Registreren Waarom moet u zich registreren voor deze site? Lees meer

Onderzoek naar spanningen in Amsterdamse buurten

Onderzoekers van het Verwey-Jonker Instituut en Bureau Onderzoek+Statistiek (O+S) namen spanningen en vertrouwen in Amsterdamse buurten onder de loep. Over jongerenoverlast, vastlopende hulpverleners, spanningen door jongeren met een lichte verstandelijke beperking, sociale controle en kleine, simpele interventies.
Onderzoek naar spanningen in Amsterdamse buurten

Beleidsmakers en professionals discussiëren al jaren over lessen die getrokken moeten worden uit buurtterreur zoals in de Diamantbuurt, Overtoomse Veld en De Baarsjes. Dat signalen vaak te lang zijn genegeerd, daar zijn ze het vrijwel allemaal over eens. Maar in diverse Amsterdamse buurten blijft de overlast groot. De resultaten van het onderzoek ‘Samenleven met verschillen’ helpen om spanningen tijdig te bestrijden, benadrukken de onderzoekers. Risicofactoren ‘Samenleven met verschillen’ maakt helder in welke Amsterdamse buurten welke vormen van polarisatie aanwezig zijn, en hoe die polarisatie wordt aangepakt.

De belangrijkste meerwaarde is de duiding van spanningen, zegt Erik van Marissing van Verwey-Jonker. ‘Die is cruciaal maar ontbreekt vaak.’ Drie onderdelen moesten die duiding zo betrouwbaar mogelijk maken. Er was de Amsterdamse Veiligheidsmonitor, met daarin opgenomen acht stellingen over spanningen en vijf over vertrouwen. Ook deed O+S kwantitatief onderzoek in twintig buurten in de stadsdelen Nieuw-West, West, Oost, Zuid en Zuidoost. 4.563 mensen reageerden.

Gevoelens
Van Marissing en zijn collega Ron van Wonderen interviewden daarnaast honderden bewoners en professionals, afkomstig uit vijftien buurten (drie per stadsdeel) waar een zekere mate van spanningen is. Erg verrassend zijn de percentages niet. Dat vooral overlast door ‘jongeren uit andere bevolkingsgroepen’ voor spanning zorgt (26 procent) zal weinig lezers verbazen. En is 16 procent van de Amsterdammers die spanningen ervaart nu veel of weinig? Ook de onderzoekers weten het niet zeker, gezien het beperkte vergelijkingsmateriaal. De waarde zit hem dan ook niet zozeer in de cijfers, maar in de achtergrond, benadrukt Van Wonderen. ‘De diverse risicofactoren bieden een belangrijk instrument voor beleid. Veel buurtbewoners vertelden ons bijvoorbeeld hoe beangstigend ze het vinden als hun kinderen worden nageroepen. Als je spanningen wilt verminderen, moet je ook op die gevoelens focussen.’ Dat gebeurt nu  onvoldoende, vindt ook Jolijn Broekhuizen van O+S. ‘Het intimiderende gedrag wordt vaak niet aangepakt.’

Praktijk Team

Ook niet door sommige jongerenwerkers, merkte gezinscoach Jelle Faber. Gewoon even het  jongerencentrum bezoeken aan de Van Speijkstraat, dat was de bedoeling. Toen Faber samen met een jongerenwerker voor de deur stond, werd hem meegedeeld dat hij op zijn handen naar huis zou gaan. Ook eenmaal binnen werd hij uitgescholden. ‘De jongerenwerker lukte het niet om de grens te trekken. Terwijl hij al met 1-0 voor staat. Hij heeft aansluiting, want die gasten komen daar. Dan moet je toch een norm kunnen stellen?’

Lees verder in Zorg + Welzijn Magazine nr 6, juni 2012.

Jeroen Wapenaar/fotografie Herman Keppy

Of registreer je om te kunnen reageren.

Zorgwelzijn is een uitgave van Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media B.V.
Voorwaarden