-fasenmodel kunnen instellingen aan de hand van acht fasen de individuele begeleiding aan cliënten in de maatschappelijke opvang (beter) organiseren. Dat begint bij het eerste contact, wanneer de cliënt zich aanmeldt, en eindigt als eventuele nazorg is afgerond. Hulpverlening met een kop en een staart dus. De acht fasen zijn: aanmelding, intake, opname, analyse, planning, uitvoering, evaluatie en uitstroom. De methode helpt de medewerker om betrokken en actief met de cliënt samen te werken en de vragen en wensen van de cliënt serieus te nemen. Het 8-fasenmodel benadert de cliënten zo breed en volledig mogelijk: gedurende langere tijd (het gehele begeleidingstraject), op acht essentiële leefgebieden en ten aanzien van sterke punten (competenties) en zwakke punten (problemen) in het functioneren. In het model worden acht leefgebieden onderscheiden. Het gaat om: huisvesting, financiën, sociaal functioneren, psychisch functioneren, zingeving, lichamelijk functioneren, praktisch functioneren en dagbesteding. De leefgebieden komen in bijna elke fase weer terug. Ze staan dus steeds centraal in het begeleidingstraject en brengen structuur aan in de rapportage en de begeleiding. Alle uitvoerende medewerkers die cliënten individueel begeleiden kunnen met het model werken. Het is toepasbaar in de voorzieningen voor crisisopvang, 24-uurswonen, begeleid wonen en ambulante woonbegeleiding. De ervaringen met het 8-fasenmodel in zes proeflocaties waren positief. Zo wordt de begeleiding professioneler, bewuster en meer doordacht. Er is meer continuïteit in de begeleiding, begeleiding met een kop en een staart. Er ontstaat meer zicht op het functioneren van de cliënt (totaalbeeld) en de begeleidingsprocessen. Doorstroom- en groeimogelijkheden van cliënten worden veel beter benut. Begeleiding is minder vrijblijvend, effecten zijn beter te meten en er is een betere samenwerking.

Meer informatie
Het 8-fasenmodel (planmatig werken in de maatschappelijke opvang), Petra van Leeuwen en Daan Heineke, NIZW, ISBN 9059 572 43 2, € 12,50. In deze publicatie staat kort beschreven wat het 8-fasenmodel inhoudt. Implementatiewijzer 8-fasenmodel, idem, NIZW, ISBN 9059 572 69 6, € 49,50. Deze publicatie is bedoeld voor projectleiders die de methode in hun instelling in willen gaan voeren. (Beide publicaties zijn ook telefonisch te bestellen bij de NIZW Uitgeverij, tel. 030-230 66 07)./Ester Mijnheer

Administrator

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden