Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Universeel jongerenwerker

Tabe Rienks had zijn sporen verdiend in voormalig Nederlands Indië, waar hij een weeshuis runde. Toen hij na de machtsoverdracht het land uit moest, ging hij zich in Amsterdam bezig houden met de hulp aan daklozen, hoeren, drugverslaafden en randgroepjongeren.
Universeel jongerenwerker

Nu de pensioengerechtigde leeftijd nadert, bezint Daan Vosskühler zich op wie hem in het werk gevormd hebben. Lees hier meer blogs van Daan Vosskühler >>

Zijn inspiratie lag in zijn godsgeloof, dat hij op een onorthodoxe manier in de praktijk bracht. Opkomen voor de zwakken en kansarmen, was zijn Bergrede credo. In een voormalige fabriek in Amsterdam Noord, pal tegen ‘t IJ werd een jeugdhonk gevestigd dat direct tot ‘internationaal jongerencentrum’ werd gebombardeerd. Buitenlandse hippies die in de jaren ’70  en ’80 van de vorige eeuw Amsterdam bezochten en door seks, drugs en rock en roll het spoor bijster raakten, werden er opgevangen. Deze taak werd moeiteloos gecombineerd met randgroepjongerenwerk.         

Zo ontstond een wonderlijke fusion van jeugdculturen, die spotte met alle clichés van het werk. Het centrum van Tabe dreef op de inzet van talloze vrijwilligers, die afkwamen op de sfeer en in Tabe een mentor vonden. Wat gemakkelijk in chaos of een gedoogcentrum voor harddrugs had kunnen uitmonden, werd een rommelige werkplek met duidelijke regels, samenhang  en zorg voor elkaar. Bij de gratis maaltijden, was dat voelbaar. Aan een grote tafel, zat een wonderlijke verzameling medewerkers, buurtjongeren, hippies en dak- en thuislozen met gebogen hoofd intens te luisteren naar het dankgebed van Tabe. Bij niemand kwam de gedachte op een foute grap te maken. Tabe had een nieuw tehuis gevestigd.

Ook in zijn aanpak van jeugdproblematiek, zoals het gebrek aan jongerenhuisvesting,  was Tabe onorthodox. Hij was een van de eerste krakers in Amsterdam. Toen tijdens een kraakactie een groep nerveuze vrijwilligers een deur probeerde te forceren, kwam Tabe aanrijden op zijn oude brommer. Hij aarzelde geen seconde en reed met zijn bromfiets dwars door het sluitwerk het pand binnen onder het uitroepen van : ‘Deze ruimte is namens de Heer gevorderd voor de jongerenhuisvesting’.

Voor het bestuur van zijn welzijnsorganisatie was Tabe echter niet te coördineren. Hij hield zich niet aan formele opdrachten en zijn financiële verantwoording was ronduit slordig. Toen hij  - tegen alle regels in-  voor een paar weken naar Indonesië vertrok, om daar zijn weeshuis te bezoeken, was de maat vol.  Hij zou ontslagen worden. Tabe zag de bui al hangen en nodigde de ontslagdelegatie uit op zijn centrum. Daar waren alle ruimtes volgehangen met foto’s van weeskinderen en volgde een rondleiding langs alle portretten.

Ook presenteerde hij zich in een nieuwe functie: ‘Ik ben universeel jongerenwerker’. Na een uur keken de delegatieleden elkaar verbijsterd aan en deden een zwakke poging het ontslag alsnog aan te kaarten. Tabe nam hen daarop mee naar plekken in het centrum die niet voldeden aan de wettelijke normen. Hij liet ze lekkende daken, rottende vloeren en  gevaarlijke elektriciteitsleidingen zien en verzocht hen vriendelijk doch met klem daar iets aan te doen. Met een waslijst aan reparaties vertrok de delegatie.

Een ander markant moment was het bezoek van Hell’s Angels, die het jongerencentrum kwamen verbouwen. Op het moment dat de ploeg in aantocht was, sloeg de paniek onder de medewerkers toe. Tabe bleef rustig en zei: ‘Kijk naar mij, ik doe het woord!’. Toen de Angels dreigend binnen kwamen, stond Tabe voor de bar, te midden van een halve cirkel jongeren. Hij monsterde de bezoekers vriendelijk en sprak liefdevol: ‘Wees welkom jongens, Jezus is ook voor jullie gestorven’. Er volgde een totale anticlimax. De Angels stonden perplex, dronken beschaafd een biertje en gingen na een half uur weer naar buiten. Ze zijn niet teruggeweest.

Tegen Tabe was geen kruid gewassen. Hij heeft in Amsterdam een aantal jongeren geïnspireerd zijn werk over te nemen. Het zijn gedreven hulpverleners geworden, die werken vanuit één basiskwaliteit: het hart. En Tabe? Toen hij  in 1976 zijn laatste dagen sleet in een clean ziekenhuisbed, waar hij met een terminale ziekte was opgenomen, stond op zijn nachtkastje een afgescheurd karton met daarop de woorden: ‘Gered dankzij Golgotha’. In zijn ogen was alles goddelijke genade. Zo had hij geleefd, zo had hij gewerkt, zo stierf hij.

Daan Vosskühler (1948) werkt als projectleider voor Stichting BottomUp Onderzoek en Advies. Hij houdt zich al meer dan 30 jaar als onderzoeker bezig met de vraag hoe welzijnswerk een vitale en patroondoorbrekende werksoort kan zijn in een land waar onderwijs, welzijn, veiligheid en bestuur hardnekkig categoraal blijven denken en werken.



Daan Vosskühler

Gerelateerde tags

Eén reactie

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden