Artikel bewaren

Je hebt een account nodig om artikelen in je profiel op te slaan

Login of Maak een account aan
Reacties0

MOVISIE Het delen van ervaringen kan discriminatie verminderen

Sophie van Hogendorp
Hoofdredacteur Zorg+Welzijn
Discriminatie is een eeuwenlang, veelvoorkomend, veelomvattend en hardnekkig probleem en kan leiden tot zowel psychische als lichamelijke klachten. Wat kun je doen om hier verandering in te brengen? Om daar antwoord op te geven, ontwikkelde Movisie het dossier Wat werkt bij het verminderen van discriminatie?

Het is ingewikkeld om te achterhalen hoe vaak discriminatie voorkomt. Zo wordt bijvoorbeeld niet alle discriminatie gemeld bij politie of antidiscriminatiebureau. Wel blijkt uit onder meer de Nederlandse cijfers arbeidsmarktdiscriminatie en de SCP-cijfers over ervaren discriminatie dat discriminatie nog steeds veelvoorkomend is. ‘En dat is een groot probleem, want discriminatie kan nadelige gevolgen hebben voor de gezondheid van mensen. Op psychisch vlak, maar ook lichamelijk’, aldus Hanneke Felten, projectleider en onderzoeker bij Movisie.

OV-kaart controleren

Het risico op gezondheidsklachten neemt toe naarmate de ervaren discriminatie toeneemt. Onderzoeker René Broekroelofs: ‘Vaak is discriminatie een dagelijkse ervaring. Dan gaat het niet per se om heel expliciete discriminatie, maar ook om impliciete discriminatie. Kleine opmerkingen, het gevoel krijgen dat je er niet helemaal bij hoort.’ Zelf heeft hij daar ook ervaring mee. ‘Ik heb een Aziatisch uiterlijk en een Nederlandse naam. Als conducteurs in de trein mijn OV-kaart controleren, vergelijken ze de foto op de kaart altijd even goed met mijn gezicht. Ze maken daar soms ook opmerkingen bij als: dit is wel een gekke naam voor jou. Ik zie conducteurs bij medereizigers nooit zo lang naar een foto kijken. Dit is echt een voorbeeld van impliciete discriminatie.’

In een samenleving als Nederland, die bekendstaat als behoorlijk tolerant, kun je je eigenlijk niet voorstellen dat dit soort vormen van discriminatie nog aan de orde van de dag is. Felten: ‘Ja, het wordt in Nederland steeds meer geaccepteerd als je LHBTI bent, maar negatieve uitingen komen nog steeds voor.’

Felten heeft, net als haar collega, zelf ook ervaring met discriminatie. Enige tijd geleden reageerde Johan Derksen op televisie op een petitie om voetbalvelden homovriendelijker te maken. Hij stelde: ‘We moeten ophouden met dat het zo verschrikkelijk is om uit de kast te komen. Als je een beetje karakter hebt, kom je er gewoon voor uit.’ Derksen kon rekenen op een stortvloed aan kritiek. Via #sorryjohan deelden bekende en onbekende Nederlanders op sociale media persoonlijke verhalen over hoe moeilijk het is om open te zijn over je geaardheid. Ook Felten deelde haar ervaring. ‘#SorryJohan dat ik niet meer geholpen werd in een trouwjurkenwinkel toen bleek dat ik met een vrouw ging trouwen. En sorry dat mijn vrouw en ik geweigerd werden door de trouwambtenaar. Ook sorry dat de kinderarts bij de geboorte van mijn dochter mij geen hand wilde geven.’ Haar tweet werd 266 keer geretweet, 1614 keer geliket en ze kreeg 177 ontstelde reacties onder haar bericht. Felten: ‘Ik had zelf niet het idee dat ik iets heftigs deelde, terwijl andere mensen dachten: hè, gebeurt dit echt? Het heeft te maken met je perspectief. Ervaringen delen over discriminatie en racisme is daarom heel belangrijk. Het geeft niet alleen inzicht, maar door je in te leven in hoe het is voor een ander, kunnen vooroordelen en stereotypen worden verminderd.’

Negatief frame niet herhalen

Die stereotypen en vooroordelen zijn dan ook een belangrijke oorzaak van discriminatie en racisme. Broekroelofs: ‘Onbewuste, of impliciete, discriminatie komt veruit het meest voor. Het gaat dan om automatische processen die voortkomen uit stereotypen en vooroordelen. Die ontstaan bijvoorbeeld door wat mensen meekrijgen uit de media en hun eigen ervaringen.’ Felten: ‘Dat werkt overigens ook andersom. En dat is een belangrijk mechanisme om discriminatie tegen te gaan. Als je een positieve associatie herhaalt, kun je impliciete vooroordelen veranderen.’

Wat daarom heel belangrijk is in de strijd tegen discriminatie en racisme, is om niet mee te gaan in het negatieve frame van bijvoorbeeld haatzaaiers. Felten: ‘Je moet dat negatieve frame niet herhalen. Dan blijft het namelijk juist hangen. Wanneer het bijvoorbeeld gaat over het bevorderen van diversiteit op de werkvloer, zullen tegenstanders zeggen dat je daardoor bepaalde mensen uitsluit of juist voortrekt. Als je diversiteit op de werkvloer in een positief frame wilt zetten, ga dan niet de argumenten van tegenstanders ontkrachten, maar focus op een positief frame. Diversiteit op de werkvloer gaat namelijk over eerlijkheid, het naar boven brengen van talent. Daar kan toch niemand tegen zijn?’

Wanneer je sociale normen wilt veranderen, is het ook handig om rekening met dit framen te houden. Hoe mensen denken dat anderen denken over discriminatie, is een sterke voorspeller over hoe vaak discriminatie voorkomt. Felten: ‘Als mensen denken dat iedereen weleens discrimineert en dat discriminatie heel normaal is, is de kans groot dat meer mensen gaan discrimineren.’ En ook dat werkt dus andersom. ‘Wanneer mensen denken dat discriminatie not done is, doen ze meer hun best om niet te discrimineren.’

Controle over vooroordelen

Naast het vergroten van empathie en inlevingsvermogen, en het veranderen van de sociale norm, vonden de onderzoekers van Movisie nog een mechanisme dat werkt bij het verminderen van discriminatie: het creëren van bewustwording en controle krijgen over vooroordelen en stereotypen. Felten: ‘Als mensen heel erg gemotiveerd zijn, kunnen ze zich bewust worden van impliciete vooroordelen die ze zelf hebben en daar verandering in aanbrengen. Maar: dit werkt alleen bij een beperkt deel van de bevolking. Voor sociaal werkers zelf kan dit heel toepasbaar zijn. Als ze gemotiveerd zijn om hun eigen vooroordelen te herkennen en hun gedrag willen veranderen, hebben ze er veel voordeel bij dat ze vaak al goed kunnen reflecteren op hun eigen gedrag. Maar bij bijvoorbeeld pubers werkt dit mechanisme meestal niet. Zij hebben minder zelfcontrole omdat hun hersenen nog in ontwikkeling zijn. Ze kunnen zich wel bewust worden van hun impliciete vooroordelen, maar zijn nog niet in staat om die onder controle te houden.’

Felten en Broekroelofs adviseren sociaal werkers dan ook om, wanneer ze bijvoorbeeld discriminatie in buurten en wijken willen verminderen, te focussen op het veranderen van de sociale norm. Broekroelofs: ‘De drie werkzame mechanismen zijn drie losse sporen, maar ze kunnen wel invloed op elkaar hebben. De sociale norm is wat dat betreft de basis. Lukt het je om die positief te beïnvloeden, kan dat al direct leiden tot positiever gedrag. Mensen kunnen door de sociale norm meer bereid worden te luisteren naar de ervaringen van mensen die bijvoorbeeld een andere huidskleur of religie hebben. En wanneer je écht gaat luisteren naar de verhalen van mensen die regelmatig te maken krijgen met discriminatie, je gaat inleven in die mensen, dan kan dat vooroordelen en stereotypen verminderen.’

Het dossier Wat werkt bij het verminderen van discriminatie? kan worden gedownload via de website van KIS.

https://static-content.springer.com/image/art%3A10.1007%2Fs41185-019-0225-0/MediaObjects/41185_2019_225_Fig1_HTML.jpg

© Movisie

Geef je reactie

Om te kunnen reageren moet je ingelogd zijn. Heb je nog geen account, maak dan hieronder een account aan. Lees ook de spelregels.