Participatie

Participatie
Positieve Gezondheid in de praktijk

7 tips om met Positieve gezondheid aan de slag te gaan

Positieve gezondheid maakt een opmars in Nederland, ook in het sociaal domein. Het concept toepassen in de praktijk is echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. Hoe pak je dat aan? Twee experts geven zeven tips om ermee aan de slag te gaan.
Participatie

Sport en bewegen in de ggz en maatschappelijke opvang

Veel mensen halen plezier en betekenis uit sporten en bewegen. Sporten en bewegen kunnen ook bijdragen aan een betere kwaliteit van leven van mensen in de geestelijke gezondheidszorg en/of maatschappelijke opvang. Hier gaat dit artikel over. Het eindigt met tips voor het succesvol inzetten van sport voor deze groep.
LVB

Er wordt te laat hulp verleend en op de verkeerde manier

Huishouden, werk, sociale contacten en vrije tijd. Voor de 1,2 miljoen mensen met een verstandelijke beperking is meedoen op alle terreinen problematisch. Bij de hulp en ondersteuning wordt te veel de nadruk gelegd op zelfredzaamheid. En daar gaat het mis, concluderen onderzoekers van het Sociaal en Cultureel Planbureau. ‘Een verstandelijke beperking wordt vaak niet herkend.’
Wet- en regelgeving

Van beschermd wonen naar beschermd thuis: ‘keihard werken’

Ondanks dat de officiële overgang van beschermd wonen naar beschermd thuis (weer) is uitgesteld, tot januari 2022, zijn veel organisaties en gemeenten al druk bezig met de ambulantisering van het beschermd wonen. Het stelt sociaal professionals dan ook voor flinke uitdagingen, stelt onderzoeker Margit van der Meulen. ‘Ik denk niet dat het makkelijk zal gaan; het vraagt keihard werken.’
Participatie

Zo communiceer je effectiever met cliënten

Slechts twintig procent van de cliënten geeft aan dat ze hun verhaal kunnen afmaken. 'Effectieve interprofessionele communicatie, waarbij de cliënt meepraat en meedenkt als professional, is heel belangrijk', benadrukt logopediewetenschapper Yvonne van Zaalen. Met tips over effectief communiceren, ook in coronatijd.
LVB
silhouet

‘Lvb is vaak een blinde vlek’

Voor mensen met een licht verstandelijke beperking (lvb) is meedoen niet vanzelfsprekend. Lisa Putman en Isolde Woittiez van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) pleiten in hun vandaag verschenen rapport. 'Meer meedoen’ voor een voorlichtingscampagne en trainingen om ambtenaren, hulpverleners, leraren en werkgevers hier bewust van te maken. ‘De insteek is te vaak zelfredzaamheid. Maar zelfredzaam zijn mensen met een lvb niet.’
Jeugdhulp
gameboy

KIPPENVEL ‘Ik heb stiekem naar hem gekeken, met tranen in mijn…

Jolanda van Gerwe is directeur van Join us, een stichting die bijeenkomsten organiseert om eenzame jongeren te helpen uit hun schulp te kruipen, aan hun zelfbeeld te werken en sociale vaardigheden op te doen. Een paar jaar geleden begeleidde Van Gerwe zelf nog avonden en één jongen is haar altijd bijgebleven.
Participatie
rolstoel drempel

Positieve gezondheid: nu ook op wijkniveau

Gezond zijn is meer dan niet ziek zijn. Het gaat ook over meedoen, kwaliteit van leven en zingeving ervaren. Het Louis Bolk instituut onderzocht welke interventies gezondheid- en welzijnsprofessionals op wijkniveau kunnen doen om bij te dragen aan de positieve gezondheid van de bewoners.
Veel belemmeringen bij duurzaam werk voor jongeren met arbeidsbeperking

Wajongers blijven ‘tweederangsburgers’

Ondanks veel protest van een brede coalitie van belangenorganisaties, vakbonden en mensen uit de doelgroep, heeft de Eerste Kamer ingestemd met de harmonisatie van de Wajong. ‘Mensen met een beperking of chronische ziekte blijven hierdoor een soort tweederangsburgers’, zegt Illya Soffer, directeur van Ieder(in).
Participatie

Corona: Nederland initiatievenland

Nederland is een behulpzaam land, blijkt uit de talloze initiatieven die sinds de coronacrisis zijn opgestart. Zorg+Welzijn verzamelde een boeket aan prijzenswaardige initiatieven.

Over participatie

Wat is de Participatiewet?

Iedereen die kan werken, maar die het zonder ondersteuning niet redt op de arbeidsmarkt, valt sinds 1 januari 2015 onder de Participatiewet. Doel van deze wet is dat meer mensen, ook mensen met een arbeidsbeperking, werk vinden. In de Participatiewet wet zijn de voormalige Wet sociale werkvoorziening, de Wet werk en bijstand en de Wajong samengevoegd. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Participatiewet.

Lees meer

Sinds de invoering van de Participatiewet op 1 januari 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk om mensen die ondersteuning nodig hebben, aan de slag te krijgen op de arbeidsmarkt. Om dit te kunnen realiseren, zijn er in de wet een aantal instrumenten opgenomen die gemeenten moeten helpen zoals loonkostensubsidie en beschut werk. Naast het bieden van ondersteuning die gericht is op arbeidsinschakeling, hebben gemeenten ook de taak om inwoners die onder de Participatiewet vallen, wanneer dat nodig blijkt, inkomensondersteuning te bieden. Gemeenten bepalen zelf welke inwoners voor welke vorm van ondersteuning in aanmerking komen.

Om daadwerkelijk te zorgen dat mensen die ondersteuning nodig hebben in dienst genomen worden door een werkgever, kunnen gemeenten werkgevers een loonkostensubsidie verstrekken. Deze subsidie kan uitgekeerd worden als een werkgever iemand in dienst neemt die per uur niet volledig productief zijn en daardoor eigenlijk niet het wettelijk minimum loon kunnen verdienen.

Beschut werk en banenafspraak

Een ander onderdeel van de Participatiewet is de opbouw van beschut werk. Beschut werk is bedoeld voor mensen die zo veel begeleiding nodig hebben op hun werkplek (bijvoorbeeld door hun lichamelijke of psychische beperking) dat het niet realistisch is om van een reguliere werkgever te verwachten dat hij hen in dienst neemt. Daarom is er vanuit het rijk budget beschikbaar gesteld om in totaal 30.000 beschutte werkplekken te realiseren. Dit gaat echter nog niet zo voorspoedig als gehoopt. Zo was er in 2015 bijvoorbeeld budget om 1600 plekken te realiseren, uiteindelijk zijn dat er maar 44 geworden. De Tweede Kamer heeft daarom vastgesteld dat gemeenten vanaf 1 januari 2017 verplicht zijn om beschut werk aan te gaan bieden. Binnen vijf jaar moeten de plekken die in 2015 en 2016 niet gerealiseerd werden, alsnog beschikbaar komen. Het totaal van 30.000 plekken moet in 2048 gehaald zijn.

En dan is er nog de banenafspraak. In 2013 is, in het sociaal akkoord, afgesproken dat werkgevers voor 2026 stapsgewijs 100.000 extra banen creëren voor mensen met een ziekte of een handicap. De overheid creëert daar bovenop ook 25.000 banen. Deze banenafspraak staat los van het bieden van beschut werk. Wanneer de doelstellingen van de banenafspraak niet gehaald worden, kan er een dwingend quotum afgesproken worden. Dat quotum houdt in dat op termijn elke werkgever met 25 en meer werknemers een formele verplichting krijgt arbeidsplaatsen open te stellen aan mensen met een arbeidsbeperking en moet betalen voor niet vervulde plekken.

Tegenprestatie en basisinkomen

Naast regels, subsidiemogelijkheden en afspraken voor en met werkgevers, zijn er in de Particpatiewet ook verplichtingen opgenomen voor burgers. Eén van die verplichtingen is de tegenprestatie naar vermogen. Dit betekent dat gemeenten inwoners die een bijstandsuitkering ontvangen, kunnen verplichten hier een tegenprestatie voor te leveren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het verplicht uitvoeren van vrijwilligerswerk. De enige voorwaarden die het rijk stelt aan de tegenprestatie, is dat de tegenprestatie het re-integratiebeleid niet mag doorkruisen en dat er geen tegenprestatie gevraagd mag worden van alleenstaande ouders die de volledige zorg hebben voor één of meer kinderen tot vijf jaar.

Om na te gaan of mensen met een bijstandsuitkering sneller uitstromen naar werk en daardoor dus minder (lang) afhankelijk zijn van een uitkering, wordt er nu in verschillende gemeenten getest of een basisinkomen zou werken. Er zijn hiervoor verschillende experimenten in gang. Vanuit het rijk wordt een experiment gesubsidieerd. In dit experiment mogen bijstandsgerechtigden deelnemen op vrijwillige basis en worden ze ingedeeld in drie groepen: een ontheffings-, een intensiverings- en een vrijlatingsgroep. Op die manier kunnen gemeenten testen hoe gedrag van bijstandsgerechtigden verandert naarmate ze meer of minder verplichtingen krijgen en wel of geen geld mogen bijverdienen naast hun uitkering. Een aantal gemeenten, zoals Terneuzen en Zwolle, die dit experiment te ingewikkeld vinden, ontwikkelen zelf experimenten waarbij de regeldrang minder hoog is.

Uitgelicht congres

Congres Armoede en Schulden

ReeHorst

Congres Ervarings deskundigheid

ReeHorst