Een interessant artikel over de kinderopvang in de Volkskrant van zaterdag 14 april. Heel wat ouders zoeken alternatieven voor de steeds duurdere kinderopvang. Er is sprake van een sterk toenemende vraag naar gastouderschap. Het blijkt dat deze bureaus overuren draaien.
Lees hier meer blogs van Dik Hooimeijer >>
Een groot bureau zag haar clientèle in het eerste kwartaal 2012 met maar liefst 60 procent toenemen. Dit type kinderopvang blijkt beduidend goedkoper dan de reguliere kinderopvang.
Maar het meest interessante deel in het artikel is ‘Buurtouders Nederland’. Een online platform waar ouders uit dezelfde buurt elkaar kunnen vinden en helpen om de opvang zelf te regelen.
Het kan niet anders dat de politiek, in het bijzonder het gezelschap in het Catshuis, hierbij de vingers aflikt. Want hier is tenslotte wel een staaltje burgerschap te zien en te vinden. Ouders gaan de opvang van hun kinderen gewoon met elkaar, in de buurt regelen. Als dit geen civil society is dan weet ik het niet meer. Het zou zomaar kunnen dat dit artikel de aanleiding om laatste half miljard te vinden om de bezuinigingen te halen.
Op zich, en dat meen ik oprecht, is het een uitstekende ontwikkeling vrienden en buren te nutten in het opvangen van elkaars kinderen. Ik ben er ook van overtuigd dat daar veel mogelijkheden liggen. Het versterkt het burgerschap en de kracht van burgers. Maar of hiermee een alternatief voor structurele kinderopvang is geboren, vraag ik mij ernstig af. Zo makkelijk als het lijkt, zal het volgens mij niet gaan.
Op de eerste plaats gaat kinderopvang verder dan alleen maar opvangen. Om een paar dingen te noemen: het werken met pedagogische programma’s, het monitoren van de ontwikkeling van kinderen en het bieden van huiswerkondersteuning. De kinderopvang moet aan talloze - vaak strenge - eisen voldoen. Ja, ik weet dat dit geen volledige garantie biedt zoals het Hofnarretje pijnlijk duidelijk heeft gemaakt.
Maar nu al kan ik de problemen en incidenten voorspellen die er gaan komen als ouders op structurele wijze hun kinderopvang in de buurt met elkaar gaan regelen. Twee keer de voorpagina van een landelijk dagblad of het NOS journaal en het gaat mis. Huilende ouders die zullen beweren dat ze door de overheid zijn gedwongen om gebruik te maken van de buurt omdat ze de opvang niet meer konden betalen. En dan heb ik het al helemaal niet over willekeur en vooroordelen. Doen homoseksuele ouders ook in de buurtpool mee, of de Turkse buurvrouw? Levert een blauw plekje bij de telg al direct een melding bij de politie op of wordt er gewoon ouderwets fysiek verhaal gehaald bij de buren. Kan je vertrouwen op de blauwe ogen van de buren?
Misschien overdrijf ik maar ik vraag mij af of dit de oplossing is voor structurele kinderopvang. In die zin adviseer ik de dames en heren in het Catshuis toch maar verder te zoeken naar dat half miljard.
Dik Hooimeijer (1954) is binnen Stichting MOOI, een welzijnsorganisatie in Den Haag en Zoetermeer, onder meer verantwoordelijk voor Marketing, Innovatie en Projecten. Sinds 1975 is hij werkzaam in de welzijnssector. Hij noemt zichzelf een absoluut welzijnsdier, maar is ook een oprecht criticaster. Naar zijn oordeel is welzijn te weinig innovatief en speelt het niet in op de tijdgeest.