Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Kinderstad Maatschappelijk Ondernemer 2007

Kinderstad, de Tilburgse organisatie voor kinderopvang en peuterspeelzaalwerk, is uitgeroepen tot Maatschappelijk Ondernemer 2007, de jaarlijkse prijs van de MOgroep. ‘We laten ons niet bepalen door de structuren.’

Door Martin Zuithof - Jeanne Buitenhuis begon op haar achttiende als richtingswerker bij de Kinderbescherming. Ze werkte een tijd als sociaal-cultureel werker en richtte in de jaren zeventig samen met andere jonge moeders een eigen peuterspeelzaal op, die ze later uitbouwde tot buitenschoolse opvang.
Inmiddels is Buitenhuis (57) samen met Henriëtte Griep en Geert de Wit directeur van een organisatie met twintig kinderdagverblijven, 27 centra voor buitenschoolse opvang en 35 peuterspeelzalen. Kinderstad verzorgt ook gastouderopvang en tussenschoolse opvang. De organisatie is actief in Tilburg en Waalre en heeft 800 personeelsleden, waaronder 700 pedagogische medewerkers. Daarnaast zijn er continu zo’n honderd vrijwilligers en eenzelfde aantal stagiaires actief bij Kinderstad.

Vooroordelen
‘Ik ben altijd in de kinderopvangactief gebleven. In de jaren negentig kreeg je de impuls in de kinderopvang. Toen heb ik naast de peuterspeelzaal een kinderdagverblijf gemaakt en die uitgebreid met een buitenschoolse opvang. Vervolgens heb ik samen met Geert de Wit de Modulaire Samenwerking in de Kinderopvang (Mosaik) opgericht. Eerst waren we nog twee eenpitters en daarna hebben we samen een nieuw kinderdagverblijf opgericht. Vervolgens zijn we met een aantal organisaties gefuseerd. Wij bleven de directeuren. We zijn heel idealistisch, innovatief en luisteren goed naar de markt.’

Kinderstad ontstond in 2005 uit een fusie tussen Kinderopvang Midden Brabant, met kinderopvang en buitenschoolse opvang, en het vroegere Kinderstad, dat vooral peuterspeelzaalwerk deed. Buitenhuis: ‘Toen merkten we al snel dat de mensen er met de rug naar elkaar toestonden. Bij de peuterspeelzalen zeiden ze dat de kinderopvang zich alleen bezig hield met het verzorgen van de kinderen. Bij de kinderopvang zeiden ze: bij de peuterspeelzaal zijn ze alleen maar bezig met het voorbereiden van kinderen op de basisschool. Als directie vonden we dat het eigenlijk om hetzelfde ging: om het kind en zijn ontwikkeling.’

Oorzaak van de vooroordelen zijn de verschillen in traditie, financiering en cultuur, schetst Buitenhuis. ‘Unitmanagers gaven óf leiding aan de peuterspeelzaal óf aan de kinderopvang. Sommige gebouwen hadden zelfs twee ingangen: een voor de kinderopvang en een voor de peuterspeelzaal. Op de speelplaats had je een hekje tussen de kinderen van de kinderopvang en die van de peuterspeelzaal. Een rare situatie, alleen omdat het peuterspeelzaalwerk grotendeels door de gemeente wordt gesubsidieerd en de kinderopvang een vraaggestuurde markt is.’

Kindercentra
Buitenhuis en haar collega’s begonnen met samenvoeging van beide disciplines en startten nieuwe Kindercentra voor Zorg en Ontwikkeling. Buitenhuis organiseerde daarom een rondetafelgesprek met kinderopvangleidsters en medewerkers van de peuterspeelzaal, waarbij alle vooroordelen weer op tafel kwamen. Intussen wilde de gemeente het
peuterspeelwerk aanbesteden en bij het basisonderwijs onderbrengen.
‘We moesten een sterke politieke lobby voeren. Daarom organiseerden we in oktober 2006 een expertmeeting waarvoor we alle betrokkenen uit de stad hebben uitgenodigd om met ons te praten over: wat is kinderopvang en wat is belangrijk voor het kind? Als je maar een locatie in de stad hebt om de kinderopvang en peuterspeelzalen te organiseren dan gaat onze voorkeur ernaar uit om de peuterspeelzaal in de kinderopvang onder te brengen. Van daaruit kunnen ze ook samenwerken met het onderwijs.’

‘De gemeente zegt juist: de peuterspeelzaal hoort in de basisschool. Dan werken zij van daaruit wel samen met al die zorgpartners in de wijk, zoals de kinderopvang. Maar wij vinden het niet logisch dat de gemeente de kinderen van de peuterspeelzalen vanwege de andere financiering dwingend de school in jaagt en niet een bredere verantwoordelijkheid neemt.’
Want door de kinderopvang aan een peuterspeelzaal toe te voegen, worden achterstanden doorbroken, zo is de overtuiging van Buitenhuis en haar collega’s. ‘De gemeente wil peuterspeelzalen in het onderwijs. Ze zetten daarmee kinderen bij elkaar in basisscholen in wijken waar al achterstand is. Ze zetten de achterstandspeuterspeelzaal in een achterstandsschool. Ze vergeten dan alle kinderen erbij te betrekken. Uit onderzoek blijkt dat kinderen het beste taal leren in een ‘taalbed’ met allerlei leeftijdsgenootjes om zich heen.’

De nieuwe kindercentra worden bij voorkeur ondergebracht in multifunctionele locaties zoals een brede school, waarin naast onderwijs, bijvoorbeeld thuiszorg, welzijn, peuterspeelzaalwerk, bibliotheek samenwerken. Kinderstad beheert intussen 95 procent van alle peuterspeelzalen en zo’n zestig procent van de kinderopvang in Tilburg, vertelt Jeanne Buitenhuis: ‘We hebben onze unitmanagers verantwoordelijk gemaakt voor een kindercentrum met kinderopvang, peuterspeelzaal en buitenschoolse opvang. We zien het centrum als een centraal punt in de wijk. Als een gezicht werken kinderopvang en peuterspeelzaalwerk samen met basisonderwijs, met de thuiszorg en wie er nog meer actief is in de wijk. Dat is helemaal nieuw voor de kinderopvang. Dat leidt tot meer begrip, betere afstemming, heldere samenwerking, een stuk herkenbaarheid. Daarin ligt ook de kracht van het concept: omdat we zo breed kunnen denken, kunnen we het ook snel opzetten en het vertrouwen winnen van ouders en andere professionals in de wijk.’

U kunt het hele artikel lezen in Zorg + Welzijn Magazine nummer 2, februari 2008

Administrator

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden