Tuinhuis in Amsterdam biedt verslaafden Jellinekkliniek dagbesteding: Vangnet van een afkickfabriek

Bijna een jaar is het Tuinhuis achter de Jellinekkliniek in Amsterdam open. Met groot succes. Inmiddels hebben al meer dan 23 verslaafden de gezelligheid en warmte van Jaap van Ginkel en zijn vrouw Kriel Willems opgezocht. Zij vangen in het Tuinhuis verslaafden op die hun verslaving niet op kunnen geven en het leven in de kliniek niet aan kunnen. ‘Na een dip werd ik weer als verloren zoon binnen gehaald.’

Een wat magere man met lange zwarte haren loopt in en

uit. Hij haalt een verfrommeld briefje uit zijn zak om te kijken wat hij nog kan

doen. Hij heeft het druk: er is een fiets kapot en de treden van de trap buiten

zijn glad. Met kerst had hij het helemaal druk. ‘Ik was af en toe tot vier uur

’s middags bezig met bijvoorbeeld het wegknippen van groen voor mijn

kerststukken. Ik heb er een stuk of vijftig gemaakt en tien hele grote,’ vertelt

Richard trots. Hij is veertig jaar, is vanaf zijn zeventiende verslaafd aan

drugs en komt vijf dagen in de week in het Tuinhuis.

Richard heeft samen met Jaap van Ginkel en Kriel Willems vorig jaar

februari geholpen om het Tuinhuis op te zetten. ‘Het heeft een vangnetfunctie

voor cliënten uit de kliniek die het afkicken niet trekken en niet terug de

maatschappij in kunnen. Mensen die uit de kliniek waren gevlucht, zaten hier na

een week al pinda’s te rijgen. En verder is het project Tuinhuis ook een soort

tweede ingang naar de Jellinek,’ legt Jaap van Ginkel uit.

Afkicken

Het leven van verslaafden draait normaal 24 uur per dag om drugs of

alcohol. In het Tuinhuis mogen ze geen drugs of drank gebruiken. Ze leren er

koken, internetten, kleding maken en het verkopen. De deelnemers zijn ingedeeld

per dagdeel en krijgen daar ieder € 1,25 plus € 2,- eetvergoeding voor, te

besteden in het Tuinhuis. Daardoor krijgen ze een regelmatig leven, gebruiken ze

minder en zien ze dat het leven ook anders kan zijn. Het kleine gebouwtje achter

de kliniek aan de Sarphatistraat in Amsterdam ziet er uit als een gezellig

huiskamer, met houten tafels en stoelen, een kleine keuken en een aantal vogels

in een kooitje. Op de kleine binnenplaats staart een tuinkabouter over een

miniatuurvijver en genieten een aantal duiven van een door verslaafden gebouwde

voedertafel.

Van Ginkel is al sinds 1978 betrokken bij de hulpverlening aan verslaafden.

Van eind jaren zeventig tot de sluiting in 1999 werkte hij in theehuis Progein.

In dat theehuis kregen ex-verslaafden een kans om werkervaring op te doen.

Stichting Progein fuseerde zo’n acht jaar geleden met de Jellinekkliniek. Van

Ginkel kwam daardoor in dienst van, naar eigen zeggen, ‘de grootste

afkickfabriek van Nederland’.

Na het sluiten van Progein werkte hij nog mee aan een aantal andere

werkprojecten, maar ook die konden niet blijven bestaan. Voornamelijk omdat het

steeds moeilijker was om verslaafden te helpen. ‘Vroeger waren ze verslaafd aan

heroïne of alcohol. En die twee groepen moesten niks van elkaar weten.

Tegenwoordig gebruiken ze alles door elkaar en is het cocaïnegebruik opgekomen.

Het is redelijk goedkoop, maar erg verslavend,’ vertelt Van Ginkel. Jellinek

kwam toen met het idee om een ruimte voor dagactiviteiten in het centrum te

creëren. De ruimte zou ook gebruikt worden voor intakes voor het Werk &

Scholingproject. Uiteindelijk heeft Jellinek die ideeën laten varen en kwam Van

Ginkel met het Tuinhuis.

Familiegevoel

Jaap van Ginkel begroet iedereen die binnen komt lopen, want hij kent alle

verslaafden bij naam. Veel van hen hebben nog met Van Ginkel samengewerkt bij

Progein. Zo ook Richard. Hij meldde zich als eerste aan. In de kale ruimte

bouwde Jaap een bar, Richard schilderde de boel en er werd druk schoongemaakt.

Na de opening op 28 februari 2002, meldden steeds meer verslaafden zich. ‘Via

mond tot mond reclame van mij en Richard en door het verspreiden van flyers. De

Jellinek deed niks aan publiciteit.’ Inmiddels lopen er zeker 23 vaste

deelnemers in en uit. Dagelijks komen er gemiddeld twaalf.

Richard is de bloemenman. Voor verschillende vaste klanten, variërend van

directieleden van de Jellinek tot bedrijven in de buurt, maakt hij boeketten.

Een opleiding om bloemschikken te leren heeft hij niet gehad. ‘Ik ben zelf heel

creatief. Met kerst heb ik een stuk gemaakt dat zo groot als een tafel was en op

de ArenA leek. Maar toen iemand het oppakte en weg wilde zetten, is diegene er

op gevallen. Toen stonden de tranen in mijn ogen. Het is echt pielwerk om zoiets

te maken. Wat ik maak, kan niemand anders maken. De bloemstukken zien er ook

elke keer anders uit.’

Richard werkt het liefst buiten en met zijn handen. Stilzitten kan hij

niet. ‘Ik ben continu bezig, ik zoek gewoon werk. Dit is echt een afleiding om

minder drugs te gebruiken, ik ga nu elke dag naar mijn werk. Ik ben hier al

vanaf het begin en ik vind het echt een prestatie dat ik het zolang vol hou.

Jaap en Kriel zie ik als een soort vader en moeder. Als ik het moeilijk heb ga

ik altijd naar Jaap toe.’

Robert, vijftig jaar, was theatertechnicus. Hij sloeg echter veel

aanbiedingen af, omdat hij tijdens sommige tournees ook zou moeten koken. En dat

kon hij niet, dacht hij. Inmiddels kookt hij regelmatig voor de bezoekers en

deelnemers van het Tuinhuis. Ook hij kent Jaap nog van Progein. ‘Het klinkt

dubbelzinnig, maar ik zit hier in het kookproject,’ vertelt de aan cocaïne

verslaafde Robert. ‘Het is heel dankbaar werk, mensen vinden mijn eten lekker.

Ik vind het een fijn gevoel dat ik met iets bezig ben en ik leer er veel

van.’

Het koken gaat Robert afbouwen, omdat hij zich weer op zijn oude beroep

gaat richten. De verslaafden zijn zelf met het idee gekomen om een

theaterproject te starten. In het kleinschalige Tuinhuis voelt Robert zich erg

op zijn gemak. ‘Je wordt hier niet veroordeeld. Toen ik met de kerstperiode in

een dip zat en even niet was geweest, werd ik weer als een verloren zoon binnen

gehaald. Hier kom ik in een soort vervanging van familie terecht, met de warmte

van Jaap en Kriel.’

Inmiddels heeft Richard zijn klussenlijst afgewerkt en gaat er vandoor. ‘Zo

het is wel weer een lange dag geweest,’ zegt hij en groet de anderen.

Gedeelde smart

Van Ginkel moet lachen. ‘Ik word door veel mensen als een vader gezien,

maar tegen hun vader zouden ze niet alles zeggen, tegen mij wel.’ Samen met

Kriel is hij van tien uur ‘s ochtends tot ’s avonds zes uur aanwezig. Ze sturen

de verslaafden aan en luisteren vooral veel naar de verhalen. De gesprekken gaan

niet altijd over afkicken of drugs. Jaap hangt wat achter de bar en schenkt voor

een verslaafde een bak koffie in. Ondertussen luistert hij aandachtig naar een

ander die zijn muziek voorkeuren met Jaap deelt. Een andere verslaafde, die net

zijn lunch op heeft, helpt met het schillen van aardappels. Uit de kleine keuken

komt de geur van gebakken ei.

Volgens Van Ginkel is het voor de verslaafden heel bevredigend dat ze iets

presteren. Verder komen ze in het Tuinhuis ook in contact met andere

verslaafden, zodat ze hun verhaal kwijt kunnen. ‘Hier is de gezelligheid, een

beetje warmte. Gedeelde smart is halve smart. En medewerkers van de Jellinek

komen bijna dagelijks hier een tosti eten. Op die manier komen ze informeel in

contact met hulpverleners. Ik ben inmiddels al met vijf man naar de aanmelding

van de Jellinek geweest.’

Van Ginkel (54) heeft nooit een opleiding tot hulpverlener gevolgd en

daarin ligt een deel van zijn kracht. ‘Ik ben eigenlijk fotograaf en ben in het

theehuis begonnen als cursusleider fotografie. De meeste gebruikers kende ik al.

Ik ben opgegroeid in de jaren zestig: toen heb ik ook van alles gebruikt, maar

ik ben nooit verslaafd geweest. Dat soort dingen werkt in mijn voordeel. Ik ben

gewoon Japie.’

Wat de directie van Jellinek niet had verwacht, is gelukt: het Tuinhuis is

een groot succes. Het is er over het algemeen verschrikkelijk druk. Eind dit

jaar zal het Tuinhuis haar vaste stek kwijtraken en met de kliniek mee verhuizen

naar de Keizersgracht in Amsterdam. Daarnaast krijgt het project uitbreiding.

Jaap en Kriel zijn gevraagd om ook in Amsterdam Zuid-Oost, de Bijlmer, een soort

Tuinhuis op te zetten. Het succes zit volgens Van Ginkel vooral in de

gezelligheid en continuïteit. ‘Wij zijn altijd aanwezig. Om een voorbeeld te

noemen: tweede kerstdag was bijna alles dicht in de stad, maar wij hadden een

groot kerstdiner. Je moet wat extra’s doen, dat stellen ze echt op prijs. Verder

zoek ik buiten mijn werk mensen op in de kliniek. En daarnaast ken ik veel

mensen, ik ken hun verhalen en weet wie ze zijn. Dat vinden de meeste echt

verschrikkelijk fijn, ze zijn hier geen nummer.’/Linda Blok

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.