Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Grenzen aan de inzet van vrijwilligers

Naar aanleiding van mijn blog over de waarde van niet-formeel leren was ik onlangs uitgenodigd voor een netwerkbijeenkomst van de Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV), met vrijwilligersorganisaties die met of voor jongeren werken. Aan een van de tafels ontstond discussie over de grenzen aan de inzet van vrijwilligers. Wat kun en wil je vrijwilligers wel en niet laten doen?
'Wat kun je en wat wil je een vrijwilliger wel en niet laten doen?'
'Wat kun je en wat wil je een vrijwilliger wel en niet laten doen?'

In een tijd waarin weinig organisaties ontkomen aan bezuiniging en 'meer met minder' steeds vaker het adagium lijkt, is de inzet van vrijwilligers voor veel organisaties in de jeugdsector van toenemend belang. Vrijwilligers die taken overnemen van betaalde krachten sorteren direct effect op het kostenplaatje van een organisatie. Tegelijkertijd past de inzet van vrijwilligers binnen de participatietrend; bij een terugtredende overheid en een beleid gericht op eigen regie en verantwoordelijkheid van mensen klinkt het logisch om meer gebruik te maken van de vrijwillige inzet van die mensen.

Maar wat kun je en wat wil je een vrijwilliger wel en niet laten doen? Lichte vormen van ondersteuning en werken met groepen mensen die weinig begeleiding nodig hebben, kan een organisatie vaak aan vrijwilligers overlaten. Maar zwaardere ondersteuning of de begeleiding van mensen met een beladen geschiedenis of flinke gebruiksaanwijzing? Welke risico's zijn verantwoord om te nemen als je hier geen beroepskrachten op zet? En waar kun je vrijwilligers wel en niet op afrekenen?

Ik weet de antwoorden ook niet. Kern van het verhaal is dat eenduidige antwoorden niet bestaan, maar dat elke organisatie met haar eigen vrijwilligers moet kijken wat wel en niet mogelijk is. In grote mate hangt dit af van de kwaliteit van de vrijwilligers. Tijdens de bijeenkomst gaf iemand het voorbeeld van een organisatie die met veel stagiairs werkt. Deze organisatie kreeg de vraag voorgelegd wie deze stagiairs begeleidde. Een vrijwilliger, had het antwoord kunnen zijn. Maar het antwoord luidde: een orthopedagoog. Omdat de vrijwilliger in kwestie beroepshalve toevallig een orthopedagoog bleek te zijn. De ene vrijwilliger is de andere niet en sommige vrijwilligers kun je andere en soms ook 'zwaardere' taken toevertrouwen dan andere.

De inzet van vrijwilligers heeft vaak meer effect dan alleen op de personeelskosten. Tijdens de bijeenkomst hoorde ik het voorbeeld van een lokale schuldhulpverleningsorganisatie, die met een grote groep vrijwilligers werkt als brugfunctie tussen mensen met schulden en de professionele hulpverlening. Sinds de inzet van vrijwilligers is het aantal mensen dat werd geholpen in de schuldhulpverlening fors toegenomen. Wellicht omdat in de betreffende regio plotseling meer mensen met schuldproblemen geconfronteerd werden. Aannemelijker is dat door de inzet van vrijwilligers de mensen met schulden beter gevonden werden en dat de hulpverlening door de inzet van vrijwilligers laagdrempeliger is geworden.

Maatwerk is hier dus het devies, uitgaande van twee vragen. Wie zijn je vrijwilligers? En wie zijn je doelgroepen? De kunst is om zo goed mogelijk gebruik te maken van de kracht van je vrijwilligers, wetende wat de beperkingen zijn van de inzet van vrijwilligers. Dat vraagt voor elke organisatie die met vrijwilligers werkt een goed doordacht vrijwilligersbeleid. Misschien wel geschreven door een vrijwilliger.

Mark Snijder

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden