Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Dicht op de pijn van jongeren

Pim Otterloo start zijn arbeidscarrière in het bedrijf van zijn vader. Na een paar jaar begint hij een eigen zaak. Als zijn bedrijf door de moordende concurrentie van supermarkten onder druk komt te staan neemt hij de wijk naar een rijdende winkel. Hij werkt dag en nacht en leert om met alle rangen en standen te dealen. Rond zijn veertigste stopt hij het bedrijf en wordt jongerenwerker.
Dicht op de pijn van jongeren

Nu de pensioengerechtigde leeftijd nadert, bezint Daan Vosskühler zich op wie hem in het werk gevormd hebben. Lees hier meer blogs van Daan Vosskühler >>

Voor jongeren is hij een tweede vader. Hij is er voor hen, ook als autoriteit. Zo steekt hij zijn mening niet onder stoelen of banken, gaat confrontaties niet uit de weg. Jongeren voelen zich gezien. De doelgroep van Pim is berucht. Deze komt overwegend uit een ‘plaatsingsbuurt’, een buurtje waar de gemeente Rotterdam probleemgezinnen geconcentreerd bijeenplaatst.

Niemand heeft er een reguliere baan. Uitkeringen worden aangevuld met onduidelijke inkomsten uit het grijze en zwarte circuit. Gastjes van rond de twintig die nauwelijks kunnen lezen en schrijven, komen er aanrijden in grote Amerikaanse bakken. Regelmatig draaien jongeren ook de andere bak in. De meeste welzijnswerkers houden het in zo’n buurt snel voor gezien of worden hoogstens gedoogd als een soort rariteit.

Pim zal er meer dan 10 jaar werken. Het buurthuis wordt omgevormd tot een tweede thuis. Je kunt er altijd terecht. Naast inloop en disco-activiteiten wordt er gesport. ‘Want van alleen maar rondhangen worden ze ook niet beter.’ Er worden arbeidgerichte projecten gestart om de jeugd kennis te laten maken met regelmaat en arbeidsritme. Vaak wordt er gezamenlijk gegeten. Teamleden, stagiaires, gasten en jongeren zitten ‘s avonds als één grote familie rond een enorme tafel. Het vakantieproject slaat in als een bom. Op een jeugdcamping in Zeeland wordt een oude stacaravan geplaatst, waar de tentjes van de kids omheen komen staan. Die fietsen in de zomervakantie naar de camping en houden voor het eerst vakantie buiten de buurt.

Daarnaast start Pim internationale uitwisselingsprojecten. Voor jongeren, die hun buurt niet uitkomen en nauwelijks enige educatieve ondergrond hebben, is dat aanvankelijk een bedreigende onderneming. Zo worden er in Schotland bezoeken gebracht aan verarmde arbeidersbuurten, waar de jongens en meiden ontdekken dat het in Nederland zo slecht nog niet is.
 
Wie echter denkt dat Pim op handen wordt gedragen vergist zich. Omdat hij een tweede vader is, wordt hij ook gebruikt als projectiescherm voor het lijden. Bij hem komen ze kankeren, klagen, schelden, tieren en uithuilen. Bij hem durven ze te biecht te gaan. Complimenten geven hebben ze nooit geleerd, dat is een vorm van je kwetsbaar opstellen. Het maakt het werk zwaar. Neem alleen het volume dat ze produceren. Iedereen praat met stemverheffing. Het is één grote schreeuw om aandacht. Pim kijkt er dwars doorheen, ziet het allemaal als één grote verhulling van angst en kwetsbaarheid.

Jongeren die te dicht bij hun pijnplekken komen, haken af of slaan iemand tegen de vlakte. Als Pim zijn jongeren daarmee confronteert krijgt hij altijd een grote muil. Hij blijft dan rustig in verbinding. Vaak krijgt die confrontatie wat later een vervolg onder vier ogen. Macht en onmacht liggen dicht bij elkaar. Ook tussen buurtbewoners onderling. Als een collega meidenwerk met een meisjesgroep aan de slag gaat, komen de verhalen los. Op een avond wordt gepraat over seksualiteit en relaties. Dan blijkt dat de overgrote meerderheid van de groep slachtoffer is van incest. Het stelt de werkers voor ethische en morele dilemma’s.

Wie denkt dat Pim door zijn instelling en lokale bestuur gesteund worden komt echter bedrogen uit. Door zijn eigenzinnige werkstijl  als advocaat van zijn jongeren wordt hij geconfronteerd met tegenwerking. Ook de aanpak van structurele problemen zoals het kraken van een  leegstaand pand ten behoeve van jongerenhuisvesting, wordt door de plaatselijke bestuurders niet in dank afgenomen. Het bestuur van zijn eigen welzijnsinstelling is Pim en zijn team uiteindelijk liever kwijt dan rijk. Beleidslijnen van de instelling die niet zijn afgestemd op de praktijk worden door de werkers aan hun laars gelapt. Dat zet kwaad bloed. Uiteindelijk wordt het buurthuis opgeheven, omdat het niet meer past binnen de ‘herstructureringsplannen’ van de wijk.

En Pim? Die gaat gewoon door. Op een gekaakt braakliggend terrein wordt het werk voorgezet. Het wordt een van de meest inspirerende projecten die ik ken.

(Pim Otterloo is een gefingeerde naam)

Daan Vosskühler (1948) werkt als projectleider voor Stichting BottomUp Onderzoek en Advies. Hij houdt zich al meer dan 30 jaar als onderzoeker bezig met de vraag hoe welzijnswerk een vitale en patroondoorbrekende werksoort kan zijn in een land waar onderwijs, welzijn, veiligheid en bestuur hardnekkig categoraal blijven denken en werken.




Daan Vosskühler

Gerelateerde tags

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden