Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Meetbaar maken van welzijn

In editie 8 van Zorg + Welzijn (pagina 22 en 23) werd uit de doeken gedaan hoe je de effecten van welzijnswerk kan meten. Het model ‘meetbaar welzijn’ beantwoordt aan de roep om bedrijfsmatig te werken. Cathérine Matthysen omarmt afspraken tussen gemeente en welzijnsinstelling waarop de laatste afgerekend wordt, maar pleit voor duidelijke kwaliteitscriteria. De nadruk op volumeafspraken is volgens haar te mager.

Eindelijk een model waarmee duidelijke afspraken te maken zijn tussen gemeenten en welzijnsinstellingen. De klacht dat financiering op basis van uren zo ondoorzichtig is, kan nu van de baan. Laten we morgen nog alle contracten omzetten in eenduidige volumeafspraken. Voor de gemeente is het dan duidelijk wat ze inkopen: vijf voetbalevenementen. Voor de welzijnsorganisaties is het duidelijk wat zij moeten uitvoeren: vijf voetbalevenementen. Voor de burger is het duidelijk wat deze kan verwachten: vijf voetbalevenementen. En zoals te verwachten (en terug te vinden in de boekhouding) is de eindafrekening dan ook duidelijk: vijf voetbalevenementen. Prima toch, wat wil je nog meer, iedereen tevreden. O ja, bijna vergeten, er vindt ook nog een gesprek plaats tussen de gemeente en de welzijnsinstelling over het aantal deelnemers (gemiddelde deelname van 15 jongeren).

Eigenlijk wel zo gemakkelijk, zowel voor de gemeente als voor welzijnsorganisaties, om volumeafspraken te maken. Voor de invoering van dit systeem is geen wezenlijke verandering nodig, het is in feite een uitwerking van de uren inspanning en dan vertaald in het aantal verrichtingen. Bedrijfsmatig gezien zeer transparant en eenduidig vorm te geven. Daarnaast kun je gemakkelijker een technische benchmark (het systematisch onderzoeken van de prestaties, red.) uitvoeren op basis van de kostprijs voor deze inspanningen.

En toch blijft de vraag: is het probleem opgelost? Het ging om de onveiligheid op een bepaald pleintje waar mensen last hebben van een groep hangjongeren die zich daar aan het vervelen zijn en die als bedreigend ervaren worden door de buurtbewoners. Onduidelijk blijft of die situatie door de voetbalevenementen veranderd is. Mogelijk dat de problemen zelfs toegenomen zijn, door de aanzuigende werking van de evenementen op jongeren uit andere wijken. De te stellen vragen zijn dan: Wat heeft de inspanning van de welzijnsorganisatie concreet opgeleverd voor de wijkbewoners en de jongeren? Heeft de opdrachtgever de juiste vraag (dan wel opdracht) geformuleerd? Zijn de beoogde resultaten behaald?
Om die vragen te kunnen beantwoorden, moeten er bij het formuleren van de opdracht wel beoogde resultaten benoemd worden. Pas dan kun je de juiste aanpak en inzet formuleren en op basis daarvan de opdracht toekennen. In het contract tussen de gemeente en de welzijnsorganisatie kunnen wel een aantal kengetallen opgenomen worden, maar de nadruk zal meer komen te liggen op de beoogde resultaten en daarmee op de kwaliteit van de dienstverlening. Voor deze beoogde resultaten spreek je samen indicatoren af (zowel kwalitatief als kwantitatief). Inderdaad, misschien een moeilijker traject dan aansturing op basis van verrichtingen. Maar uiteindelijk levert het wel meer op, namelijk dat waar het om begonnen was: resultaten waardoor er een bijdrage geleverd is aan het oplossen van het probleem.

In het voorbeeld van het pleintje zal men dan eerst de vraag moeten formuleren in overleg met de buurtbewoners en de jongeren samen. Waar zit het echte probleem? Jongeren vervelen zich, er is niets te doen voor hen in de buurt. Buurtbewoners voelen zich geïntimideerd en ervaren overlast van de hangjongeren. Hieruit kunnen de volgende beoogde resultaten volgen: Overeenstemming tussen de buurt en de groep jongeren over wat kan en niet kan op het plein. De gedeelde regels worden nageleefd. Verveling van de groep is verminderd, zij nemen deel aan activiteiten en aan de organisatie van deze activiteiten. Om deze beoogde resultaten te realiseren kan het welzijnswerk een combinatie van methoden inzetten, zoals Spelregels en activiteitensteun. Om achteraf deze resultaten aan te tonen, kunnen bekendheid met en naleving van de regels als indicatoren gebruikt worden. Daarnaast kan de tevredenheid van de buurtbewoners en de jongeren gepeild worden.

En hoe zit het dan met de benchmark? Hoe werkt dat in een echt resultatenmodel? Een inhoudelijke benchmark past prima bij deze benadering. Bij benchmarking hoort het namelijk te gaan om verbetering van het eigen presteren. Oftewel met welke inspanningen kunnen welke resultaten behaald worden. De winst zit niet alleen in de kostprijs, maar in de combinatie van het behalen van beoogde resultaten met een bepaalde kwaliteit tegen een bepaalde prijs.


Cathérine Matthyssen,
Projectleider Weten van Wijken, de Twern, Tilburg

Administrator

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden