Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

‘Gemeenten hebben onvoldoende invloed op maatschappelijke problemen’

Doordat gemeenten in de Wmo zijn aangewezen als regisseur voor de oplossing van maatschappelijke vraagstukken, nemen zij te makkelijk doelen op zich waarop ze onvoldoende invloed hebben. Dat stelt Liselot Godschalx, beleidsmedewerker zorg bij de gemeente Tilburg en als onderzoeker aangesloten bij de Universiteit van Tilburg. Godschalx pleit ervoor dat gemeenten in hun Wmo-beleid kleinere, concrete doelen stellen die haalbaar zijn.
‘Gemeenten hebben onvoldoende invloed op maatschappelijke problemen’

-OPINIE- De gemeenschapsaanpak staat centraal in Wmo-beleid. Gemeenten zijn ervan overtuigd dat zij met hun Wmo-beleid de 'civil society' kunnen versterken en meer vragen om zorg en ondersteuning kunnen laten opvangen door gemeenschappen zelf. Wetenschappelijk gezien zijn hier echter kanttekeningen bij te plaatsen. Het versterken van de sociale samenhang tussen mensen is een uitermate moeilijke opdracht. Wetenschappers voeren aan dat gemeenten over het algemeen slecht zicht hebben op sociale problematiek en structureel hun rol overschatten. (De Boer and Lugtmeijer 2009)

Vaag begrip
Het begrip ‘civil society’ is een vaag begrip. Niemand weet precies wat het inhoudt en iedereen hecht er zijn eigen betekenis aan. Ook in de wetenschap is er geen eenduidige definitie. (Mayo 1994) Toch vormt de gemeenschapsaanpak het begrip het centrale concept van de Wmo; de gemeenschap wordt verheven tot ideaal. Het heeft te maken met waarden als zekerheid, er als mens toe doen en onderlinge solidariteit. Niemand zal deze waarden tegenspreken.

Het centraal stellen van gemeenschappen als oplossing van sociale problematiek is echter een politieke ideologie die niet altijd gebaseerd is op empirische feiten. In tijden van economische crisis wordt deze benadering vaak populair bij overheden. (Shaw 2011) Hij wordt door overheden gebruikt als tactische politieke benadering om vrijwel structurele maatschappelijke problemen vatbaar te laten lijken voor lokale oplossingen, terwijl ze dat in feite niet zijn. (Craig 1989, Shaw 2008) Gemeenten moeten zich hier van bewust zijn en daarom uitermate kritisch zijn als ze onderwerpen tot beleidsthema verheffen.

Passieve houding
Er is een aantal argumenten te noemen waarom de gemeenschapsaanpak problematisch is. Ten eerste is de aanpak gericht op kwetsbare burgers die veelal in zwakke wijken wonen. Juist in deze wijken is er amper sprake van een zelfwerkzame gemeenschap. Mensen geloven niet dat de maatschappij hen veel te bieden heeft en nemen een passieve houding aan. Het bevorderen van eigen initiatief bij deze groepen is een zeer moeilijk proces. (Van den Brink 2004, De Vries 2004; Van Seters 2007)

Uitsluiting
Ten tweede realiseren overheden zich onvoldoende dat een gemeenschap draait om inclusie, maar ook op exclusie van burgers. Het erbij horen van de één gaat gepaard met de uitsluiting van de ander. Als een gemeenschap zelf meer verantwoordelijk wordt voor het oplossen van sociale problematiek zal de sociale controle binnen zo'n gemeenschap vergroten en daarmee de exclusie van burgers. (Shaw 2011) Voornamelijk minderheden kunnen getroffen worden. In zwakke wijken bestaan namelijk vaak harde vooroordelen ten opzichte van deze groep. (Smets 2011)

Problemen
Ten derde kan de gemeenschapsaanpak leiden tot een ondemocratische overheid. Door de nadruk te leggen op zelfhulp staat de overheid onvoldoende open voor signalen uit gemeenschappen. (Shaw 2011) Cochrane en Newman (2009) noemen dit de community puzzle: problemen in gemeenschappen moeten opgelost worden door 'meer gemeenschap'. (Shaw 2011). Dit is geen vruchtbare benadering omdat onderliggende problemen van gemeenschappen niet worden opgelost en beleid niet aansluit op de problemen van deze gemeenschappen.

Werkelijkheid
De argumenten die ik hierboven noem, zijn een aantal bedenkingen bij de het thema civil society. Gemeenten moeten kritisch nadenken over de doelen die zij met hun Wmo-beleid nastreven. Zij moeten niet handelen op basis van hun eigen idee over de werkelijkheid en volgens gevestigde structuren, maar op basis van gesprekken met burgers en maatschappelijke organisaties, gedegen probleemanalyses en kennis over welke beleidsinterventies werken. Als verandering uit gemeenschappen zelf moet komen, moeten gemeenten zich als actieve gesprekspartner opstellen. Gezamenlijk moet men bedenken waar kansen liggen. Dit zal uitmonden in beleid dat aansluit bij de lokale situatie en haalbare beleidsdoelen kent.

Liselot Godschalx is beleidsmedewerker zorg bij de Gemeente Tilburg en is verbonden als science practitioner aan Tranzo, centrum voor Zorg en Welzijn aan de Universiteit van Tilburg.

Bron: Fotografie: Wilfried Scholtes

Liselot Godschalx

3 reacties

  • no-profile-image

    Luc Tol

    Uit het hart gegrepen, het pleidooi voor een sobere en kritische benadering van de rol van 'de gemeente', die zo vaak gemist wordt als het over beleid gaat !

  • no-profile-image

    Finus Kuijs

    Overheden zullen oplossingen steeds meer moeten zoeken in netwerken met burgers, bedrijfsleven en maatschappelijke instellingen. Dat vraagt om een ander sturingsprincipe: niet topdown, maar horizontaal. Ik onderschrijf dan ook de conclusie van Godschalx.

  • no-profile-image

    Kees Marges

    Uitstekende column. 'Verplicht' te lezen door lokale en landelijke politici en ambtenaren. Brengt ze misschien wel terug op aarde vanuit hun droomkasteel of ivoren torens.

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden