Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Stop pamperen

‘Stop pamperen van achterstand’, kopte een groot artikel afgelopen vrijdag in de Volkskrant. Heinz Schiller, directeur van de Utrechtse welzijnsorganisatie Doenja, pleit voor radicale herziening van het welzijnswerk.
Stop pamperen

Aanleiding voor dit artikel is Schillers boek: ‘De kunst van het stijgen, over sociale mobiliteit en welzijnswerk’ (bestellen via Verdiwel). Ik heb het nog niet gelezen, maar de punten die werden genoemd in het artikel hebben mij buitengewoon goed gestemd. Gelukkig weer een collega die af wil van de pampercultuur in het welzijnswerk. Een aantal onderwerpen passeert de revue, maar ik richt mij hier nadrukkelijk op Schillers stelling dat in het welzijnswerk de sociale stijging van bewoners voorop moet staan. Daar ben ik het namelijk voor de volle 100 procent mee eens.

In eerdere weblogs heb ik onder andere gesteld dat de wijze waarop het welzijnswerk vorm geeft aan versterking van sociale cohesie in achterstandwijken, in mijn visie een gepasseerd station is. Het moet zich richten op participatie, bij voorkeur leidend tot werk. Bij relatief veel klanten die gebruik maken van het welzijnswerk speelt werkloosheid een rol in hun dagelijkse leven. Wij weten allemaal dat werkloosheid leidt tot afhankelijkheid, maatschappelijke apathie, armoede of verloedering. Wij weten ook dat werkloosheid bij ouders de ontwikkelingsmogelijkheden van kinderen flink in de weg kan staan. Maar nog steeds blijft het welzijnswerk zich voornamelijk richten op ontmoeting. Dit vanuit de optiek dat daarmee de sociale cohesie wordt versterkt. Ik geloof hier niet meer in. We moeten daar vanaf. Het welzijnswerk moet er veel meer op gericht zijn dat burgers op eigen benen kunnen staan. Leren, ontwikkelen, participeren en werken leiden tot stijging op de maatschappelijke ladder van individuele burgers. Dit kan ook direct leiden tot verbetering van (achterstands)buurten.

In Den Haag schreef MOOI, in de aanloop naar de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen, samen met de drie andere Haagse welzijnsorganisaties een welzijnsmanifest. Ook wij pleiten in ons manifest voor ondersteuning van burgers richting participatie en/of werk en dus voor een omslag in het welzijnswerk. Hiervoor willen wij onder andere onze wijkcentra (de vroegere buurthuizen) de komende jaren omvormen naar activeringscentra. Minder gericht op cursussen, meer op scholing. Maar ook een plek om werkervaring op te doen of om te oefenen (keuken, toezicht, beheer, horeca). Onze centra zijn bekend en vooral toegankelijk voor burgers aan de onderkant van de samenleving. Men vindt er een luisterend oor en vertrouwen. Dat is precies de kracht van het welzijnswerk in relatie tot de formele instituties. Het biedt de welzijnswerker de mogelijkheid om burgers aan te spreken en te motiveren tot participatie en werk. Wat mij betreft zou de landelijke slogan van het welzijnswerk moeten luiden: ‘Iedereen doet mee’. Want het is toch eigenlijk te gek voor woorden, dat wij van alles organiseren, begripvolle gesprekken voeren en cursus na cursus aanbieden, terwijl wij deze burgers in hun sociaal maatschappelijke sop gaar laten koken?

Misschien is het verstandig Heinz Schillers boek dit jaar tot verplichte vakliteratuur te verheffen voor alle Nederlandse welzijnswerkers. Lijkt mij een goed idee.

P.S. Het verheugt mij buitengewoon, dat de Volkskrant zoveel aandacht besteed aan welzijnswerk. Dit gebeurt helaas erg weinig.

Dik Hooimeijer (1954) is lid van de raad van bestuur van Stichting MOOI, een welzijnsorganisatie in Den Haag, Zoetermeer en omstreken. Binnen de organisatie heeft hij Marketing & Innovatie als aandachtsgebied. Sinds 1975 is hij werkzaam in de welzijnssector. Hij noemt zichzelf een absoluut welzijnsdier, maar is ook een oprecht criticaster. Naar zijn oordeel is het welzijn te weinig innovatief en speelt het niet altijd in op de tijdgeest.

Dik Hooimeijer

Gerelateerde tags

2 reacties

  • no-profile-image

    Ron van den Berg

    'Mooie' woorden, maar ik zie geen daden. Kan mij heel goed vinden in bovenstaande reactie. Ik hoop dat in de toekomst de welzijnsstichtingen afgerekend zullen worden op hun resultaten en niet op hun zogenaamde 'productie'. Het gaat niet om de buitenkant, maar om de binnenkant, daar kan geen verbouwd pand tegen op. Wat een IKEA-kastje allemaal niet kan doen, maar niet heus. PFFFFF

  • no-profile-image

    j. dutij

    Kritisch??? Ame hoela! Ben zelf jarenlang directeur van een welzijnsstichting in de stad van de vuurwerkramp geweest, en heb mijn tijd moeten verdelen tussen óf het knokken om kleine, tijdelijke subsidies binnen te halen én om de uitvoerdenden te overtuigen van het feit dat er eens een eind moest komen aan de cursus "fietsen voor allochtone vrouwen".
    Beiden zijn in feite mislukt. Kán aan mij hebben gelegen! Maar uiteindelijk wilde de gemeente liever één grote met veel overhead en op grote afstand van de bewoners, maar wél makkelijker voor hen te sturen organisatie. En zouden de uitvoerenden er geen probleem mee hebben gehad, cursussen in het vervolg "werk-ervaring"te noemen. Kortom: je past je cretalogie een beetje aan bij de tijdgeest, en je blijft gewoon hetzelfde doen.... Kende het buurthuiswerk uit de 70er jaren uit Amsterdam: politiek bewust, actief...heb 25 jaar wat anders gedaan, om ná 25 jaar te ontdekken dat er van de gemotiveerde werksoort alleen een a-politiek en bang voor de subsidieverstrekking overgebleven residu was overgebleven.
    Treurig. Kansen gemist.

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden