3 jan 2011

Nieuws

Ethische richtlijnen voor de hulpverlener


De media berichtten de laatste dagen van 2010 flink over Fred Spijkers. De maatschappelijk werker die na 27 jaar zijn juridisch gelijk haalde. In 1984 weigerde hij de weduwe van een verongelukte militair voor te liegen over diens dood. In 2002 krijgt Spijkers eerherstel en eind 2010 volgt de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over zijn juridisch gelijk. De media gaven bij de berichtgeving hierover geen aandacht aan de beroepsethische kant van het verhaal. Ten onrechte.
Ethische richtlijnen voor de hulpverlener

Toen Spijkers (zie foto) in 1984 de weduwe moest vertellen dat haar man was omgekomen door eigen schuld ontdekte hij de ware reden. Dat was een ondeugdelijke mijn. In het conflict dat zich vervolgens ontrolde volhardde Spijkers in zijn gelijk. Zijn superieuren kwalificeerden hem echter als ‘politiek crimineel’ en werd hij psychiatrisch afgekeurd. In 1998 werd zelfs zijn inkomen gestaakt. Pas in 2002 erkende de staat dat Spijkers niet fout zat. En nu, eind 2010, kreeg hij dus ook zijn juridisch gelijk.

Fred Spijkers zal bij zijn opdracht om een leugen te verkopen ongetwijfeld hebben afgewogen of hij dat moreel kon maken. Artikel 23 van de Beroepscode voor de maatschappelijk werker (herziene versie NVMW-2010) stelt dat een maatschappelijk werker de uitvoering van zijn taken toetst aan de voorwaarden van een kwalitatief en ethisch verantwoorde beroepsuitoefening.

Met zijn handelwijze toen en zijn volharding daarna heeft Spijkers zijn beroepsgenoten van nu een uitstekende dienst bewezen. Want in de toelichting van het artikel staat dat maatschappelijk werkers de samenleving en de opdrachtgever vragen zich te realiseren dat zij professionele autonomie (handelingsruimte) nodig hebben om hun werk kwalitatief verantwoord te kunnen uitvoeren. Fred Spijkers geeft aan waarom.

Vooral de cliënt is gebaat bij duidelijkheid over de ethische richtlijnen van de hulpverlener. Hij weet dat de maatschappelijk werker er in eerste instantie voor hem is. Maar ook de samenleving en werkgevers zijn gebaat bij duidelijkheid: maatschappelijk werkers (en andere hulpverleners bij psychische en sociale problematiek) staan in eerste instantie voor de belangen van de cliënt. Alleen als dat niet het geval is  – zoals in de justitiële hulpverlening – maakt de hulpverlener dat vooraf duidelijk aan de cliënt.

Nu lijkt het verhaal van Spijkers logisch; zo’n leugen verkoop je niet. Maar dat is te makkelijk gezegd. De werkelijkheid ligt genuanceerder. Voor veel hulpverleners ligt het vaak moeilijk om een afweging te maken tussen de belangen en eisen van de opdrachtgever versus die van de cliënt. En die eisen zijn de laatste jaren behoorlijk aangescherpt: meer bureaucratie en minder professionele ruimte. Eerder op deze site wees ik op het voorbeeld van de opdrachtgever die als beleid stelt dat hulp moet worden afgesloten als een cliënt twee keer achter elkaar niet op een afspraak komt. De maatschappelijk werker zal dan toch een eigen afweging moeten maken. Is bijvoorbeeld huiselijk geweld de reden van het niet komen opdagen? 

De beroepsgroep doet er goed aan Fred Spijkers – mogelijk de bekendste maatschappelijk werker van het land - de eer te geven die hij verdient. Want met zijn voorbeeld worden begrippen als morele beroepswaarden en professionele autonomie een stuk concreter.

Jaap Buitink, adviseur professionaliteit & beroepsethiek
Zie ook: Informatie over de Beroepscode

Bron: Foto: ANP/Erik van 't Woud

door Alexandra Sweers 3 jan 2011