Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

5 tips voor korte lijnen van het wijkteam

Er is nog een flinke slag te slaan als het gaat om het opbouwen van korte lijnen tussen sociaal werkers in het wijkteam en publieke dienstverleners. Politicoloog Pieter Hilhorst geeft vijf tips om eerder toegang te krijgen bij gemeenten en instellingen.
korte lijnen
'Het zou mooi zijn als een wijkteam vijf keer per jaar bij een instantie aan de “noodrem” kan laten trekken. - Foto: Fotolia
1.           Agendeer en organiseer

‘Je hoeft in het wijkteam niet die ene Superman of Superwoman te hebben die alles voor elkaar krijgt bij contactpersonen. Het is in de eerste instantie de taak van jouw opdrachtgever –de gemeente- om jou als sociaal werker te faciliteren in korte lijnen met de instanties.

Het is bijvoorbeeld een idee dat er vanuit het stadhuis gelobbyd wordt voor een vaste contactpersoon bij een organisatie waar het wijkteam vaak mee te maken heeft. Bijvoorbeeld de Belastingdienst of het CIB.’

2.           Organiseer vaste contactpersonen

‘Op dit moment ben je als sociaal werker vooral bezig om toegang te vinden bij instellingen die beslissingen nemen over een bepaalde regeling met jouw cliënt. Dus als je de Belastingdienst nodig hebt, bel je naar het algemene nummer om vervolgens doorverbonden te worden. Je hebt met veel verschillende mensen te maken. Mooier is dat de gemeente met de Belastingdienst in overleg gaat en zegt: “Kunnen wij niet een accountmanager bij jullie aanwijzen, die we kunnen bellen als we ergens mee zitten?” Dit bespaart je tijd en het is effectiever.’

Iedereen kent het geheim van de korte lijnen, maar in het sociale wijkteam wordt er nog weinig mee gedaan. ‘Terwijl een wijkteam dat beschikt over een rijkere hoeveelheid korte lijnen, effectiever zal opereren’, volgens Pieter Hilhorst en Jos van der Lans. Lees meer>>

3.           Pleit voor een noodremprocedure

‘Het zou mooi zijn als de gemeente een wijkteam vijf keer per jaar bij een instantie aan een “noodrem” kan laten trekken. Dit doe je dan bij casussen waarbij je ziet dat het helemaal misloopt.  Dus als er bijvoorbeeld een gezin wordt gekort op de uitkering, waardoor ze in armoede moeten leven en Jeugdzorg overweegt om de kinderen uit huis te plaatsen. Dan trek je aan de noodrem bij de organisatie die de uitkering regelt, om opnieuw naar dit besluit te kijken. Als de organisatie dan zegt: “Ja, maar zo zijn de regels nu eenmaal”, dan kun jij zeggen: “We hadden afgesproken dat we aan de noodrem mochten trekken. Jullie beslissing zorgt ervoor dat ik mijn werk niet meer kan doen. We gaan pas verder als we maatwerk kunnen leveren.” Dat is überhaupt het doel van de decentralisatie: maatwerk leveren.’

4.           Deel je successen

‘Het gebeurt vaak dat een sociaal werker uit het team een list verzint, waardoor hij iets voor elkaar krijgt voor een cliënt, wat anderen niet lukte. Bijvoorbeeld iemand met een fraudeschuld, die toch wordt toegelaten tot de Wsnp – Wet schuldsanering natuurlijke personen. Uit bescheidenheid wordt dat succes niet gedeeld, of zo’n sociaal werker denkt: mooi dat het gelukt is, dat is wat telt. Toch is het misschien nog wel belangrijker om te weten waaróm het gelukt is. En wie zijn contactpersoon was. Want op die manier leer je van elkaar, en krijg je meer voor elkaar.’

5.           Deel je contacten

‘Sociaal werkers zijn vaak niet heel happig om hun contactpersonen met elkaar te delen. Ik heb wel eens meegemaakt dat iemand zei: “Ik heb een gouden contactpersoon bij het CIB en die voor mij dingen regelt als het gaat om dakloze jongeren. Maar ik wil niet dat iedereen hem gaat bellen, want dan ben ik mijn toegang kwijt.” Mijn advies is: deel het wél. En als die contactpersoon op een gegeven moment zegt dat hij overvraagd wordt, ga hierover dan in gesprek. Je kunt bijvoorbeeld voorstellen dat er nog een extra contactpersoon bij komt.’

Lees ook het opiniestuk van Pieter Hilhorst -> Het geheim van korte lijnen

http://www.pieterhilhorst.nl/

Rhijja Jansen

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden