Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Power to the people

Van 2005 tot 2008 was ik als professioneel buurtbewoner, samen met een wijkmanager van de gemeente en een opbouwwerker, initiatiefnemer van een project in een Amersfoortse buurt. Het project wilde grensoverschrijdend gedrag van de jeugd een halt toeroepen.
Power to the people

Lee hier meer blogs van Daan Vosskühler >>


De door een hanggroep veroorzaakte brand in de gymzaal van een basisschool en de vele ingegooide ruiten waren de limit. Onze lijn was helder: het probleem wordt primair gevoeld en veroorzaakt door buurtbewoners, zij zijn aan zet. Nu hadden we een voorsprong op soortgelijke bewonerinitiatieven: de gemeente had net besloten een omvangrijk veiligheidprogramma te starten in enkele Amersfoortse wijken. Inclusief een grote zak geld  van het GSB (G32) en een compleet managementteam van hoge ambtenaren. De targets werden per jaar vastgelegd.  Kortom, er moest snel gescoord worden.

In korte tijd werd er een hechte bewonersgroep van 12 vaste vrijwilligers uit de grond gestampt. Maar ook de wijkprofessionals zaten niet stil. Het basisonderwijs, opbouwwerk, de wijkagent, het jongerenwerk, de wijkmanager en een vertegenwoordiger van de bewoners vormden een schaduwwerkgroep om de weg te effenen voor de bewonersplannen. Immers facilitair werken stond, ook destijds  hoog in het vaandel.

Wat een luxe. Nooit heb ik een gefrustreerde buurt in zo korte tijd weer een fijne en leefbare buurt zien worden. Zonder enige vergunning werd er bijvoorbeeld binnen enkele weken een videomast met camera’s op het schoolplein geplaatst. Vernielingen hebben er sindsdien niet meer plaatsgevonden. Met Oud en Nieuw liepen buurtbewoners groepsgewijs door de buurt om opgefokte jongeren een goed jaar toe te wensen, maar ook om duidelijk te maken dat er -  in de nieuwjaarsnacht- grenzen waren. De kids werden niet buitengesloten. Zo kregen ze een fijne JOP (Jongeren Ontmoetingsplaats) en ‘s winters organiseerde de buurt indoorvoetbal in de weer opgebouwde gymzaal. 

Natuurlijk waren buurt en gemeente  enthousiast. De aanvankelijke scepsis bij bewoners over traag werkende overheid en instellingen werd omgebogen tot een constructieve, coöperatieve houding. Toen na een jaar de eerste balans werd opgemaakt, in verband met de  targets, kreeg het project een bonus van 25.000 euro, als dank voor alle bewonersinzet.    
                                                                                            
Dit voorbeeld maakt duidelijk welke condities burgerkracht nodig heeft om een factor van betekenis te zijn in een buurt of wijk. Want de succesbasis van het project lag primair in de voorwaardelijke sfeer die overheid en instellingen hadden geschapen. Stel je voor dat alle organisaties hun neus dezelfde kant op richten, omdat er geen ruimte is voor instellingsbelang. Voorstellen uit de buurt die door stroef werkende gemeenteafdelingen gefrustreerd worden, kunnen na één boos telefoontje van een bewoners direct door een topambtenaar soepel door de afdelingen worden geleid.

Helaas bleek bij de evaluatie van het project dat deze effectieve werkwijze, niet in andere buurten of wijken kon worden uitgerold. Het legde teveel druk op de capaciteit van gemeente en betrokken instellingen. Sindsdien vraagt mijn wijk geen project aan waarbij meer dan 2 gemeentediensten betrokken zijn. Omdat bij voorbaat vaststaat dat ze verzanden. Sindsdien leidt het wijkbeheerteam van bewoners een kommervol bestaan. Buurt en wijkwerk is immers een ondankbare, weinig zichtbare en vooral specialistische activiteit, waarbij kennis van instellingen en overheid een absolute voorwaarde is.
Het is voorbehouden aan  ‘buurtgekken’, gedreven specialisten die uiteindelijk dreigen te verworden tot  geïsoleerde buurtburgemeesters. Wijkbewoners worden liever vrijwilliger bij de locale voetbalclub van hun kinderen en schilderen op NL Doe -dag gesubsidieerd de kantine. Daarom moet ik glimlachen bij het lezen van de hoogdravende verwachtingen van Burgerkracht. In de zorg zijn zeker prachtige tradities ontstaan. In mijn straat zullen we als buren een net van liefdevolle zorg spannen rond de buurvrouw die gaat sterven. Geen twijfel aan mogelijk, maar ook zichtbaar en dankbaar werk, dat buren meer verbindt dan voorheen.  
  
 In de welzijnssector geldt evenwel een ander verhaal. De afgelopen maanden heb ik als  ‘buurtgek’, vrijwel fulltime en onbezoldigd gewerkt aan het oprichten van een bovenwijks ontmoetingscentrum voor de 5 procent marginale wijkbewoners die zo’n basisvoorziening keihard nodig heeft. Burgerkracht?  Nee, pure roofbouw op de inzet van actieve wijkbewoners, die niet kunnen aanzien dat de gemeente alle wijkcentra sluit, met een verwijzing naar Welzijn Nieuwe stijl en Burgerkracht en daarmee een groeiende groep bewoners dreigt te marginaliseren.      

Burgerkracht als reddingsboei? Ok. Maar gebruik het niet als goedkope ideologie voor de afbraak van onmisbare basisvoorzieningen.

Daan Vosskühler (1948) werkt als projectleider voor Stichting BottomUp Onderzoek en Advies. Hij houdt zich al meer dan 30 jaar als onderzoeker bezig met de vraag hoe welzijnswerk een vitale en patroondoorbrekende werksoort kan zijn in een land waar onderwijs, welzijn, veiligheid en bestuur hardnekkig categoraal blijven denken en werken.

Daan Vosskühler

Eén reactie

  • no-profile-image

    tatyana bokings

    geachte mijnheer,ik lees vaak uw artikel n waardering graag,,,,want ik vind bijna alles zijn geweldig en geinformeerd.
    dank u
    (btw i live in Indonesia)

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden